Wie op een paar honderd meter van de Chili-rivier in Arequipa woont, zou je zonder problemen een kenner van die rivier kunnen noemen, zolang je er maar niet bij vertelt dat mijn kennis zich voornamelijk beperkte tot kijken vanaf de kant. Water en ik hebben namelijk nooit een bijzonder succesvolle relatie gehad en ik zag weinig reden om daar verandering in te brengen, totdat ik drie weken lang 21 Nederlandse gasten door Zuid-Peru begeleidde en mij door diezelfde groep liet overtuigen dat raften op de Chili-rivier een uitstekend idee was. Achteraf hadden ze gelijk, maar dat wist ik op het moment dat ik met een helm op mijn hoofd, een zwemvest om mijn lijf en een peddel in mijn handen naar het water keek natuurlijk nog niet.
📍 Locatie: Arequipa | Chili-rivier | Chilina-vallei | Zuid-Peru
📖 Leestijd: 7 minuten
🏷️ Categorie: Peru | Arequipa | Avontuur
Een rivier bijna in mijn achtertuin
De Chili-rivier hoorde bij mijn dagelijkse omgeving in Arequipa zonder dat ik daar op een gegeven moment nog bijzonder bij stilstond. Op nog geen vierhonderd meter van mijn huis stroomde de rivier door de vallei en ik zag regelmatig groepen vertrekken om te gaan raften, compleet met helmen, zwemvesten en dat soort enthousiasme waarvan ik altijd dacht dat het vooral heel leuk was wanneer andere mensen er last van hadden.
Zelf in zo'n rubberboot stappen was nooit echt bij mij opgekomen. Dat lag niet aan de rivier, maar voornamelijk aan mijzelf, want water en ik zijn nooit goede vrienden geweest en ik zag geen enkele reden om een relatie die op veilige afstand uitstekend functioneerde onnodig ingewikkeld te maken. Ik kan prima genieten van een rivier, een meer of de oceaan, zolang er maar vaste grond onder mijn voeten zit en ik zelf kan bepalen hoeveel water er precies met mij in aanraking komt.
Dat veranderde toen ik drie weken lang een groep van 21 Nederlandse gasten begeleidde die via een Nederlandse reisorganisatie door Zuid-Peru reisde. Na dagen samen onderweg te zijn, uren in de bus te hebben gezeten, samen te hebben gegeten en allerlei plekken te hebben bezocht, was ik allang niet meer uitsluitend degene die vertelde hoe laat we de volgende ochtend vertrokken of waar we die dag naartoe gingen, en ergens onderweg ontstond het plan om in Arequipa te gaan raften.
Blijkbaar vonden ze dat hun begeleider daar ook bij hoorde.
Ik had natuurlijk gewoon nee kunnen zeggen, maar probeer dat maar eens wanneer 21 Nederlanders gezamenlijk hebben besloten dat iets leuk is.
De groene vallei van Arequipa
De Chili-rivier laat een heel andere kant van Arequipa zien dan het historische centrum met zijn witte gebouwen en drukke straten. De rivier snijdt door de Chilina-vallei, waar het landschap plotseling groener wordt en landbouwgrond en terrassen langs het water scherp afsteken tegen de droge bergen en rotswanden die zo kenmerkend zijn voor deze omgeving.
Het bijzondere is hoe snel de stad daar naar de achtergrond verdwijnt. Je bent nog steeds in Arequipa en helemaal niet ver verwijderd van het dagelijkse stadsleven, maar tussen de rotswanden, het groen en het stromende water voelt het alsof je ergens veel verder de Andes in bent getrokken. Boven de vallei blijven de bergen en vulkanen aanwezig en juist vanaf het water zie je hoe merkwaardig dicht stad en ruige natuur hier naast elkaar kunnen bestaan.
Ik kende het gebied natuurlijk vanaf de kant en was vaak genoeg in de omgeving van de rivier geweest, maar vanaf het water ziet een landschap er ineens heel anders uit. Alleen moest ik daarvoor eerst één klein detail overwinnen.
Ik moest die boot daadwerkelijk in.
Er was nog tijd om weg te lopen
Voor vertrek kregen we uitleg over de peddels, de commando's en wat we tijdens de verschillende stroomversnellingen moesten doen, waarbij ik vooral geïnteresseerd was in het gedeelte waarin werd verteld wat er moest gebeuren wanneer iemand uit de boot viel. De rest luisterde waarschijnlijk aandachtig naar de juiste peddeltechniek, maar persoonlijk vond ik de instructies over hoe je weer veilig uit het water kwam aanzienlijk interessanter.
Daarna kreeg ik een helm op mijn hoofd, een zwemvest om mijn lijf en een peddel in mijn handen, waardoor ik er waarschijnlijk uitzag alsof ik precies wist wat ik ging doen, terwijl ik zelf vooral constateerde dat er technisch gezien nog steeds voldoende tijd was om mij om te draaien en naar huis te lopen.
Dat huis stond tenslotte maar een paar honderd meter verderop.
Maar wanneer je drie weken met een groep door Zuid-Peru reist, kun je moeilijk iedereen enthousiast een rubberboot insturen en vervolgens zelf aankondigen dat je thuis wel op de koffie wacht. Bovendien hadden mijn 21 reisgenoten inmiddels uitstekend door dat water niet bepaald mijn favoriete element was, waardoor terugtrekken waarschijnlijk nog jarenlang tijdens ieder gezamenlijk etentje tegen mij gebruikt zou worden.
Dus stapte ik in.
Dit viel eigenlijk best mee
De eerste minuten waren verrassend rustig en ik begon voorzichtig te vermoeden dat ik mij misschien voor niets druk had gemaakt. We bewogen door de vallei, het uitzicht vanaf het water was prachtig en met een groep Nederlanders verdeeld over verschillende boten was er voldoende lawaai om te voorkomen dat het een meditatieve natuurervaring zou worden.
Ik begon het zowaar leuk te vinden.
Dat bleek achteraf een iets te vroege conclusie.
Een rivier heeft namelijk de vervelende eigenschap dat hij zich niets aantrekt van het zelfvertrouwen dat je tijdens een paar rustige minuten hebt opgebouwd, en zodra de eerste serieuzere stroomversnellingen verschenen, veranderde mijn ontspannen boottochtje in een bezigheid waarbij ik tegelijkertijd moest peddelen, naar commando's luisteren, proberen in de boot te blijven zitten en ondertussen doen alsof ik dit allemaal volledig onder controle had.
Dat laatste lukte waarschijnlijk het minst goed.
Een goudvis op een rustige maandagmiddag
De boot dook het bewegende water in, kwam weer omhoog en ergens tijdens dat proces ontdekte ik dat de Chili-rivier een buitengewoon talent bezit om enorme hoeveelheden water precies in je gezicht te krijgen. Ik weet niet hoeveel rivierwater een mens tijdens een middag raften geacht wordt binnen te krijgen, maar volgens mijn eigen herinnering kreeg ik ongeveer evenveel naar binnen als een goudvis op een rustige maandagmiddag.
Mijn reisgenoten leken daar aanzienlijk minder problemen mee te hebben en hadden vooral veel plezier, niet in de laatste plaats omdat degene die hen drie weken door Zuid-Peru begeleidde inmiddels vooral bezig was zichzelf, zijn peddel en de inhoud van de Chili-rivier van elkaar te scheiden.
En toch gebeurde er iets vreemds.
Ik vond het fantastisch.
Ergens tussen het water in mijn gezicht, de volgende stroomversnelling en het geschreeuw en gelach vanuit de boot verdween mijn oorspronkelijke idee dat dit een buitengewoon slecht plan was en begon ik daadwerkelijk te genieten. Niet omdat water en ik plotseling vrienden waren geworden, want sommige verhoudingen hebben meer tijd nodig, maar omdat de combinatie van de rivier, de vallei en de groep waarmee ik daar zat gewoon geweldig was.
Een bekende plek vanuit een andere wereld
Wat mij uiteindelijk misschien nog het meest is bijgebleven, is hoe vreemd het is dat je zo dicht bij iets kunt wonen en het toch nooit werkelijk op die manier hebt gezien. De Chili-rivier lag praktisch in mijn achtertuin, ik kende de omgeving en had de vallei vaak genoeg gezien, maar vanuit een rubberboot tussen de rotswanden kreeg diezelfde plek ineens een compleet ander karakter.
Dat gebeurde mij in Peru wel vaker. Je denkt dat je een omgeving kent omdat je er tientallen keren langs bent gereden of gelopen, totdat je een keer een andere afslag neemt, ergens stopt waar je normaal gesproken doorrijdt of iets doet waarvan je jarenlang hebt gedacht dat het eigenlijk niets voor jou was.
Daarvoor hoefde ik dit keer niet eens ver te reizen.
Ik hoefde alleen maar vierhonderd meter van huis een rubberboot in te stappen.
Toen we uiteindelijk weer op de kant stonden, was ik nat, moe en vooral verbaasd dat ik zonder enige twijfel kon zeggen dat ik het opnieuw zou doen. Waarschijnlijk zou ik bij een volgende keer vlak voor vertrek opnieuw bedenken dat er ook mensen bestaan die vrijwillig gewoon langs een rivier wandelen, maar ik weet inmiddels ook hoe dat zou aflopen.
Ik zou toch weer instappen.
Soms hebben je gasten gelijk
Het grappige aan die middag is dat de rollen eigenlijk even waren omgedraaid. Ik begeleidde 21 Nederlandse gasten drie weken lang door Zuid-Peru en liet hun plekken zien waarvan ik vond dat ze die moesten ervaren, maar uitgerekend in Arequipa, op een paar honderd meter van mijn eigen huis, waren zij degenen die mij overhaalden iets te doen wat ik zelf steeds had laten liggen.
Misschien is dat wel een van de leukste kanten van reizen met andere mensen. Je denkt dat jij degene bent die de omgeving kent en anderen iets laat ontdekken, terwijl zij je soms juist dwingen opnieuw te kijken naar iets wat voor jou allang gewoon is geworden.
Zonder die groep was ik waarschijnlijk nog heel vaak langs de Chili-rivier gereden en had ik iedere passerende raft bekeken met de tevreden gedachte dat het er best leuk uitzag.
Vanaf de kant.
Water en ik zijn na die middag overigens nog steeds geen vrienden geworden, maar we hebben onze relatie wel enigszins verbeterd.
En met de Chili-rivier heb ik inmiddels vrede.