Wie door Zuid-Peru reist, legt niet alleen een enorme afstand af, maar maakt bijna ongemerkt ook een verticale reis die begint aan de Stille Oceaan en uiteindelijk tot boven de 5.000 meter kan voeren. Vanuit Lima gaat het via de droge kust en de woestijn rond Ica en Nasca langzaam richting Arequipa, waarna de Andes zich steeds nadrukkelijker met de reis gaan bemoeien en de weg via de Colca naar Puno en het Titicacameer klimt, om vervolgens weer af te dalen naar Cusco en nog verder naar Machu Picchu. Wie daarna vanuit Cusco naar Rainbow Mountain vertrekt, gaat opnieuw spectaculair omhoog. Juist die verschillen maken Zuid-Peru zo bijzonder, want binnen één reis veranderen niet alleen de steden en landschappen, maar ook de lucht, temperatuur, begroeiing en uiteindelijk de manier waarop je lichaam op de omgeving reageert.
📍 Locatie: Lima | Ica | Nasca | Arequipa | Colca | Puno | Cusco | Machu Picchu
📖 Leestijd: 9 minuten
🏷️ Categorie: Peru | Zuid-Peru | Reizen | Hoogte
Van de Stille Oceaan langzaam richting de Andes
Wanneer je in Lima aan een reis door Zuid-Peru begint, speelt hoogte eigenlijk nog nauwelijks een rol, want de stad ligt direct aan de Stille Oceaan en grote delen bevinden zich maar weinig boven zeeniveau. Het is moeilijk voor te stellen dat je tijdens dezelfde reis enkele dagen later over wegen kunt rijden die boven de 4.000 meter uitkomen, terwijl je daarvoor geen berg hoeft te beklimmen en soms niet veel meer hoeft te doen dan in een bus of auto blijven zitten en uit het raam kijken hoe het landschap langzaam verandert.
Dat vind ik een van de mooie kanten van een reis over land door Zuid-Peru, omdat de overgang naar de Andes niet op één moment plaatsvindt, maar zich gedurende honderden kilometers voor je ogen voltrekt. Je begint tussen de oceaan, kuststeden en droge heuvels, rijdt daarna steeds verder de woestijn in en krijgt pas veel later de enorme vulkanen en hoogvlaktes te zien waarmee Zuid-Peru zo vaak wordt geassocieerd.
Ica en Nasca – nog ver beneden de hoge Andes
Vanuit Lima voert de route naar het zuiden langs de kust richting Paracas en Ica, waar het landschap steeds droger wordt en enorme zandduinen uiteindelijk belangrijker lijken te worden dan bergen. Ica ligt rond 406 meter boven zeeniveau, waardoor hoogte hier voor een reiziger nog nauwelijks een onderwerp is en je bij Huacachina eerder bezig zult zijn met de vraag hoe al dat zand daar terecht is gekomen dan met de hoeveelheid zuurstof in de lucht.
Verder naar het zuiden ligt Nasca, eveneens in die uitgestrekte kustwoestijn, waar de beroemde Nascalijnen misschien de bekendste reden zijn om te stoppen, maar waar je tijdens een langere reis ook begint te merken dat je langzaam een ander Peru binnenrijdt. De kust en de woestijn domineren nog steeds het landschap, maar wie daarna over land richting Arequipa rijdt, laat het lage deel van de reis achter zich en begint aan een overgang die uiteindelijk duizenden meters omhoog zal voeren.
Het bijzondere is dat die verandering onderweg veel duidelijker wordt wanneer je reist dan wanneer je alleen naar een kaart kijkt, want op een kaart zie je vooral kilometers en plaatsnamen, terwijl je buiten de ramen langzaam merkt dat de omgeving ruiger wordt, de bergen dichterbij komen en de weg zich steeds verder van de Stille Oceaan verwijdert.
Arequipa – 2.335 meter en ineens midden tussen de vulkanen
Arequipa ligt op ongeveer 2.335 meter boven zeeniveau, wat betekent dat je vanuit de kustwoestijn ineens een flinke sprong omhoog hebt gemaakt, hoewel de stad zelf voor veel bezoekers helemaal niet aanvoelt als een extreme bergbestemming. Je loopt door het historische centrum, zit op een terras, bezoekt een markt of kijkt vanaf de Plaza de Armas naar de Misti en de andere vulkanen rond de stad, terwijl je gemakkelijk vergeet dat je inmiddels ruim twee kilometer boven de oceaan bent waar deze reis begon.
Juist daarom vind ik Arequipa een mooie plaats om tijdens een reis door Zuid-Peru wat langer te blijven, niet alleen omdat er in en rond de stad genoeg te zien is, maar ook omdat je hier de overgang maakt tussen het lage kustgebied en het veel hogere Andesgebied dat daarna volgt. Wie vanuit Arequipa verdergaat richting de Colca, ontdekt namelijk vrij snel dat 2.335 meter voor Zuid-Peruaanse begrippen nog helemaal niet zo indrukwekkend hoog is.
Naar de Colca – duizenden meters omhoog zonder te wandelen
De weg van Arequipa richting de Colca behoort voor mij tot de mooiste voorbeelden van hoe spectaculair hoogteverschillen in Zuid-Peru kunnen zijn, omdat de stad langzaam achter je verdwijnt en plaatsmaakt voor een steeds leger landschap waarin vulkanen, vicuña's, kale vlaktes en enorme luchten de hoofdrol overnemen, terwijl de weg ondertussen blijft stijgen en je ongemerkt de grens van 3.000 en daarna 4.000 meter passeert.
Onderweg kom je bij Patapampa, op ongeveer 4.800 meter, waarmee je vanuit Arequipa in een paar uur tijd bijna tweeënhalve kilometer hoger bent gekomen zonder daarvoor een bergwand te hoeven beklimmen. Je kunt gewoon uit de auto of bus stappen en ineens op een hoogte staan die voor Europese begrippen nauwelijks voorstelbaar is, terwijl de vulkanen om je heen nog steeds honderden meters boven je uitsteken.
Daarna daalt de route weer richting Chivay en de Colca, waar Chivay rond 3.600 meter ligt en waar het eigenlijk onmogelijk wordt om één hoogte aan “de Colca” te verbinden, omdat het gebied bestaat uit diepe valleien, dorpen, terrassen, bergwanden en passen die onderling enorme hoogteverschillen kennen.
Puno – hoger dan Cusco
Wie vanuit de Colca verdergaat naar Puno, komt terecht op de Altiplano, de uitgestrekte hoogvlakte die een compleet ander gezicht van Peru laat zien en waar het landschap soms zo open en leeg is dat afstanden nauwelijks nog zijn in te schatten. Puno zelf ligt op ongeveer 3.827 meter, aan het Titicacameer, waardoor een complete stad met huizen, winkels, scholen, restaurants, wegen en dagelijks verkeer zich bijna vier kilometer boven zeeniveau bevindt.
Wat veel reizigers niet weten, is dat Puno hoger ligt dan Cusco, terwijl Cusco vanwege zijn ligging in de Andes vaak automatisch als de hogere bestemming wordt gezien. Het verschil is ruim vierhonderd meter en wanneer je over land van Puno richting Cusco reist, gaat de hoogtelijn dus niet verder omhoog, maar uiteindelijk juist weer naar beneden.
Ook het Titicacameer maakt die hoogte bijna onwerkelijk, omdat je naar een enorme blauwe watervlakte kijkt die eruitziet alsof hij net zo goed ergens op zeeniveau zou kunnen liggen, terwijl het water zelf zich al rond de 3.800 meter bevindt en de bergen eromheen daar nog eens bovenuit steken.
Cusco – nog steeds hoog, maar inmiddels alweer lager
Cusco ligt rond 3.400 meter, wat natuurlijk nog steeds behoorlijk hoog is, maar na Puno betekent dat dus een daling van enkele honderden meters. Wanneer je rechtstreeks vanuit Lima naar Cusco vliegt, ervaar je dat heel anders, omdat je binnen zeer korte tijd van vrijwel zeeniveau naar ruim drie kilometer hoogte gaat, terwijl een route over land via Ica, Nasca, Arequipa, de Colca en Puno de hoogte veel geleidelijker onderdeel van de reis laat worden.
Dat is ook precies waarom ik in mijn eigenwijze reisgids Voorbij de Vulkanen – Peru Eigenwijze Reisgids over Zuid-Peru niet alleen schrijf over de bestemmingen van Zuid-Peru, maar juist ook over de route ertussen, het reistempo en de volgorde waarin je die plaatsen kunt bezoeken. Een reis is voor mij niet simpelweg een verzameling stippen op een kaart, want de weg van Lima naar Arequipa en vervolgens richting Colca, Puno en Cusco bepaalt minstens zo sterk wat je onderweg ervaart als de plaatsen waar je uiteindelijk je hotel binnenstapt.
Machu Picchu – bijna duizend meter lager dan Cusco
Een van de leukste verrassingen in dit hele hoogteverhaal blijft Machu Picchu, omdat vrijwel iedere foto de indruk geeft dat de Incastad ergens op een van de hoogste plekken van Peru tussen enorme bergtoppen is gebouwd, terwijl Machu Picchu met ongeveer 2.430 meter juist bijna duizend meter lager ligt dan Cusco.
Wie vanuit Cusco richting de Heilige Vallei en uiteindelijk Machu Picchu reist, gaat dus behoorlijk naar beneden en ziet tegelijkertijd het landschap veranderen, omdat de droge en hogere Andes geleidelijk plaatsmaakt voor een groenere, vochtigere wereld met steile begroeide bergwanden. De hoogte neemt af, maar het landschap wordt daardoor zeker niet minder spectaculair; het wordt vooral compleet anders.
Dat is precies waarom alleen een lijstje met hoogtes nooit het hele verhaal vertelt, want 2.430 meter bij Machu Picchu voelt en ziet er totaal anders uit dan 2.335 meter in Arequipa, terwijl die twee getallen op papier nauwelijks van elkaar verschillen.
Rainbow Mountain – en dan ineens naar 5.200 meter
Wanneer je vanuit Cusco denkt dat je inmiddels wel ongeveer begrijpt hoe hoogte in Peru werkt, is er altijd nog Rainbow Mountain, oftewel Vinicunca, waar je tijdens een excursie uiteindelijk rond de 5.200 meter kunt bereiken. Vanuit Cusco betekent dat opnieuw een stijging van bijna twee kilometer en vanaf Machu Picchu gerekend zelfs bijna drie kilometer, terwijl al die plekken vaak binnen één en dezelfde rondreis door Zuid-Peru worden bezocht.
Op ruim vijf kilometer hoogte wordt wandelen vanzelf een ander verhaal en is het verschil met de kust waar de reis begon enorm, maar juist daardoor laat Rainbow Mountain zo mooi zien hoeveel verschillende werelden er binnen Zuid-Peru bestaan. Van de Stille Oceaan en de woestijn bij Ica en Nasca tot de vulkanen van Arequipa, de hoogvlaktes rond Puno, het historische Cusco, het groene Machu Picchu en uiteindelijk de gekleurde berghellingen boven de 5.000 meter: het past allemaal binnen één reis.
Van bijna zeeniveau tot boven de 5.000 meter
Wanneer je de belangrijkste plaatsen achter elkaar zet, wordt pas echt zichtbaar hoeveel je tijdens zo'n reis omhoog en weer omlaag gaat:
Lima – vrijwel zeeniveau
Ica – ongeveer 406 meter
Nasca – ongeveer 520 meter
Arequipa – 2.335 meter
Chivay – ongeveer 3.635 meter
Puno – ongeveer 3.827 meter
Cusco – ongeveer 3.400 meter
Machu Picchu – ongeveer 2.430 meter
Rainbow Mountain – ongeveer 5.200 meter
Die volgorde vind ik belangrijker dan alleen de afzonderlijke cijfers, want ze laat precies zien wat er tijdens de reis gebeurt: vanuit de kust ga je langzaam omhoog naar Arequipa, vervolgens verder naar de Colca en Puno, daarna daal je via Cusco behoorlijk af naar Machu Picchu en voor Rainbow Mountain schiet de lijn uiteindelijk weer omhoog tot boven de 5.000 meter.
Niet alleen waar je reist, maar vooral hoe
In Voorbij de Vulkanen – Peru Eigenwijze Reisgids over Zuid-Peru loopt de reis niet toevallig van Lima, Paracas, Ica, Huacachina en Nasca verder naar Arequipa, de Colca en het Titicacameer, om uiteindelijk via Cusco, de Heilige Vallei en de bergen richting Machu Picchu te trekken, want juist onderweg tussen die bekende bestemmingen verandert Zuid-Peru voortdurend van karakter.
Daarom schrijf ik in die gids ook over hoogte en reistempo, want vanuit Lima rechtstreeks naar Cusco vliegen is misschien sneller, maar het levert een totaal andere reis op dan langzaam vanuit de kust naar het zuiden trekken en de Andes stap voor stap dichterbij zien komen. In de gids beschrijf ik bovendien waarom een route via Arequipa de hoogte geleidelijker opbouwt dan wanneer je rechtstreeks vanuit Lima naar Cusco vliegt.
Dat betekent overigens niet dat iedereen dezelfde route moet volgen, want juist het tegenovergestelde is de gedachte achter Voorbij de Vulkanen – Peru Eigenwijze Reisgids over Zuid-Peru: gebruik een route als hulpmiddel, wijk ervan af wanneer je daar zin in hebt, blijf ergens langer wanneer een plek je bevalt en sla iets over wanneer het je niets zegt.
Zuid-Peru. Op jouw manier.
Hoe hoog ligt het eigenlijk?
Misschien verklaart dit uiteindelijk ook waarom er zoveel wordt gezocht naar vragen als hoe hoog ligt Arequipa, hoogte Cusco, hoe hoog ligt Machu Picchu en hoogte Rainbow Mountain, want in Zuid-Peru is hoogte geen geografisch detail dat alleen interessant is voor een kaart.
Het is onderdeel van de reis zelf.
Je begint met de Stille Oceaan naast je, rijdt door een woestijn waarin nauwelijks iets groeit, ziet vervolgens de vulkanen steeds groter worden, staat enkele dagen later tussen vicuña's op een hoogvlakte boven de 4.000 meter, kijkt bij Puno uit over een meer dat zelf al bijna vier kilometer boven de oceaan ligt, daalt daarna af naar het groene landschap rond Machu Picchu en kunt vervolgens, als je daar nog behoefte aan hebt, opnieuw richting 5.200 meter vertrekken.
En als je zo naar Zuid-Peru kijkt, wordt de interessantste vraag uiteindelijk niet alleen hoe hoog een bepaalde plaats ligt, maar vooral wat je allemaal tegenkomt terwijl je ernaartoe reist