Een boek over Peru schrijven leek mij aanvankelijk vooral een kwestie van verhalen verzamelen, foto’s uitzoeken en uiteindelijk op ‘drukken’ klikken. Inmiddels weet ik beter. Na vijf jaar wonen in Arequipa, honderden pagina’s tekst, duizenden foto’s, 33 misdrukken en vier proefdrukken ligt Verder dan de Vulkanen eindelijk bij lezers op tafel. En alsof één boek nog niet genoeg was, ligt inmiddels ook mijn tweede boek over Zuid-Peru, Voorbij de Vulkanen, bij de drukker. Hoe dat zo gekomen is? Waarschijnlijk omdat vijf jaar Peru zich simpelweg niet in één boek laat stoppen.
📍 Locatie: Arequipa | Zuid-Peru | Nederland
📖 Leestijd: 8 minuten
🏷️ Categorie: Peru | Boeken | Verhalen uit Peru
Een boek over vijf jaar wonen in Peru
Toen ik in Arequipa woonde, was ik helemaal niet iedere dag bezig met het idee dat daar ooit een boek uit moest ontstaan. Ik schreef verhalen, maakte foto’s, trok de bergen in, reed door Zuid-Peru en kwam op plaatsen waar soms nauwelijks buitenlandse reizigers kwamen. De vulkanen Misti, Chachani en Pichu Pichu waren onderdeel van het dagelijks decor, terwijl bestemmingen als de Colca Canyon, het Titicacameer, Cusco en de Heilige Vallei steeds vertrouwder werden.
Pas later ontstond het idee om al die ervaringen samen te brengen in één boek. Niet als klassieke reisgids waarin wordt uitgelegd waar je een buskaartje koopt of welk hotel je moet reserveren, maar als een persoonlijk verhaal over hoe het werkelijk is om langere tijd in Peru te wonen en te leven.
Dat werd Verder dan de Vulkanen – vijf jaar leven in het zuiden van Peru.
Het schrijven zelf bleek achteraf misschien nog wel het eenvoudigste gedeelte.
Van Word-bestand naar een echt boek
Wie nog nooit zelf een boek heeft gemaakt, denkt waarschijnlijk ongeveer hetzelfde als ik ooit dacht: als de tekst klaar is en de foto’s zijn gekozen, dan ben je er bijna. In werkelijkheid begint er dan een compleet nieuw traject waarin ineens zaken belangrijk worden waar je tijdens het schrijven geen seconde over hebt nagedacht.
Papierformaat, marges, lettertypes, resolutie van foto’s, paginanummers, witruimtes, hoofdstukken die op de juiste pagina moeten beginnen, de dikte van de rug en een omslag die op een computerscherm prachtig kan lijken maar gedrukt toch weer anders uitpakt. Zelfs een verschuiving van een paar millimeter kan ineens enorm opvallen wanneer je het fysieke boek voor je hebt liggen.
En dus volgde er een proefdruk.
Daarna nog één.
En nog één.
Uiteindelijk waren er vier proefdrukken en daarnaast 33 exemplaren die ik zelf als misdruk beschouw. Niet omdat er 33 compleet onleesbare boeken uit een drukpers kwamen rollen, maar omdat ik iedere keer weer iets zag waarvan ik vond dat het beter moest.
Een foto die niet helemaal goed uitkwam, een pagina die anders moest, een detail in de opmaak of iets waarvan waarschijnlijk negen van de tien lezers nooit zouden zeggen dat het verkeerd was.
Maar ik zag het wel.
En als je je eigen naam op de voorkant zet, wordt dat ineens belangrijk.
Wanneer is een boek eigenlijk klaar?
Dat bleek misschien wel de moeilijkste vraag van het hele proces. Aan een digitaal bestand kun je namelijk eindeloos blijven werken. Je kunt altijd nog één zin veranderen, een foto iets verschuiven, een titel aanpassen of besluiten dat een pagina toch mooier kan.
Alleen komt er dan nooit een boek.
Op een gegeven moment moest ik dus accepteren dat perfect niet bestaat. Niet bij mijn eerste boek en waarschijnlijk ook niet bij mijn tiende, mocht ik ooit zo gek zijn om zover te komen. Er komt een moment waarop je moet kunnen zeggen dat het goed is, het bestand moet afsluiten en iemand anders het boek moet laten lezen.
En juist dat laatste bleek veel vreemder dan ik had verwacht.
Ineens ligt je boek bij Tim Voors op tafel
Een van de exemplaren van Verder dan de Vulkanen stuurde ik naar Tim Voors, schrijver, avonturier en langeafstandswandelaar. Hij heeft zelf meerdere boeken geschreven en weet dus precies hoeveel werk er achter een boek zit voordat iemand het uiteindelijk als vanzelfsprekend uit een envelop haalt.
Niet veel later kreeg ik via WhatsApp een foto terug.
Mijn boek lag bij hem op tafel.
Daarbij stond:
“Dankjewel! Ziet er goed uit, wat een productie.”
Een korte reactie, maar juist daarom vond ik hem mooi. Geen uitgebreide recensie, geen verkooppraatje en geen beleefd verhaal van een halve pagina. Gewoon iemand die zelf boeken maakt, naar mijn boek kijkt en constateert: wat een productie.
Op zo’n moment verdwijnen die 33 misdrukken ineens een beetje naar de achtergrond.
Want het boek ligt daar.
Bij iemand anders.
En daarmee is iets wat jarenlang bestond uit herinneringen aan Peru, losse teksten, duizenden foto’s en uiteindelijk een enorm Word- en PDF-bestand ineens een echt boek geworden.
Na één boek over Peru kwam er natuurlijk een tweede
Een verstandig mens zou na zo’n traject waarschijnlijk even stoppen. Boek klaar, website online, exemplaren versturen en vervolgens een tijdje helemaal niets meer willen horen over marges, drukbestanden, rugdiktes of PDF’s.
Bij mij gebeurde ongeveer het tegenovergestelde.
Tijdens het maken van Verder dan de Vulkanen werd namelijk steeds duidelijker hoeveel informatie en hoeveel verhalen er níét in dat boek pasten. Vijf jaar wonen in Peru levert simpelweg te veel materiaal op om alles in één persoonlijk reisverhaal te stoppen.
Daarom begon ik aan Voorbij de Vulkanen, een uitgebreide reisgids over Zuid-Peru.
Dit keer wilde ik niet alleen vertellen wat ik zelf had meegemaakt, maar juist mijn kennis van het zuiden van Peru gebruiken om reizigers verder te laten kijken dan de bekende route. Natuurlijk komen Arequipa, de Colca Canyon, het Titicacameer, Cusco, Machu Picchu, Lima, Ica en Nazca voorbij, maar ook plekken waar aanzienlijk minder buitenlandse bezoekers komen.
Want juist daar ligt voor mij nog altijd een groot deel van de aantrekkingskracht van Peru.
Zuid-Peru is veel groter dan de bekende rondreis
Wie voor het eerst naar Peru reist, komt al snel bij ongeveer dezelfde route uit. Lima, Arequipa, Colca, Puno, Cusco en Machu Picchu vormen samen een fantastische reis en ik zou niemand adviseren die plekken over te slaan.
Maar Zuid-Peru houdt daar niet op.
Dat merkte ik in de jaren dat ik er woonde steeds opnieuw. Zodra je de bekendste route verlaat, verandert het reizen. Afstanden worden groter, informatie wordt schaarser en soms moet je simpelweg vragen welke bus er überhaupt naar een volgende plaats rijdt. Daar staat tegenover dat je terechtkomt op plekken waar toerisme nog geen dagelijkse industrie is geworden.
Cotahuasi is daar een mooi voorbeeld van. Een enorm beschermd landschap in de regio Arequipa waar volgens officiële cijfers maar een paar honderd buitenlandse bezoekers per jaar komen. Het ligt niet aan de andere kant van Peru en toch voelt het, wanneer je er eenmaal bent, alsof je een compleet andere wereld bent binnengereden.
Dat soort plekken wilde ik in Voorbij de Vulkanen ook een plaats geven.
Niet omdat iedereen er morgen naartoe moet, maar omdat Peru veel interessanter wordt zodra je weet hoeveel er achter die bekende namen op de kaart verborgen ligt.
Twee boeken, maar eigenlijk één verhaal
Hoewel Verder dan de Vulkanen en Voorbij de Vulkanen twee verschillende boeken zijn, horen ze voor mij wel bij elkaar. Het eerste vertelt vooral wat Peru met mij deed: vijf jaar wonen, reizen, wandelen, mensen ontmoeten en uiteindelijk weer vertrekken.
Het tweede draait de richting om en probeert iets terug te geven van wat ik in die jaren heb geleerd. Waar kun je heen? Wat ligt er achter de bekende bestemmingen? Welke routes zijn interessant? En vooral: waarom zou je soms een dag langer onderweg zijn om ergens te komen waar bijna niemand anders naartoe gaat?
Het persoonlijke verhaal werd daardoor vanzelf een reisgids.
En die reisgids werd uiteindelijk opnieuw een boek van ongeveer 300 pagina’s.
Blijkbaar had ik na 33 misdrukken nog steeds niets geleerd.
Nu moet alleen de drukker nog even meewerken
Op dit moment is het vooral wachten tot Voorbij de Vulkanen definitief door de technische controle komt en gedrukt kan worden. Na alle lessen van het eerste boek zou je verwachten dat ik daar inmiddels heel ontspannen onder ben.
Dat valt mee.
Ik kijk nog steeds naar iedere pagina, ieder detail en iedere melding alsof ergens plotseling een compleet nieuwe fout tevoorschijn kan komen.
Maar één ding is inmiddels anders.
Bij het eerste boek vroeg ik mij nog regelmatig af of het ooit echt af zou komen. Inmiddels weet ik dat er uiteindelijk een moment komt waarop een pakket wordt bezorgd, je het boek uit de doos haalt en je voor het eerst niet naar een PDF kijkt maar naar iets wat je daadwerkelijk kunt vasthouden.
En soms krijg je daarna onverwacht een foto toegestuurd waarop jouw boek bij iemand anders op tafel ligt.
Misschien is dat uiteindelijk wel het mooiste moment van het hele proces.
Niet het schrijven van de laatste zin. Niet het krijgen van een ISBN. Niet het uploaden van het definitieve bestand.
Maar het moment waarop je beseft:
het is niet meer alleen van mij. Iemand anders heeft het nu in handen.
En Voorbij de Vulkanen?
Die moet alleen nog even van het beeldscherm af en de drukpers op.
Pumbo, jullie mogen beginnen.