Een hoed is nooit zomaar een hoed

Van eeuwenoude hoofddeksels tot de kleurrijke hoeden van Peru

Een hoed beschermt tegen de zon, maar vertelt soms ook iets over iemands afkomst, cultuur of karakter. Van de eerste hoofddeksels en de oude Grieken tot de Wari en de kleurrijke hoeden van de Peruaanse Andes. En natuurlijk mijn eigen hoeden, die ik in Peru graag een persoonlijk tintje gaf.

📍 Locatie: Peru | Andes | Wereldwijd

📖 Leestijd: 8 minuten

🏷️ Categorie: Peru | Cultuur | Geschiedenis | Reizen

Een hoed hoorde er in Peru gewoon bij

In Peru ging ik naar buiten met een hoed op. Daar dacht ik eigenlijk nauwelijks over na, want het hoorde voor mij gewoon bij het dagelijks leven. Bovendien was ik bepaald niet de enige die iets op zijn hoofd droeg.

In het straatbeeld zag je allerlei soorten hoeden en petten. Wanneer je verder de Andes in ging, werd die verscheidenheid alleen maar groter. Traditionele hoeden die duidelijk bij een bepaalde streek hoorden, maar ook gewone vilthoeden, strohoeden en allerlei praktische modellen die vooral bescherming boden tegen de zon.

Voor mijn wandelingen had ik weer andere exemplaren. Wanneer je in Zuid-Peru urenlang de bergen in gaat, soms op behoorlijke hoogte, is een goede hoed geen overbodige luxe.

Sommige hoeden vond ik mooi zoals ze waren. Bij andere begon voor mij het leukste gedeelte eigenlijk pas nadat ik ze had gekocht.

Een stuk spijkerstof, touw, een andere band of wat verf kon voldoende zijn om van een gewone hoed iets persoonlijks te maken. De hoeden zelf maakte ik niet, maar de versieringen wel.

Maar wie heeft eigenlijk ooit de eerste hoed bedacht?

Waar komt de hoed vandaan?

Niemand weet precies wie de hoed heeft uitgevonden. Waarschijnlijk begonnen mensen duizenden jaren geleden hun hoofd te bedekken met bladeren, dierenhuiden of gevlochten plantenvezels.

De reden laat zich raden. Bescherming tegen de zon, regen en kou.

Maar een hoofddeksel kreeg al vroeg een tweede functie. Het kon laten zien wie iemand was, waar hij vandaan kwam of welke positie hij binnen een gemeenschap bekleedde.

In het oude Griekenland droegen reizigers en herders bijvoorbeeld de petasos. Deze hoed had een brede rand en was bijzonder geschikt voor lange reizen onder de brandende zon.

Zelfs Hermes, de Griekse god van de reizigers, werd regelmatig met zo'n hoed afgebeeld.

Een hoed voor reizigers. Dat spreekt mij natuurlijk wel aan.

Drieduizend jaar hoedengeschiedenis

In Schotland werd in 1953 tijdens het turfsteken een bijzondere vondst gedaan: een ongeveer drieduizend jaar oude hoed van paardenhaar.

Drieduizend jaar!

En wij denken tegenwoordig dat we origineel zijn met onze hoeden.

Door de eeuwen heen ontwikkelden zich steeds nieuwe modellen. Hoge hoeden, bolhoeden, breedgerande vilthoeden en exemplaren met zulke uitbundige versieringen dat je je afvraagt hoe de drager ooit door een deuropening kwam.

In Europa werd de hoed lange tijd een teken van rijkdom, beroep of maatschappelijke positie. Er waren zelfs tijden waarin een heer zonder hoed nauwelijks fatsoenlijk de deur uit kon.

Maar voor de interessantste verhalen moeten we natuurlijk naar Peru.

De hoeden van de Wari

Lang voordat de Inca's hun enorme rijk opbouwden, maakten de Wari al bijzondere hoofddeksels.

Hun vierpuntige hoeden werden vervaardigd uit zorgvuldig gekleurde vezels en voorzien van ingewikkelde geometrische patronen. Sommige exemplaren waren verbonden met aanzien en maatschappelijke positie.

Stel je eens voor hoeveel werk daarin moet hebben gezeten. Zonder moderne machines, zonder fabrieken en zonder een webshop waar je even een nieuwe bestelt.

Een hoed was vakmanschap.

De Wari waren overigens maar een van de vele bijzondere beschavingen die Peru vóór de Inca's kende. Daarover schreef ik eerder in Wie leefden er vóór de Inca's?
.

Peru: waar een hoed een verhaal vertelt

Wie door de Peruaanse Andes reist, ontdekt al snel dat een hoed daar veel meer is dan een modeaccessoire.

Je ziet vrouwen met kleurrijke monteras, breedgerande vilthoeden en allerlei andere modellen. Soms rijkelijk versierd met borduursels, linten of bloemen.

En wat het bijzonder maakt: de hoeden verschillen van streek tot streek.

Een traditionele hoed uit de omgeving van Cusco ziet er niet noodzakelijk hetzelfde uit als een hoed uit de Colcavallei. De vorm, kleur en versiering kunnen iets vertellen over de gemeenschap waartoe iemand behoort.

Voor een buitenstaander is het misschien gewoon een mooie hoed. Voor degene die hem draagt, kan er een hele familiegeschiedenis achter zitten.

Dat is precies wat ik zo mooi vind aan Peru. Je kunt er jarenlang rondreizen en nog steeds nieuwe dingen ontdekken in iets wat je al honderden keren hebt gezien.

En toen kwamen de Europeanen

Met de komst van de Spanjaarden veranderde er veel in Peru. Ook de kleding en de hoofddeksels.

Europese hoedenvormen werden overgenomen en aangepast aan lokale gebruiken. Zo ontstonden bijzondere combinaties van Europese modellen en eeuwenoude tradities uit de Andes.

En dan zijn er natuurlijk de bolhoeden.

Vooral in Bolivia zijn de kleine bolhoeden van de cholitas wereldberoemd. Ook in delen van Peru kom je Europese hoedmodellen tegen die een heel eigen lokaal karakter hebben gekregen.

Het blijft een bijzonder gezicht: een vrouw in kleurrijke Andeskleding met op haar hoofd een hoed die je ook op een oude foto van een Engelse zakenman zou kunnen tegenkomen.

Alleen staat hij haar vaak een stuk beter.

Van een gekochte hoed maakte ik mijn eigen exemplaar

Terug naar mijn eigen hoeden.

Sommige exemplaren die ik in Peru kocht, heb ik zelf gedecoreerd. Niet volgens een vast ontwerp, maar gewoon door te kijken wat ik mooi vond.

Een stuk spijkerstof, touw, verf of een andere band. Soms was een kleine aanpassing voldoende om een hoed een compleet andere uitstraling te geven.

Drie van die hoeden heb ik ooit samen op de foto gezet. Als ik daar nu naar kijk, zie ik niet alleen drie hoeden aan een muur hangen, maar ook iets wat destijds een heel normaal onderdeel van mijn leven in Peru was.

De ene was groter en opvallender dan de andere. Geen van de drie hoefde perfect te zijn.

Het ging er vooral om dat ik ze zelf mooi vond.

Van de Andes naar Indiana Jones

Tegenwoordig val ik meestal op een fedora met een mooie rand en een niet al te hoge kroon. Een beetje het model dat je bij Indiana Jones verwacht.

Misschien komt dat doordat ik een hoed vooral associeer met reizen. Met stoffige wegen, bergen, kleine dorpjes en plekken waar je eigenlijk helemaal niet van plan was terecht te komen.

Een goede hoed moet wat mij betreft tegen een stootje kunnen. Hij hoeft er na iedere wandeling niet uit te zien alsof hij net uit de etalage komt.

Mijn nieuwste aanwinst is een zwarte fedora. Opvouwbaar, wat voor iemand die graag reist bepaald geen overbodige luxe is.

Of hij straks net zo lekker zit als ik hoop, moet nog blijken. Een hoed op een foto en een hoed op je eigen hoofd zijn tenslotte twee heel verschillende dingen.

Misschien gaat hij mee op mijn volgende reis. Misschien wordt het een hoed die ik jarenlang draag. Of misschien eindigt hij uiteindelijk naast de andere exemplaren die ik ooit kocht omdat ik er op dat moment absoluut niet zonder kon.

Wat ik inmiddels wel weet, is dat er achter zo'n eenvoudig hoofddeksel een verrassend lange geschiedenis schuilgaat.

Van Griekse reizigers en eeuwenoude Wari-hoeden tot de kleurrijke tradities van de Andes.

En van de Andes uiteindelijk weer naar mijn eigen hoedenverzameling.

Een hoed is nooit zomaar een hoed.

Al is het soms ook gewoon een uitstekend excuus om er nóg eentje te kopen.

¡Buen viaje!