Mijn eerste taxirit in Lima: waarom ik na tien minuten wist dat Peru anders was

Achteraf vind ik het eigenlijk nog steeds bijzonder dat ik mij van mijn eerste dag in Peru nauwelijks meer kan herinneren hoe mijn hotelkamer eruitzag, wat ik die avond gegeten heb of zelfs hoe laat ik uiteindelijk mijn bed in ben gerold na een vlucht die lang genoeg duurde om onderweg meerdere keren te vergeten welke dag het eigenlijk was, terwijl die eerste taxirit vanaf Jorge Chávez Airport in Lima zich nog altijd bijna beeld voor beeld in mijn geheugen afspeelt, alsof iemand vond dat juist dát het moment moest zijn waarop Peru zich voor het eerst aan mij zou voorstellen, niet met een ansichtkaart van Machu Picchu, niet met een lama die fotogeniek langs een bergpad liep en zelfs niet met een indrukwekkende vulkaan aan de horizon, maar met een taxichauffeur die zich zichtbaar afvroeg waarom verkeersregels eigenlijk ooit waren uitgevonden als niemand zich er vervolgens aan hoefde te houden.

Ik stapte de aankomsthal uit met precies dezelfde verwachtingen als zoveel andere reizigers die voor het eerst in Peru landen, namelijk dat ik eerst rustig een taxi zou regelen, daarna netjes naar mijn hotel zou rijden en de volgende ochtend uitgerust aan mijn avontuur zou beginnen, een plan dat thuis in Nederland waarschijnlijk heel redelijk had geklonken, maar dat al binnen een paar seconden volledig onderuit werd gehaald door een muur van enthousiaste taxichauffeurs die mij tegelijkertijd leken te hebben uitgekozen als hun belangrijkste klant van de dag, waardoor ik nauwelijks tijd had om mijn koffer goed vast te pakken of de warme lucht van Lima in te ademen voordat de eerste "Taxi señor?", "Taxi amigo?", "Good price!" en "Where you go?" mij om de oren vlogen, terwijl ik nog bezig was te bedenken of ik eigenlijk eerst geld moest wisselen of misschien gewoon even stil moest blijven staan om te beseffen dat ik na duizenden kilometers vliegen eindelijk in Peru was aangekomen.

Nu moet ik eerlijk toegeven dat ik mezelf thuis natuurlijk uitstekend had voorbereid, tenminste, dat dénken we allemaal voordat we op reis gaan, want ik had reisgidsen gelezen, internetfora afgestruind, waarschuwingen over taxi's op luchthavens opgeslagen en zelfs lijstjes gemaakt met dingen die ik vooral wel en juist niet moest doen, maar geen enkele reisgids had mij verteld dat onderhandelen in Peru helemaal geen vervelend onderdeel van de reis is, maar eerder een vriendelijk openingsritueel waarbij beide partijen precies weten dat de eerste prijs nooit de echte prijs is, terwijl ze toch allebei doen alsof die eerste prijs volkomen serieus bedoeld was, zodat ik binnen vijf minuten al druk stond te onderhandelen over een taxirit zonder eigenlijk enig idee te hebben wat een normale prijs was, iets wat achteraf gezien misschien niet de sterkste onderhandelingspositie opleverde.

Toen we uiteindelijk vertrokken en de luchthaven langzaam achter ons verdween, duurde het nog geen twee minuten voordat ik begon te begrijpen dat verkeer in Peru volgens compleet andere natuurwetten functioneert dan verkeer in Nederland, want waar wij zijn opgegroeid met het idee dat een rijstrook bedoeld is om op te blijven rijden totdat daar een goede reden voor bestaat, leek mijn chauffeur de witte strepen op het asfalt vooral te zien als een artistieke suggestie van de overheid, vergelijkbaar met de stippellijnen op een kleurplaat waar je desgewenst ook gewoon buiten mag kleuren, waardoor hij zonder enige aarzeling drie keer van rijstrook wisselde voordat ik überhaupt mijn veiligheidsgordel goed had vastgemaakt, ondertussen een bus links inhaalde terwijl rechts een motorrijder opdook die op zijn beurt weer werd ingehaald door een andere auto waarvan ik nog steeds niet begrijp waar die ineens vandaan kwam.

Het mooiste was misschien nog wel dat niemand daar zichtbaar van schrok.

Niemand begon wild te remmen, niemand stapte woedend uit en niemand maakte zich druk over het feit dat er ogenschijnlijk complete chaos heerste, want langzaam begon ik te ontdekken dat die chaos eigenlijk helemaal geen chaos was, maar een systeem waar iedere Peruaan moeiteloos onderdeel van uitmaakte, alsof iedereen vanaf zijn geboorte leert hoe je tegelijkertijd moet sturen, anticiperen, toeteren, glimlachen en vooral nooit in paniek moet raken wanneer een bus besluit dat twee rijstroken eigenlijk ook best één rijstrook kunnen zijn.

Over die claxon gesproken... ook daar had ik een volledig verkeerd beeld van, want in Nederland gebruik je een claxon meestal alleen wanneer iemand voor je bij groen licht besluit eerst rustig zijn boodschappenlijstje af te maken of wanneer een automobilist zonder richting aan te geven drie rijstroken tegelijk oversteekt, terwijl ik in Lima al snel ontdekte dat een claxon daar ongeveer dezelfde functie heeft als een vriendelijk knikje, een handgebaar of een goedemorgen, zodat ik na een kwartier rijden begon te vermoeden dat één korte toet waarschijnlijk betekende "ik kom eraan", twee korte toeten iets hadden van "ik ben er al", een lange toet vertaald kon worden als "veel succes allemaal" en sommige chauffeurs volgens mij af en toe gewoon toeterden om te controleren of het apparaat nog werkte, iets wat mij eerlijk gezegd helemaal niet zou verbazen.

Mijn chauffeur leek zich ondertussen uitstekend te vermaken, want terwijl hij met één hand stuurde, met de andere schakelde, tussendoor een telefoongesprek voerde en mij tegelijkertijd enthousiast wees op gebouwen waarvan ik nog steeds geen idee heb waarom ik ze absoluut had moeten zien, reed hij met een ontspannen glimlach door het drukke verkeer alsof hij op een rustige zondagmiddag een rondje door een verlaten dorp maakte, terwijl ik mezelf er langzaam op betrapte dat ik niet langer bezig was met de vraag of dit allemaal wel veilig was, maar vooral nieuwsgierig werd naar de logica achter een verkeerssysteem dat voor een Nederlander compleet onbegrijpelijk lijkt en voor een Peruaan blijkbaar net zo vanzelfsprekend is als fietsen zonder handen.

Pas veel later, toen ik al geruime tijd in Peru woonde, begon ik te begrijpen waarom dat verkeer eigenlijk zo goed werkt, want waar wij in Nederland vooral vertrouwen op regels, verkeersborden en duidelijke afspraken, vertrouwen Peruanen opvallend veel op elkaar, op oogcontact, op ervaring en misschien ook wel op een gezonde dosis optimisme, waardoor je uiteindelijk ontdekt dat het niet de regels zijn die het verkeer draaiende houden, maar de mensen zelf, een inzicht dat eigenlijk verrassend goed past bij Peru als geheel, want ook buiten het verkeer blijken veel dingen minder strak georganiseerd dan wij gewend zijn en tegelijkertijd veel beter te functioneren dan je op basis van die eerste indruk zou verwachten.

Ik moest daar later vaak om lachen wanneer gasten van The Office Bed & Breakfast mij tijdens het ontbijt vroegen of het wel verstandig was om een taxi te nemen in Lima, want vrijwel iedereen vertelde hetzelfde verhaal. Eerst de lichte paniek op het vliegveld, daarna de verbazing over het verkeer en tenslotte de opluchting wanneer bleek dat ze gewoon veilig bij hun hotel waren aangekomen, waarna ze vaak toegaven dat ze onderweg eigenlijk meer naar buiten hadden moeten kijken dan krampachtig de deurhendel hadden vasthouden.

Misschien was die eerste taxirit daarom wel veel belangrijker dan ik toen besefte, omdat Peru mij vanaf de eerste kilometers duidelijk maakte dat het weinig zin heeft om alles voortdurend met Nederland te vergelijken, want zodra je dat loslaat en accepteert dat een land zijn eigen ritme, zijn eigen logica en zelfs zijn eigen verkeersregels lijkt te hebben ontwikkeld, wordt reizen ineens veel leuker en ontdek je dat juist die eerste verwarring vaak uitgroeit tot de mooiste herinneringen.

En weet je wat misschien nog wel het grappigste is? Toen ik na vijf jaar weer terug was in Nederland en voor het eerst zelf weer achter het stuur stapte, betrapte ik mezelf erop dat ik bij ieder groen verkeerslicht automatisch nog even extra om me heen keek, niet omdat dat nodig was, maar omdat Peru mij had geleerd dat je nooit precies weet waar de volgende auto vandaan komt, een les die achteraf misschien niet in een reisgids staat, maar die ik nog altijd iedere keer meeneem wanneer ik ergens een taxi instap.

Druk verkeer in Lima met taxi's, bussen en motortaxi's.