Puno wordt vaak in één adem genoemd met het Titicacameer, waardoor de stad zelf gemakkelijk naar de achtergrond verdwijnt. Toch is Puno een bijzondere stad om een dag voor uit te trekken, met een historisch centrum op ruim 3.800 meter hoogte, een indrukwekkende kathedraal, straten die tegen de heuvels omhooglopen en een cultuur waarin Aymara- en Quechua-invloeden nog overal aanwezig zijn. Vanaf het meer zie je bovendien pas goed hoe bijzonder Puno eigenlijk ligt.
📍 Locatie: Puno | Titicacameer | Peru
📖 Leestijd: 7 minuten
🏷️ Categorie: Puno | Cultuur | Verhalen uit Peru
Een stad op bijna 4.000 meter
Puno ligt aan de westelijke oever van het Titicacameer, midden op de Altiplano. Het historische centrum ligt rond de 3.845 meter hoogte en daarmee zit je hier ongeveer 1.500 meter hoger dan in Arequipa. Wie rechtstreeks vanuit een lager gelegen gebied arriveert, merkt dat vaak snel genoeg. Een paar trappen oplopen of enthousiast met een koffer richting hotel wandelen kan ineens verrassend veel energie kosten.
De ligging bepaalt voor een groot deel hoe de stad eruitziet. Rond het centrum is Puno redelijk compact, terwijl de bebouwing aan de randen steeds verder tegen de heuvels omhoog is gekropen. Vanaf het Titicacameer krijg je daar een veel beter beeld van. Op mijn tweede foto zie je hoe duizenden huizen de hellingen bedekken en de stad als het ware tussen het water en de bergen ingeklemd ligt.
Puno werd officieel gesticht in 1668, in de koloniale periode onder onderkoning Pedro Antonio Fernández de Castro, de graaf van Lemos. De huidige Plaza Mayor, meestal gewoon Plaza de Armas genoemd, ontstond eveneens in die periode en vormt nog altijd het hart van de stad.
Dat is ook de plek van mijn eerste foto.
De Plaza de Armas en de kathedraal
De blikvanger aan het plein is de Basílica Menor de la Catedral de Puno, gebouwd in een uitgesproken Andes-barokke stijl. Vooral de gevel is de moeite waard om eens rustig te bekijken. In het graniet zijn religieuze en inheemse motieven verwerkt, een combinatie die je op meer plaatsen in Zuid-Peru tegenkomt en die veel vertelt over de vermenging van culturen in de koloniale periode.
De geschiedenis van het gebouw verliep trouwens allesbehalve probleemloos. In 1930 werd de kathedraal getroffen door een grote brand waarbij waardevolle beelden en houtsnijwerk verloren gingen. Later werd het gebouw hersteld en sinds 1965 heeft het officieel de status van Basilica Minor.
Vanaf een restaurant of café aan de Plaza de Armas heb je een prachtig uitzicht over het plein en de kathedraal. Dat vind ik zelf een van de prettigste manieren om een stad te bekijken: ergens gaan zitten, iets drinken en een tijdje kijken naar mensen die gewoon met hun dagelijkse bezigheden bezig zijn.
Puno leent zich daar prima voor.
De folklorehoofdstad van Peru
Puno heeft bovendien een culturele betekenis die veel verder gaat dan het Titicacameer. De stad staat bekend om haar muziek, dansen en traditionele kleding en wordt vaak aangeduid als de folkloristische hoofdstad van Peru.
Het absolute hoogtepunt daarvan is de Fiesta de la Virgen de la Candelaria, die ieder jaar in februari plaatsvindt. De festiviteit staat sinds 2014 op de UNESCO-lijst van immaterieel cultureel erfgoed. Tijdens de viering vullen dansgroepen, muzikanten, processies en kleurrijke kostuums de stad en komen religieuze tradities en Andes-cultuur op een bijzondere manier samen.
Ook buiten februari merk je dat Puno cultureel anders aanvoelt dan bijvoorbeeld Arequipa. De Altiplano heeft een sterke eigen identiteit en in deze regio spelen zowel Aymara- als Quechua-culturen een belangrijke rol.
Wie iets meer van die geschiedenis wil zien, kan in het centrum ook het Museo Municipal Carlos Dreyer bezoeken. De collectie loopt van pre-Inca en Inca tot de koloniale en republikeinse periode en bevat onder andere keramiek, textiel, zilver, goud en archeologische vondsten uit Sillustani.
En dan natuurlijk het Titicacameer
Je kunt over Puno schrijven wat je wilt, uiteindelijk kom je toch bij het Titicacameer terecht.
Het meer ligt op gemiddeld ongeveer 3.810 meter boven zeeniveau en het Peruaanse deel is sinds 1997 erkend als internationaal belangrijk Ramsar-wetland. Een deel ervan wordt beschermd binnen de Reserva Nacional del Titicaca, een natuurreservaat van ruim 36.000 hectare.
De haven van Puno heeft daarnaast een interessante geschiedenis. In de negentiende en twintigste eeuw groeide deze uit tot een belangrijk punt voor vervoer en handel over het meer, mede door de komst van de spoorlijn en schepen zoals de Yavarí en Yapura.
Voor de meeste reizigers is de haven tegenwoordig vooral het vertrekpunt voor excursies over het Titicacameer. Daardoor ontstaat al snel het bekende programma: aankomen in Puno, hotel in, de volgende ochtend de boot op en daarna verder richting Cusco, Arequipa of Bolivia.
En dat vind ik eigenlijk zonde.
Geef Puno gewoon een dag
Puno hoeft geen bestemming voor een week te worden. Daarvoor zijn er in Peru simpelweg te veel andere plekken te ontdekken. Toch zou ik er ook niet alleen slapen omdat de boot de volgende ochtend vertrekt.
Geef de stad een dag.
Loop over de Plaza de Armas, bekijk de kathedraal, wandel door de straten rond het centrum, ga ergens eten en zoek een plek waar je gewoon een tijdje kunt zitten. Wie meer tijd heeft kan een museum bezoeken en daarna richting de waterkant lopen.
En kijk, wanneer je uiteindelijk met een boot het Titicacameer op gaat, ook eens achterom.
Vanaf het water zie je Puno namelijk heel anders. De stad strekt zich uit langs de oever en klimt steeds verder tegen de bruine heuvels omhoog. Vanaf daar begrijp je pas goed hoe Puno in het landschap ligt.
Het Titicacameer zal voor de meeste reizigers de belangrijkste reden blijven om hierheen te komen.
Maar het zou jammer zijn om daardoor de stad die eraan ligt over te slaan.