De vergeten beschavingen van Zuid-Peru
Wie aan de oude geschiedenis van Peru denkt, denkt bijna automatisch aan de Inca’s. Aan Cusco, Machu Picchu, stenen muren en het enorme wegennet door de Andes. Toch vormden de Inca’s slechts het laatste grote hoofdstuk vóór de komst van de Spanjaarden. Lang voordat hun rijk ontstond, leefden in Zuid-Peru al jagers, boeren, kunstenaars, ingenieurs, krijgers en machtige regionale volkeren. Zij legden wegen aan, maakten landbouw mogelijk in de woestijn, bouwden steden en ontwikkelden religies waarvan later veel door de Inca’s werd overgenomen.
📍 Locatie: Zuid-Peru
📖 Leestijd: 8 minuten
🏷️ Categorie: Peru | Geschiedenis | Pre-Inca | Cultuur
De Inca’s waren niet de eerste
De Inca’s zijn tegenwoordig het bekendste volk uit de geschiedenis van Peru. Dat komt voor een belangrijk deel doordat zij aan de macht waren toen de Spanjaarden in de zestiende eeuw arriveerden.
De Spaanse kroniekschrijvers schreven vooral over wat zij zelf aantroffen: een enorm rijk met Cusco als politieke en religieuze hoofdstad. Daardoor kregen de Inca’s later een veel prominentere plaats in geschiedenisboeken dan de volkeren die vóór hen leefden.
Toch bestond het grote Incarijk nog geen eeuw in zijn meest uitgebreide vorm.
Toen de Inca’s begonnen uit te breiden, vonden zij geen leeg land. Zij kwamen terecht in een wereld met oude steden, lokale koninkrijken, landbouwterrassen, irrigatiekanalen, handelsroutes en religieuze centra die soms al eeuwen of zelfs duizenden jaren bestonden.
De Inca’s waren dus niet het begin van de Peruaanse beschaving. Ze waren erfgenamen, veroveraars en organisatoren van alles wat vóór hen was ontstaan.
De eerste bewoners van Peru
De eerste mensen arriveerden waarschijnlijk ongeveer 20.000 jaar geleden in het gebied dat nu Peru heet. Over de precieze datering bestaat nog discussie, maar duidelijk is dat mensen hier duizenden jaren vóór de eerste grote beschavingen leefden.
Deze vroege bewoners waren jagers en verzamelaars. Zij trokken door de kustgebieden, valleien en hooglanden op zoek naar water, planten en dieren. Hun wereld zag er anders uit dan het huidige Peru en ook het klimaat veranderde in de loop van duizenden jaren.
Zij lieten geen grote steden of geschreven teksten achter. Wat we over hen weten, komt uit stenen werktuigen, resten van vuurplaatsen, graven en rotstekeningen.
In Zuid-Peru zijn onder andere in Toquepala en Sumbay oude rotsschilderingen gevonden. Ze tonen dieren en jachtscènes en geven een zeldzaam beeld van het leven lang voordat er sprake was van Inca’s, tempels of stenen paleizen.
Van rondtrekken naar vaste nederzettingen
Langzaam veranderde de manier waarop mensen leefden. Ze gingen gewassen verbouwen, dieren houden en langere tijd op dezelfde plaats wonen.
Dat was in Zuid-Peru geen eenvoudige ontwikkeling. Aan de kust viel vrijwel geen regen, terwijl hoog in de Andes kou, hoogte en grote temperatuurverschillen het leven bepaalden.
Toch leerden gemeenschappen omgaan met die omstandigheden. Langs rivieren werden irrigatiekanalen aangelegd. In de bergen ontstonden landbouwterrassen en werden gewassen geteeld die geschikt waren voor verschillende hoogtezones.
Aardappelen, quinoa en maïs kregen ieder hun eigen plaats. Lama’s en alpaca’s leverden wol, vlees en vervoer.
Al duizenden jaren vóór de Inca’s wisselden bewoners van de kust, de valleien en het hoogland producten met elkaar uit. Vis en schelpdieren gingen richting de Andes, terwijl wol, aardappelen en andere producten naar de kust werden gebracht.
Zuid-Peru was daardoor geen verzameling afgesloten gebieden. De verschillende landschappen waren al vroeg economisch en cultureel met elkaar verbonden.
Paracas: meesters van textiel en begrafenisrituelen
Een van de bekendste vroege culturen van Zuid-Peru is de Paracascultuur. Deze ontwikkelde zich aan de zuidkust, vooral in het gebied rond het huidige schiereiland Paracas en de regio Ica.
Paracas is vooral beroemd geworden door uitzonderlijk verfijnde textielkunst. Sommige mantels bevatten ingewikkelde patronen en tientallen kleuren. Ze tonen mensen, dieren, bovennatuurlijke figuren en wezens die menselijke en dierlijke kenmerken combineren.
De droge woestijngrond zorgde ervoor dat veel textiel, lichamen en grafgiften uitzonderlijk goed bewaard zijn gebleven.
De overledenen werden in doeken gewikkeld en samen met kleding, voedsel, sieraden en gebruiksvoorwerpen begraven. Sommige grafbundels bestonden uit meerdere lagen kostbare stoffen.
Bij verschillende skeletten zijn langwerpige schedels gevonden. Deze vorm ontstond doordat het hoofd van sommige kinderen al op jonge leeftijd met banden of houten plankjes werd vervormd. Waarom dat gebeurde, weten we niet met zekerheid. Mogelijk gaf de schedelvorm afkomst, status of groepsidentiteit aan.
Paracas laat zien dat aan de zuidkust al eeuwen vóór de Inca’s een complexe samenleving bestond met gespecialiseerde ambachtslieden, religieuze rituelen en sociale verschillen.
Nazca: veel meer dan lijnen in de woestijn
Na Paracas ontwikkelde zich in een deel van hetzelfde gebied de Nazcacultuur.
Nazca is wereldwijd bekend door de enorme lijnen en figuren die in het woestijnlandschap zijn aangebracht. Vanuit de lucht zijn vogels, apen, geometrische vormen en lange rechte lijnen te herkennen.
Maar de Nazcalijnen vormen slechts één deel van het verhaal.
De Nazca leefden in een van de droogste gebieden ter wereld. Om daar landbouw mogelijk te maken, gebruikten zij een ingewikkeld systeem van ondergrondse waterkanalen en openingen die tegenwoordig bekendstaan als puquios.
Een deel van deze systemen wordt nog altijd gebruikt.
Nazca-aardewerk behoort bovendien tot het kleurrijkste van het oude Peru. Op potten en schalen staan planten, dieren, krijgers, afgehakte hoofden en mythische figuren afgebeeld.
De Nazca laten daarmee zien dat de bewoners van de kustwoestijn niet alleen afhankelijk waren van hun omgeving, maar die met technische kennis wisten te benutten.
Wari: een rijk vóór het Incarijk
Rond de zesde eeuw ontstond vanuit het gebied van het huidige Ayacucho de Waricultuur.
Wari ontwikkelde grote bestuurscentra, wegen, opslagplaatsen en geplande nederzettingen. De invloed verspreidde zich over een groot deel van Peru.
Daarom wordt Wari soms het eerste grote rijk van de Andes genoemd.
De Wari bestuurden hun gebieden waarschijnlijk niet overal op dezelfde manier. Sommige regio’s werden direct gecontroleerd, terwijl andere gebieden vooral via handel, religie of lokale bestuurders verbonden waren.
Zij legden wegen aan en ontwikkelden administratieve systemen die later ook door de Inca’s werden gebruikt en uitgebreid. De Inca’s vonden bij hun expansie dus al een landschap met bestaande verbindingen, terrassen en bestuurscentra.
Het idee dat het volledige wegennet door de Inca’s zelf werd aangelegd, klopt daarom niet. Een deel van de routes was veel ouder.
Tiwanaku en de wereld rond het Titicacameer
Terwijl Wari vanuit Ayacucho grote delen van Peru beïnvloedde, groeide rond het Titicacameer een andere macht: Tiwanaku.
Het centrum lag bij de huidige archeologische plaats Tiwanaku in Bolivia, maar de invloed reikte tot in Zuid-Peru en delen van het huidige Chili en Argentinië.
Tiwanaku ontstond in een omgeving waar landbouw op grote hoogte moeilijk was. Bewoners ontwikkelden verhoogde akkers met kanalen eromheen. Deze systemen hielpen bij de afvoer en opslag van water en konden gewassen gedeeltelijk beschermen tegen nachtvorst.
De Tiwanakucultuur verbond verschillende hoogtezones met elkaar. Producten uit de hooglanden, valleien en warmere gebieden werden uitgewisseld via een uitgebreid netwerk van gemeenschappen en nederzettingen.
Tiwanaku was niet alleen een politieke macht, maar ook een belangrijk religieus centrum. Figuren met stafachtige voorwerpen, gevleugelde wezens en andere symbolen verschenen op beelden, keramiek en textiel.
Sommige van deze symbolen zijn ook terug te vinden bij Wari. De twee culturen bestonden gedeeltelijk tegelijkertijd en beïnvloedden elk een deel van de Andeswereld.
Wat gebeurde er na Wari en Tiwanaku?
Rond het jaar 1000 begonnen Wari en Tiwanaku uiteen te vallen.
Daarna ontstond geen leegte, maar een lappendeken van regionale koninkrijken en volkeren. Zij hadden eigen bestuurders, talen, tradities en machtsgebieden.
Rond het Titicacameer leefden onder andere de Colla’s en Lupaca’s. In en rond de Colca-vallei woonden de Collagua’s en Cabana’s. Verder naar het noorden en rond Cusco bevonden zich onder andere de Canas, Canchis en Chanka’s.
Aan de kust groeide het koninkrijk Chincha uit tot een belangrijke handelsmacht.
Deze volkeren leefden niet allemaal vreedzaam naast elkaar. Ze dreven handel, sloten bondgenootschappen en voerden oorlog. Sommige bestuurden meerdere valleien of gebieden op verschillende hoogtes.
Veel plaatselijke namen, kledingtradities, landbouwvormen en sociale structuren in Zuid-Peru hebben wortels die verder teruggaan dan het Incarijk.
De Inca’s verschenen pas laat
De vroege geschiedenis van de Inca’s is een mengeling van archeologie en overgeleverde verhalen. Waarschijnlijk ontstond rond Cusco vanaf ongeveer de dertiende eeuw een lokaal machtscentrum.
Lange tijd waren de Inca’s slechts een van de verschillende groepen in de regio.
De grote uitbreiding begon vooral in de vijftiende eeuw. Onder heersers als Pachacútec, Túpac Inca Yupanqui en Huayna Cápac groeide hun rijk in korte tijd uit over grote delen van het westen van Zuid-Amerika.
Het rijk kreeg de naam Tawantinsuyu, het land van de vier delen.
De Inca’s veroverden bestaande koninkrijken, maar namen ook veel van hun kennis over. Zij gebruikten oudere wegen, verbeterden landbouwterrassen, verplaatsten bevolkingsgroepen en namen plaatselijke goden op in hun eigen religieuze systeem.
Niet ieder volk accepteerde die overheersing vrijwillig. Sommige gebieden boden jarenlang weerstand. De Chanka’s spelen bijvoorbeeld een belangrijke rol in verhalen over de opkomst van de Inca’s, terwijl de Colla’s en Lupaca’s rond het Titicacameer hun eigen macht en identiteit probeerden te behouden.
Het Incarijk was daardoor geen cultureel uniforme staat. Het bestond uit tientallen volkeren die verschillende talen spraken en hun eigen gebruiken behielden.
Het Qhapaq Ñan was ouder dan de Inca’s
Het beroemde wegennet van de Inca’s staat bekend als het Qhapaq Ñan.
Op zijn hoogtepunt verbond het duizenden kilometers aan wegen, bruggen, trappen, bergpassen, opslagplaatsen en rustpunten. Via dit netwerk konden boodschappers, legers, bestuurders en goederen zich door het rijk verplaatsen.
Maar ook dit systeem ontstond niet volledig onder de Inca’s.
Delen van de routes werden al meer dan tweeduizend jaar gebruikt door oudere Andesgemeenschappen. De Wari en andere culturen hadden vóór de Inca’s al wegen en verbindingen aangelegd.
De bijzondere prestatie van de Inca’s was dat zij bestaande routes samenvoegden, uitbreidden en onderdeel maakten van één groot bestuurlijk netwerk.
Het Qhapaq Ñan was daardoor tegelijk nieuw en duizenden jaren oud.
Waarom kennen we de Inca’s beter?
Veel eerdere culturen lieten geen leesbaar schrift achter. Hun geschiedenis moet worden gereconstrueerd aan de hand van gebouwen, graven, aardewerk, textiel, menselijke resten en veranderingen in het landschap.
De Inca’s hadden met de quipu een systeem van geknoopte koorden waarmee informatie werd vastgelegd, maar een groot deel van de betekenis daarvan kunnen we nog altijd niet volledig lezen.
Daarnaast vernietigden de Spaanse verovering, oorlogen, ziekten en gedwongen bekering veel kennis. Tempels werden afgebroken, beelden verdwenen en katholieke kerken werden soms gebouwd op plaatsen die voor eerdere bewoners heilig waren.
De Spaanse kroniekschrijvers schreven wel over de Inca’s, maar bekeken de Andeswereld vanuit hun eigen religieuze en politieke achtergrond. Daardoor is ook hun verslag niet altijd volledig of betrouwbaar.
De geschiedenis van vóór de Inca’s zit daarom niet netjes in geschreven boeken. Ze ligt verspreid over woestijnen, valleien, grafvelden, museumdepots en ruïnes.
De Inca’s waren het slotstuk, niet het begin
De geschiedenis van Zuid-Peru begon niet met Machu Picchu en ook niet met Cusco als hoofdstad van het Incarijk.
Duizenden jaren eerder hadden mensen zich al aangepast aan de kustwoestijn, hoge bergpassen en koude vlaktes rond het Titicacameer. Zij ontwikkelden landbouw, bouwden nederzettingen, legden handelsroutes aan en creëerden kunst die nog altijd tot de indrukwekkendste van Zuid-Amerika behoort.
Paracas liet zijn textiel en grafbundels achter. Nazca beheerste het water in de woestijn. Wari ontwikkelde wegen en bestuurscentra. Tiwanaku verbond gemeenschappen rond het Titicacameer en regionale volkeren als de Colla’s, Lupaca’s, Collagua’s en Cabana’s behielden hun eigen identiteit.
De Inca’s brachten veel daarvan samen in één uitzonderlijk groot rijk.
Maar zij bouwden voort op een geschiedenis die al duizenden jaren onderweg was.
Wie Zuid-Peru werkelijk wil begrijpen, moet daarom niet alleen naar de Inca’s kijken. Juist alles wat daarvoor kwam, verklaart waarom het land cultureel, taalkundig en historisch zoveel ingewikkelder is dan één beroemd rijk.
Meer historische achtergronden, routes en bijzondere plaatsen vind je in Voorbij de Vulkanen – Eigenwijze reisgids Zuid-Peru