Toen ik in Arequipa kwam wonen, had ik eerlijk gezegd niet de behoefte om meteen ieder museum van mijn lijstje af te strepen, want ik ben nooit iemand geweest die op vakantie 's morgens om negen uur al met een plattegrond onder zijn arm klaarstaat om van museum naar museum te lopen, terwijl de zon nog maar net boven de vulkanen uitkomt en de eerste terrassen hun stoelen buiten zetten, sterker nog, ik vond het veel leuker om zonder plan door de straatjes van de historische binnenstad te dwalen, een kop koffie te drinken op de Plaza de Armas, even binnen te kijken in een kerk of gewoon een uur op een bankje te zitten om te kijken hoe het dagelijkse leven zich langzaam ontvouwde, waardoor het uiteindelijk maanden duurde voordat ik voor het eerst een museum binnenstapte, iets waar ik achteraf geen moment spijt van heb gehad omdat ik de stad eerst had leren kennen voordat ik haar geschiedenis ging ontdekken.
Veel bezoekers doen precies het tegenovergestelde.
Ze komen een dag of twee naar Arequipa, bezoeken de kathedraal, maken foto's van de vulkanen, wandelen door het Santa Catalina-klooster en vertrekken daarna alweer richting de Colca Canyon of Cusco, overtuigd dat ze de Witte Stad wel zo'n beetje hebben gezien, terwijl juist achter de dikke muren van een aantal musea verhalen verborgen liggen die je buiten nooit zult tegenkomen en die ervoor zorgen dat je daarna met heel andere ogen door dezelfde straten loopt.
Het eerste museum dat echt indruk op mij maakte was het Museo Santuarios Andinos, waar Juanita wordt bewaard, het beroemde Inca-meisje dat meer dan vijfhonderd jaar geleden op de top van de Ampato-vulkaan werd geofferd en daar door de extreme kou uitzonderlijk goed bewaard bleef, een verhaal dat je misschien al kent voordat je naar binnen gaat, maar waarvan je pas de echte impact voelt wanneer je door de donkere zalen loopt, de offers ziet die met haar zijn meegegeven en uiteindelijk oog in oog staat met een meisje dat eeuwen geleden leefde en toch nog verrassend dichtbij voelt, waardoor je na afloop vanzelf naar buiten loopt en onwillekeurig omhoog kijkt naar de vulkanen rondom Arequipa, wetend dat daarboven geschiedenis ligt die eeuwenlang verborgen bleef onder ijs en sneeuw.
Een paar weken later bezocht ik het Museo de la Catedral, iets wat ik eigenlijk veel eerder had moeten doen omdat ik al tientallen keren op de Plaza de Armas had gezeten en de imposante kathedraal vooral had bewonderd vanwege haar prachtige gevel van witte sillarsteen, zonder me ooit af te vragen hoeveel aardbevingen, restauraties en wederopbouw er nodig waren geweest om dit gebouw steeds opnieuw overeind te krijgen, waardoor ik tijdens mijn bezoek ineens begreep waarom Arequipeños zo trots zijn op hun stad, want hier leer je niet alleen iets over religie, maar vooral over doorzettingsvermogen, vakmanschap en een bevolking die zich keer op keer niet laat verslaan door de natuur.
Ook het Museo Histórico Municipal verraste mij meer dan ik vooraf had verwacht, misschien juist omdat het geen museum is waar lange rijen toeristen voor de ingang staan, maar een plek waar de geschiedenis van Arequipa rustig wordt verteld aan de hand van oude foto's, kaarten, documenten en voorwerpen die laten zien hoe de stad zich ontwikkelde van een koloniale nederzetting tot de levendige stad die zij vandaag is, waardoor ik ineens allerlei details begon te herkennen die mij eerder nooit waren opgevallen, van bouwstijlen en pleinen tot de invloed van de vulkanen op het dagelijks leven.
En toen kwam misschien wel het meest verrassende museum van allemaal.
Tenminste... officieel zullen sommige mensen meteen zeggen dat het helemaal geen museum is.
Ze hebben misschien zelfs een beetje gelijk.
Maar toch hoort het voor mij absoluut in dit rijtje thuis.
Het Museo del Pisco.
Alleen al de naam zorgt vaak voor verwarring, want wie een gebouw vol vitrines, oude documenten en stoffige flessen verwacht, komt bedrogen uit, terwijl iedereen die nieuwsgierig is naar een belangrijk onderdeel van de Peruaanse cultuur zich hier juist uitstekend zal vermaken, want het Museo del Pisco is veel meer een plek waar je leert door te proeven dan door te lezen, waar een enthousiaste bartender je uitlegt waarom de ene druif een heel andere pisco oplevert dan de andere, waarom een echte Pisco Sour veel meer is dan zomaar een cocktail en waarom Peruanen zichtbaar trots worden zodra het gesprek op hun nationale drank komt, waarna je jezelf er even later op betrapt dat je aandachtig luistert naar een verhaal over distilleren terwijl je eigenlijk alleen van plan was geweest om één drankje te bestellen.
Dat "ene drankje" bleef bij mij overigens zelden bij één.
Niet omdat ik ineens een groot drinker was geworden, maar omdat het Museo del Pisco zo'n heerlijke ontmoetingsplek is waar reizigers uit de hele wereld elkaar vanzelf spreken, waar gesprekken beginnen met de vraag waar je vandaan komt en vaak eindigen met wandelroutes door de Andes, favoriete restaurants in Arequipa of sterke verhalen over busritten waarvan iedereen achteraf beweert dat ze veel spannender waren dan ze in werkelijkheid waren.
Ik heb daar Nederlanders ontmoet die voor het eerst kennismaakten met Peru, Australiërs die dachten dat hun koffie de beste ter wereld was, Chilenen die vol overtuiging beweerden dat pisco eigenlijk uit hun land komt — een discussie waar je als buitenstaander beter niet middenin kunt belanden — en Peruanen die met een glimlach luisterden, nog een Pisco Sour inschonken en besloten dat sommige discussies beter met humor dan met feiten kunnen worden gewonnen.
Juist daarom vind ik dat het Museo del Pisco thuishoort tussen de andere musea van Arequipa.
Niet omdat je er eeuwenoude kunstschatten vindt, maar omdat cultuur niet alleen leeft in schilderijen, kerken en archeologische vondsten, maar ook in eten, drinken, tradities en gesprekken tussen mensen die elkaar een uur eerder nog nooit hadden ontmoet.
Wanneer gasten van onze bed & breakfast mij vroeger vroegen welk museum zij absoluut niet mochten overslaan, verwachtte ik meestal dat zij dachten aan Juanita of de kathedraal, maar stiekem vertelde ik er altijd bij dat ze de dag moesten afsluiten in het Museo del Pisco, omdat je daar misschien wel net zoveel leert over Peru als in welk klassiek museum dan ook, alleen met een glas in je hand en een stuk meer gelach om je heen.
Misschien is dat uiteindelijk ook wat Arequipa zo bijzonder maakt.
De stad vertelt haar verhaal niet op één plek.
Ze vertelt het in kloosters en kerken, in archeologische vondsten hoog in de Andes, in oude foto's, in witte sillarstenen die al eeuwenlang aardbevingen trotseren en zelfs in een glas Pisco Sour dat langzaam voor je wordt klaargemaakt terwijl de bartender uitlegt waarom je het eerst moet ruiken voordat je de eerste slok neemt.
Pas wanneer je al die verhalen samenbrengt, begrijp je waarom ik na vijf jaar nog steeds het gevoel heb dat ik Arequipa nooit helemaal heb leren kennen, en misschien is dat juist de grootste charme van deze stad, want iedere keer wanneer je denkt dat je alles hebt gezien, gaat er ergens weer een zware houten deur open waarachter opnieuw een verhaal op je wacht.
Lees ook
- Cayma: de wijk waar ik vijf jaar thuis was
- Mijn eerste taxirit in Lima
- Waarom Arequipa de mooiste stad van Peru is
- De Plaza de Armas van Arequipa: het kloppend hart van de Witte Stad
- Santa Catalina: een stad binnen een stad