Paracas – Waar de woestijn de oceaan ontmoet

Tijdens een rondreis door Peru verwachten de meeste mensen hoge bergen, besneeuwde vulkanen en eeuwenoude Inca-steden. Dat is ook niet zo vreemd, want plaatsen als Machu Picchu, Cusco en Arequipa trekken al jarenlang reizigers uit de hele wereld. Maar Peru heeft nog een heel andere kant. Een kant waar de woestijn langzaam overgaat in de Stille Oceaan, waar duizenden zeevogels de lucht vullen en waar een mysterieus symbool al meer dan tweeduizend jaar uitkijkt over zee. Die plek heet Paracas.

De eerste keer dat ik vanuit Lima naar Paracas reed, had ik geen idee wat ik moest verwachten. Urenlang volgde de weg de kust. Links de oceaan, rechts een eindeloze woestijn waarin nauwelijks een boom te bekennen was. Af en toe passeer je een klein dorpje, een tankstation of een vrachtwagen die meer stof dan snelheid produceert, maar verder lijkt het landschap eindeloos door te gaan. Juist daardoor voelt de aankomst in Paracas bijna als een verrassing. Na al dat zand ligt daar ineens een levendig kustplaatsje met vissersboten, terrasjes en pelikanen die geduldig wachten tot er ergens een visnetje wordt binnengehaald.

Wie Paracas bezoekt, staat meestal vroeg op. Niet omdat vakantiegangers daar zo dol op zijn, maar omdat de boottochten naar de Ballestas-eilanden in de ochtend vertrekken. De zee is dan rustiger en de kans om dieren te zien het grootst. Terwijl de boot de haven langzaam achter zich laat en de frisse zeelucht je wakker maakt, lijkt het alsof je aan een gewone excursie begint. Tot de schipper ineens gas terugneemt en iedereen naar dezelfde kant van de boot kijkt.

Daar verschijnt langzaam een enorme figuur in de zandhelling.

De Candelabro de Paracas.

Zelfs als je weet dat hij er ligt, blijft het een indrukwekkend gezicht. De gigantische geoglief is ongeveer 180 meter hoog en al van grote afstand zichtbaar. Al meer dan tweeduizend jaar trotseert hij wind, zand en zout zonder dat iemand met zekerheid kan vertellen waarom hij ooit is gemaakt. De ene archeoloog ziet er een religieus symbool in, de ander denkt aan een herkenningspunt voor zeelieden. Er zijn zelfs theorieën die een verband leggen met de Nazcalijnen, al ontbreekt daarvoor overtuigend bewijs. Juist dat vind ik misschien wel het mooiste. In een tijd waarin we overal een verklaring voor zoeken, is het verfrissend dat sommige mysteries gewoon mysteries mogen blijven.

Na de Candelabro zet de boot koers naar de Ballestas-eilanden. Al van verre hoor je het lawaai. Niet van motoren of toeristen, maar van duizenden zeeleeuwen die luid blaffend op de rotsen liggen alsof ze met elkaar een eindeloze discussie voeren. Tussen de golven zwemmen Humboldt-pinguïns, pelikanen zweven moeiteloos boven het water en overal vliegen Jan-van-Genten, aalscholvers en Inca-sterns af en aan. Het is een spektakel dat je niet snel vergeet.

En dan is er nog de geur.

Laten we eerlijk zijn: duizenden zeevogels en zeeleeuwen produceren niet bepaald de geur van een luxe parfum. Sterker nog, zodra de boot de eilanden nadert, weet je precies waarom deze plek al eeuwenlang bekendstaat om haar enorme hoeveelheden guano. Wen er maar aan. Na een paar minuten merk je het nauwelijks meer en ben je veel te druk met kijken om je er nog aan te storen.

Na de boottocht is het verleidelijk om meteen verder te reizen richting Ica of de Nazcalijnen, maar daarmee doe je jezelf tekort. Het Paracas National Reserve is namelijk minstens zo indrukwekkend als de Ballestas-eilanden. Hier verandert het landschap opnieuw. De zee blijft hetzelfde, maar de kust verandert in een surrealistisch decor van okerkleurige kliffen, verlaten stranden en eindeloze zandvlaktes. Soms lijkt het alsof iemand de Andes heeft ingeruild voor de Sahara, om vervolgens aan het einde van de dag de oceaan weer terug te leggen.

Ik heb tijdens mijn jaren in Peru veel mooie plekken gezien, maar Paracas heeft iets bijzonders. Misschien komt het doordat het zo anders is dan de rest van het land. Na dagen tussen de vulkanen rond Arequipa of de smalle straatjes van koloniale steden voelt de open ruimte aan de kust bijna bevrijdend. De wind waait er altijd, de zee is nooit ver weg en het landschap verandert ieder uur van kleur.

Wie vanuit Lima een rondreis door Peru maakt, doet er goed aan om Paracas niet alleen als tussenstop te zien. Trek een dag uit voor de Ballestas-eilanden, bezoek het natuurreservaat en neem daarna de tijd om rustig langs de boulevard te wandelen. Bestel een verse ceviche, kijk hoe de vissersboten terugkeren naar de haven en geniet van een van de mooiste zonsondergangen aan de Peruaanse kust.

En wanneer je de volgende ochtend verder reist naar Ica, Huacachina of de mysterieuze Nazcalijnen, zul je merken dat Peru opnieuw een heel ander gezicht laat zien. Dat is misschien wel de grootste verrassing van dit land. Net wanneer je denkt dat je weet hoe Peru eruitziet, begint er weer een compleet nieuw landschap.

De Candelabro de Paracas, een mysterieuze geoglief van ongeveer 180 meter hoog, gezien vanaf een boot naar de Ballestas-eilanden aan de kust van Peru.