Plaza de Armas in Arequipa – Het historische hart van de Witte Stad

Er zijn steden waar je als toerist keurig alle bezienswaardigheden afwerkt, een paar foto's maakt en daarna weer verder reist. En er zijn steden waar je na een paar dagen merkt dat je steeds weer op dezelfde plek uitkomt, zonder dat je daar eigenlijk over hebt nagedacht. Voor mij was dat de Plaza de Armas in Arequipa. Ik ben er in de vijf jaar dat ik er woonde ontelbare keren geweest en toch bleef het iedere keer anders. Niet omdat de gebouwen ineens verplaatst waren – al weet je het met aardbevingen in Peru nooit helemaal zeker – maar omdat het plein leeft. Het ademt, verandert en verrast je iedere dag opnieuw.

Wanneer ik met gasten uit Nederland het historische centrum bezocht, begon of eindigde de wandeling bijna altijd op de Plaza de Armas. Dat was geen toeval. Je kunt natuurlijk een uur vertellen over koloniale architectuur, witte vulkanische natuursteen en de geschiedenis van Arequipa, maar uiteindelijk begrijp je een stad pas wanneer je ergens gaat zitten en gewoon om je heen kijkt. Dat klinkt misschien als een slap excuus om op een terras neer te ploffen met een kop koffie, maar geloof me, het werkt.

Terwijl de ober de bestelling opnam en de eerste cappuccino of verse papajasap op tafel verscheen, begon het schouwspel vanzelf. Zakenmensen die met een telefoon aan hun oor over het plein haastten, kinderen die achter de duiven aan renden alsof hun leven ervan afhing, straatmuzikanten die er heilig van overtuigd waren dat zij de volgende grote ontdekking van Peru zouden worden en toeristen die probeerden een selfie te maken zonder dat er net een bus vol scholieren door het beeld liep. Dat laatste bleek opvallend moeilijk.

Aan de noordkant van het plein torent de indrukwekkende kathedraal boven alles uit. De eerste keer keek ik vooral naar de enorme gevel, maar hoe vaker ik er kwam, hoe meer ik de details begon te waarderen. De witte sillar, de vulkanische natuursteen waarmee vrijwel heel het historische centrum is gebouwd, verandert gedurende de dag voortdurend van kleur. In de felle middagzon lijkt de kathedraal bijna spierwit, terwijl tegen zonsondergang de stenen langzaam een warme goudgele gloed krijgen. Het is alsof de stad iedere avond nog even haar mooiste outfit aantrekt voordat de zon achter de vulkanen verdwijnt.

En dan heb je natuurlijk El Tuturutu, het kleine bronzen beeldje boven op de fontein in het midden van het plein. Toegegeven, de eerste keer liep ik er bijna gedachteloos langs. Tot iemand mij vertelde dat vrijwel iedere inwoner van Arequipa precies weet waar je bent wanneer je zegt: "We spreken af bij El Tuturutu." Sindsdien moest ik er iedere keer om glimlachen. Het deed me denken aan Nederland, waar iedereen roept: "Ik zie je wel bij de HEMA." Blijkbaar heeft iedere stad zo'n plek waar niemand verdere uitleg nodig heeft.

Wat ik misschien nog wel het mooist vond, was dat de Plaza de Armas nooit alleen van de toeristen is. Natuurlijk zie je mensen met camera's en rugzakken, maar zij vormen eigenlijk maar een klein onderdeel van het geheel. De echte hoofdrolspelers zijn de inwoners van Arequipa. Hier worden vrienden ontmoet, verjaardagen gevierd, verliefde stelletjes maken een avondwandeling en opa's en oma's lijken moeiteloos een complete middag op hetzelfde bankje door te kunnen brengen. Ik heb me regelmatig afgevraagd waar ze het al die uren over hadden, maar misschien was dat juist het geheim. Niet alles hoeft efficiënt te zijn.

Tijdens feestdagen verandert het plein volledig. Muziek klinkt uit alle hoeken, processies trekken voorbij, militairen marcheren strak in het gelid en overal hangen vlaggen. Ik heb daar meerdere keren tussen de Peruanen gestaan zonder precies te weten wat er gevierd werd. Dat klinkt misschien wat vreemd, maar eerlijk gezegd maakte het niet zoveel uit. Het enthousiasme werkte aanstekelijk genoeg. En als ik iets heb geleerd in Peru, dan is het dat je soms gewoon moet ophouden met alles te willen begrijpen en vooral moet genieten van wat er om je heen gebeurt.

Ook 's avonds heeft de Plaza de Armas iets bijzonders. Wanneer de verlichting van de kathedraal aangaat, de terrassen langzaam vollopen en de temperatuur eindelijk een beetje aangenaam wordt, krijgt het plein een heel andere sfeer. Gasten van onze bed & breakfast vroegen mij regelmatig waar ze het beste konden eten. Mijn antwoord begon meestal met een restaurant, maar eindigde steevast met dezelfde toevoeging: "Neem daarna nog even een drankje op de Plaza de Armas en blijf gewoon zitten." Vrijwel iedereen kwam de volgende ochtend terug met hetzelfde verhaal. Ze waren veel langer blijven hangen dan de bedoeling was.

Dat overkwam mij eerlijk gezegd ook regelmatig.

Want hoe vaak ik er ook kwam, er gebeurde altijd wel iets. Een straatmuzikant die zijn gitaar nét iets fanatieker bespeelde dan zijn talent toeliet, een bruidsfotograaf die wanhopig probeerde een duif uit beeld te jagen of een schoenpoetser die mij al voor de tiende keer vroeg of mijn schoenen een opfrisbeurt konden gebruiken. Na verloop van tijd begon ik bijna te twijfelen of mijn schoenen er werkelijk zo slecht uitzagen, totdat ik zag dat hij dezelfde vraag aan ongeveer iedere voorbijganger stelde. Dat stelde me toch enigszins gerust.

Als ik nu terugdenk aan Arequipa, denk ik natuurlijk aan de vulkanen, aan het heerlijke eten en aan de jaren die ik daar heb gewoond. Maar heel eerlijk? Ik denk misschien nog wel het vaakst aan een terras aan de Plaza de Armas, een kop koffie voor me, het geroezemoes van de stad op de achtergrond en het gevoel dat niemand ergens haast voor had.

En misschien is dat wel precies waarom dit plein voor mij het echte hart van Arequipa is. Niet vanwege de kathedraal of de eeuwenoude geschiedenis, maar omdat hier iedere dag opnieuw het gewone leven wordt gevierd. Dat klinkt misschien minder spectaculair dan een wereldwonder, maar geloof me, na een uurtje op de Plaza de Armas begrijp je precies waarom ik er steeds weer terugkwam.

 

 

 

 

Plaza de Armas in Arequipa met de kathedraal en koloniale gebouwen in Peru.