Wie door de hoge Andes van Peru reist, verwacht vooral droge vlaktes, kale bergen, rotsen en eindeloze stukken landschap waarin nauwelijks iets lijkt te groeien, en juist daarom vallen de felgroene plekken die je soms midden in dat ruige landschap tegenkomt zo enorm op. Ik liep en reed er tijdens mijn jaren in Peru regelmatig langs zonder me aanvankelijk te realiseren hoe belangrijk deze natte gebieden eigenlijk zijn, want wat op het eerste gezicht niet veel meer lijkt dan een drassig groen stuk land met wat plassen water, kan onderdeel zijn van een ecosysteem dat een belangrijke rol speelt in de waterhuishouding van de Andes: de bofedales.
📍 Locatie: Andes | Peru
📖 Leestijd: 7 minuten
🏷️ Categorie: Andes | Natuur | Verhalen uit Peru
Een groene oase op duizenden meters hoogte
Wanneer je dagen door de Andes trekt, raak je gewend aan landschappen waarin bruin, grijs en geel vaak de boventoon voeren, zeker tijdens het droge seizoen, en daardoor lijkt het soms bijna onlogisch wanneer je ineens een gebied tegenkomt dat felgroen en nat is, terwijl de omliggende bergen vrijwel helemaal droog zijn.
Dit soort hooggelegen wetlands worden in Peru bofedales genoemd. Ze bevinden zich voornamelijk op grote hoogte en bestaan uit permanent of langdurig vochtige vegetatie die water kan vasthouden in de bodem. Het Peruaanse onderzoeksinstituut INAIGEM omschrijft bofedales als belangrijke hoog-Andiene ecosystemen die vooral boven de 3.000 meter voorkomen en een belangrijke rol spelen bij de beschikbaarheid van water in de bergen.
Dat klinkt misschien technisch, maar wanneer je er middenin staat, zie je vooral iets heel eenvoudigs.
Water.
Gras.
Een paar stroompjes.
En heel veel groen.
Pas wanneer je begrijpt wat er onder je voeten gebeurt, wordt zo'n ogenschijnlijk eenvoudig landschap ineens een stuk interessanter.
De Andes bewaart hier zijn water
Water is in de hoge Andes veel belangrijker dan je als bezoeker misschien beseft, want neerslag valt niet gelijkmatig over het jaar en veel gebieden kennen lange droge perioden waarin nauwelijks regen valt. Juist daar kunnen bofedales een belangrijke rol spelen doordat ze water opslaan en langzaam weer afgeven.
Het Peruaanse Ministerie van Milieu beschrijft deze wetlands dan ook als ecosystemen die niet alleen belangrijk zijn voor de biodiversiteit, maar eveneens bijdragen aan watervoorziening, grondwateraanvulling en de regulering van water.
Je zou ze daardoor bijna kunnen zien als natuurlijke sponzen in het landschap.
Tijdens natte perioden wordt water vastgehouden, waarna het gedurende drogere perioden langzaam beschikbaar blijft voor de omgeving, dieren en uiteindelijk ook mensen die verder beneden afhankelijk zijn van dezelfde watersystemen.
En ineens kijk je heel anders naar zo'n groen veldje tussen de bergen.
Meer dan een miljoen hectare
Wat mij vooral verbaasde toen ik me later verder in deze gebieden ging verdiepen, was hoeveel bofedales Peru eigenlijk heeft. Volgens het nationale onderzoek gaat het inmiddels om ruim één miljoen hectare, verspreid over negentien regio's van Peru, waarbij Puno, Arequipa en Cusco samen meer dan de helft van het totale oppervlak herbergen. Ongeveer 73 procent bevindt zich tussen 4.000 en 4.750 meter boven zeeniveau.
Dat laatste zegt misschien nog wel het meest.
Vierduizend meter.
En hoger.
Dat zijn hoogtes waarop ik tijdens het hiken al heel bewust bezig was met water, temperatuur, het weer en mijn eigen conditie, terwijl hier ecosystemen bestaan die zich juist volledig aan die omstandigheden hebben aangepast.
Volgens het nationale bofedales-inventaris slaan deze gebieden bovendien niet alleen water op, maar ook grote hoeveelheden koolstof in hun bodem, waardoor ze tegenwoordig ook steeds meer aandacht krijgen in discussies over klimaatverandering en natuurbeheer.
Zonder water geen leven op de Altiplano
Voor de dieren die op deze hoogte leven zijn bofedales minstens zo belangrijk, want midden in een landschap waar voedsel soms schaars is, vormen deze groene gebieden belangrijke plekken om te grazen.
Wie door Zuid-Peru reist, komt vroeg of laat vicuña's, alpaca's en lama's tegen, en juist rond natte hoogvlaktes zag ik ze regelmatig grazen. Wat voor mij als wandelaar vooral een prachtig stukje groen in een verder kaal landschap was, kon voor de dieren een belangrijke voedselbron zijn.
Dat zie je bijvoorbeeld heel duidelijk in de Reserva Nacional de Salinas y Aguada Blanca bij Arequipa, een enorm beschermd natuurgebied van ruim 366.000 hectare waarin vulkanen, hoogvlaktes, lagunes en bofedales samen één landschap vormen. Volgens de Peruaanse natuurbeschermingsorganisatie SERNANP zijn deze gebieden onder andere belangrijk voor vicuña's en verschillende soorten flamingo's.
Reserva Nacional de Salinas y Aguada Blanca – SERNANP
Zelfs internationaal beschermd
Niet ver van Arequipa ligt nog een bijzonder voorbeeld. De Bofedales y Laguna de Salinas, op ongeveer 4.300 meter hoogte, werden in 2003 opgenomen op de lijst van internationaal belangrijke wetlands van de Ramsar-conventie.
Het gebied bestaat uit een hooggelegen zoutmeer met daaromheen bofedales en is belangrijk leefgebied voor onder andere vicuña's, lama's en verschillende soorten flamingo's. In het regenseizoen kunnen daar volgens de Ramsar-conventie zelfs meer dan 20.000 flamingo's voorkomen.
Bofedales y Laguna de Salinas – Ramsar Convention
En dat allemaal in een landschap waar je op het eerste gezicht misschien vooral een plas water en een hoop groen ziet.
Tijdens het hiken keek ik vooral naar iets anders
Het grappige is dat ik tijdens mijn hikes door Peru natuurlijk helemaal niet bezig was met termen als waterregulering, koolstofopslag of hoog-Andiene wetlands. Wanneer ik een gebied als dit tegenkwam, keek ik in eerste instantie naar heel andere dingen.
Kan ik hier lopen?
Hoe diep is het?
Kan ik eromheen?
En vooral: krijg ik straks natte voeten?
Want iets wat vanaf een afstand op een prachtig groen grasveld lijkt, kan van dichtbij behoorlijk nat blijken te zijn, en met een rugzak op je rug ergens tot je enkels in wegzakken is aanzienlijk minder romantisch dan het op een foto lijkt.
Toch begon ik tijdens mijn jaren in Peru steeds meer te begrijpen dat water eigenlijk een van de belangrijkste factoren in het Andeslandschap is. Tijdens mijn eigen meerdaagse hikes bepaalde de aanwezigheid van betrouwbaar water regelmatig waar ik kon lopen en waar ik uiteindelijk mijn tent kon neerzetten.
Een blauwe lijn op een kaart betekende tenslotte nog niet automatisch dat daar daadwerkelijk water te vinden was wanneer ik arriveerde.
Een kwetsbaar landschap
Bofedales mogen dan bestand zijn tegen extreme hoogte, kou en grote temperatuurverschillen, maar dat betekent niet dat ze onverwoestbaar zijn. Het Peruaanse Ministerie van Milieu noemt onder andere veranderingen in landgebruik en overbegrazing als bedreigingen voor deze gebieden, terwijl klimaatverandering de druk op hooggelegen watersystemen verder kan vergroten.
Juist daarom wordt er tegenwoordig steeds meer onderzoek gedaan naar het behoud en herstel van deze ecosystemen. In de regio Arequipa wordt bijvoorbeeld gewerkt aan projecten rond bofedales, graslanden en hooggelegen meren in de provincie Caylloma, juist omdat deze gebieden belangrijk zijn voor de waterregulering van grotere stroomgebieden.
Nationaal onderzoek naar de bofedales van Peru – SINIA/MINAM
Een foto waar veel meer achter zit
En daarmee kom ik eigenlijk weer terug bij deze foto.
Toen ik hem maakte, zag ik vooral een prachtig stuk groen midden in een enorm Andeslandschap, met water dat tussen de vegetatie bleef staan en heuvels die bijna geruisloos aan de horizon verdwenen. Het was zo'n typisch moment waarop ik mijn camera pakte omdat het beeld me aansprak, zonder daar meteen een compleet verhaal achter te zoeken.
Nu kijk ik er anders naar.
Want juist tijdens mijn jaren in Peru heb ik geleerd dat de indrukwekkendste delen van een landschap niet altijd de hoogste vulkaan, de diepste canyon of de bekendste toeristische plek hoeven te zijn.
Soms ligt het bijzondere gewoon onder je voeten.
Een paar centimeter water, een dikke laag groene vegetatie en een landschap dat er misschien rustig en eenvoudig uitziet, terwijl het ondertussen water vasthoudt, dieren voedt, koolstof opslaat en onderdeel is van een natuurlijk systeem waarvan mensen kilometers verderop afhankelijk kunnen zijn.
Misschien is dat wel een van de mooiste dingen aan Peru: hoe meer je over het landschap leert, hoe minder gewoon het wordt.