Drie weken reisleider in Zuid-Peru | Alles wat niet in het programma stond

Een groepsreis van drie weken door Zuid-Peru ziet er op papier altijd keurig uit. Hotels zijn geregeld, vervoer staat klaar, excursies zijn geboekt en iedere ochtend weet iedereen waar de reis die dag naartoe gaat. Alleen heeft Peru de prettige eigenschap zich niet altijd iets van zo’n programma aan te trekken, en mensen trouwens evenmin. Toen ik als reisleider met 21 Nederlandse gasten door het zuiden van Peru trok, ontdekte ik dan ook vrij snel dat mijn belangrijkste taak niet was vertellen hoe laat de bus vertrok, maar zorgen dat diezelfde reis bleef doorgaan wanneer er iets gebeurde wat helemaal nergens in het programma stond.

📍 Locatie: Zuid-Peru | Arequipa | Puno
📖 Leestijd: 7 minuten
🏷️ Categorie: Peru | Reisverhalen | Achter de schermen


Met 21 mensen door Zuid-Peru

Drie weken lang reisleider zijn van 21 mensen klinkt misschien alsof je vooral voor in een bus zit, af en toe iets vertelt over de omgeving en ervoor zorgt dat iedereen 's morgens op tijd met zijn koffer beneden staat, maar in werkelijkheid begint het werk meestal pas wanneer iemand besluit zich niet aan het programma te houden, en dan bedoel ik niet de reiziger die vijf minuten te laat bij de bus verschijnt.

Je bent gedurende zo’n reis het vaste aanspreekpunt voor alles. Je houdt het programma in de gaten, hebt contact met chauffeurs, hotels en lokale mensen, zorgt dat de groep weet wat er gaat gebeuren en probeert ondertussen vooral de indruk te wekken dat alles volledig onder controle is.

Ook wanneer dat even niet zo is.

Met 21 mensen drie weken onderweg zijn betekent namelijk ook dat er statistisch gezien een redelijke kans bestaat dat er ergens iemand ziek wordt, iets kwijtraakt, ergens te laat verschijnt, zich zorgen maakt over iets waar een ander zich totaal geen zorgen over maakt of simpelweg op een ochtend wakker wordt met een lichaam dat heeft besloten vandaag niet meer aan de rondreis mee te werken.

En precies dat gebeurde.

Midden in de nacht gaat de telefoon

Een van mijn gasten werd behoorlijk ziek en zoals dat soort dingen blijkbaar hoort te gaan wanneer je reisleider bent, gebeurde dat niet op een keurige dinsdagmiddag waarop iedereen toch toevallig een paar uur vrij had, maar werd ik 's nachts uit mijn bed gebeld.

Vanaf dat moment ben je niet meer bezig met een rondreis door Zuid-Peru, maar met één persoon die medische hulp nodig heeft en met de vraag hoe je dat zo snel mogelijk geregeld krijgt. Er moest een dokter komen, er moest worden uitgelegd wat er aan de hand was en omdat arts en patiënt elkaar niet zomaar konden verstaan, werd ik automatisch ook vertaler.

Dat is een interessant moment waarop je ontdekt hoe breed de functieomschrijving van een reisleider eigenlijk is.

Overdag begeleid je een groep door Peru en midden in de nacht sta je ineens medische klachten te vertalen tussen een Nederlandse reiziger en een Peruaanse arts, terwijl je tegelijkertijd probeert te bepalen wat dit betekent voor de patiënt, diens reisgenoot én de andere negentien mensen die de volgende dag gewoon verder moeten.

Want daar zat het volgende probleem.

De reis stopte natuurlijk niet.

Twee blijven achter, negentien gaan verder

Uiteindelijk werd duidelijk dat de zieke reiziger niet met de groep verder kon reizen en samen met zijn reisgenoot terug moest. Dat betekende opnieuw regelen, overleggen, vertalen en uiteindelijk zorgen dat die twee op het vliegtuig kwamen.

Daarna bleven er negentien over.

En die hadden nog steeds een rondreis.

Dat is misschien het vreemde aan zo’n moment. Voor twee mensen verandert de reis volledig en ben je uren bezig geweest met iets wat alle aandacht opeist, maar zodra dat geregeld is, moet je omschakelen en verder met de rest van de groep. De koffers gaan weer in de bus, iedereen zoekt zijn plaats en de volgende bestemming staat gewoon nog steeds op het programma.

Voor ons was dat Puno.

Dus gingen we verder richting het Titicacameer, met negentien Nederlanders en een reisleider die inmiddels naast reisbegeleiding ook enige ervaring had opgedaan als nachtportier, medisch vertaler en medewerker internationale repatriëring.

Ik dacht dat ik mijn bijdrage aan onverwachte gebeurtenissen voor die reis daarmee wel geleverd had.

Dat bleek optimistisch.

En toen kwamen de Belgen

In Puno sloten twee Belgische dames aan en daarmee was de groep weer aangevuld, hoewel het niet lang duurde voordat zich een nieuw probleem aandiende.

Dit keer was niemand ziek.

De chauffeur reed te hard.

Althans, volgens de twee dames.

Dat werd niet rustig meegedeeld in de vorm van een vriendelijk verzoek of de chauffeur misschien iets langzamer zou kunnen rijden, maar groeide uit tot een situatie waarbij de dames behoorlijk hysterisch werden omdat zij ervan overtuigd waren dat het allemaal veel te hard ging.

Nu moet je klachten van reizigers natuurlijk serieus nemen, zeker wanneer iemand zich onderweg niet veilig voelt, maar er zat ook een andere kant aan het verhaal. De chauffeur kende deze route als zijn broekzak en reed hem ongeveer twee keer per dag. Voor hem was dit geen onbekende bergweg waarop hij voor het eerst probeerde uit te vinden waar de volgende bocht lag, maar gewoon zijn dagelijkse werk.

Daar stond ik dus weer.

Tussen twee Belgische dames die ervan overtuigd waren dat we onderweg waren naar een vroegtijdig einde en een Peruaanse chauffeur die waarschijnlijk vooral niet begreep waarom zijn volkomen normale werkdag ineens onderwerp van internationale discussie was geworden.

Ook dat hoort blijkbaar bij reisleiderschap.

Iedereen beleeft dezelfde reis anders

Het bijzondere van reizen met een groep is dat 21 mensen precies dezelfde route kunnen afleggen en toch 21 totaal verschillende reizen beleven. Waar de één ontspannen uit het raam kijkt naar de bergen, ziet een ander vooral een afgrond. Waar iemand geniet van een onbekend gerecht, vraagt de volgende zich af of hij daar morgen buikpijn van krijgt, en een chauffeur die voor jou rustig en vertrouwd rijdt, kan voor iemand anders de indruk wekken dat hij zich probeert te kwalificeren voor de Dakar Rally.

Als reisleider sta je daar voortdurend tussenin.

Je kunt niet tegen iemand zeggen dat zijn angst onzin is, maar je kunt ook niet iedere keer de werkelijkheid aanpassen aan degene die zich het meeste zorgen maakt. Je luistert, probeert uit te leggen, praat met de chauffeur en zoekt ergens naar een oplossing waarmee iedereen uiteindelijk weer verder kan.

En ondertussen gaat de reis gewoon door.

Niet alles staat in het draaiboek

Wanneer mensen achteraf foto's van een groepsreis bekijken, zie je meestal de mooie momenten terug. De bergen, de steden, het Titicacameer, een gezamenlijk diner, lachende mensen voor een bus en waarschijnlijk ergens een groepsfoto waarop wonder boven wonder bijna iedereen tegelijkertijd dezelfde kant op kijkt.

Je ziet niet dat de reisleider een nacht eerder uit zijn bed is gebeld omdat iemand medische hulp nodig had. Je ziet niet de dokter, het vertalen, het regelen van een vlucht of het moment waarop twee mensen afscheid moeten nemen van een reis die voor hen anders eindigt dan gepland.

En je ziet al helemaal niet twee Belgische dames die ergens onderweg overtuigd zijn geraakt dat de chauffeur bezig is een nieuw snelheidsrecord te vestigen.

Juist dat waren voor mij echter de momenten waarop duidelijk werd wat het begeleiden van zo’n reis werkelijk betekende. Natuurlijk was ik er om Zuid-Peru te laten zien en ervoor te zorgen dat het programma goed verliep, maar uiteindelijk was mijn belangrijkste taak veel eenvoudiger.

Zorgen dat we verder konden.

Met 21 mensen wanneer dat kon.

Met negentien wanneer het moest.

En met twee hysterische Belgen erbij zodra we Puno hadden bereikt.

Want één ding stond tijdens die drie weken eigenlijk nooit in het programma.

Dat het programma precies volgens plan zou verlopen.