Cavia eten in Peru – Waarom eten Peruanen cuy?

Cuy – Waarom Peruanen cavia eten en wij daar zo vreemd van opkijken

De eerste keer dat ik in Peru een menukaart opensloeg en het woord cuy zag staan, dacht ik eerlijk gezegd dat het een typefout was. Ik las nog een keer, keek om me heen en vroeg voor de zekerheid aan de ober wat het precies was. Zijn antwoord kwam zonder aarzelen.

"Cavia."

Ik moest lachen. Niet omdat ik dacht dat hij een grap maakte, maar omdat ik even niet wist hoe ik moest reageren. Zoals zoveel Nederlanders was ik opgegroeid met het idee dat een cavia een huisdier is. Zo'n vriendelijk beestje dat piepend om eten vraagt zodra de koelkastdeur opengaat en tevreden aan een stuk wortel zit te knagen. Datzelfde dier stond hier doodleuk tussen de kip, het rundvlees en de visgerechten op de menukaart.

Eerlijk is eerlijk, daar moest ik even aan wennen.

Hoe langer ik in Peru woonde, hoe beter ik begon te begrijpen dat mijn eerste reactie eigenlijk vooral iets over mij zei en veel minder over de Peruanen. Wat voor ons een huisdier is, is in de Andes al duizenden jaren een boerderijdier. En precies dat maakt reizen zo interessant. Je ontdekt niet alleen een ander land, maar wordt soms ook geconfronteerd met je eigen gewoontes en vooroordelen.

Dat besefte ik helemaal toen ik in Arequipa woonde. In de straat waar ik destijds verbleef, hield een buurman achter zijn huis honderden cuy's. Geen grote boerderij, geen moderne stallen, maar gewoon achter de woning, net zoals wij vroeger misschien een schuurtje of een moestuin hadden. Regelmatig hoorde ik het bekende gepiep wanneer ik langs zijn huis liep. Voor de buren was het de normaalste zaak van de wereld. Niemand keek ervan op. Alleen ik bleef de eerste weken automatisch even over de muur kijken.

Mijn toenmalige schoonvader vond mijn nieuwsgierigheid vooral grappig. Voor hem was cuy geen bijzonder gerecht, maar iets waar hij mee was opgegroeid. Wanneer er tijdens een verjaardag of familiefeest cuy op tafel kwam, begon hij zichtbaar te glimlachen. En geloof me, wanneer hij klaar was met eten, bleef er werkelijk niets meer over. Zelfs de kleinste botjes verdwenen.

"Daar zit veel ijzer in," zei hij steevast met een overtuiging waar geen discussie tegenop kon.

Of dat wetenschappelijk helemaal klopt, laat ik graag aan voedingsdeskundigen over, maar hij geloofde er heilig in. En eerlijk gezegd vond ik dat misschien nog wel mooier dan het gerecht zelf. Het liet zien hoe tradities van generatie op generatie worden doorgegeven.

Veel mensen denken dat Peruanen bijna dagelijks cuy eten. Dat beeld klopt niet. Natuurlijk kun je het in veel restaurants bestellen, zeker in toeristische plaatsen zoals Arequipa en Cusco, maar voor veel gezinnen blijft het vooral een gerecht dat hoort bij bijzondere gelegenheden. Verjaardagen, bruiloften, religieuze feesten of een belangrijke familiebijeenkomst. Net zoals wij niet iedere zondag kreeft of wild op tafel zetten, wordt ook cuy meestal gegeten wanneer er iets te vieren valt.

De geschiedenis van de cuy gaat bovendien veel verder terug dan de Inca's. Al meer dan vijfduizend jaar worden cavia's gehouden in de Andes. Ze namen weinig ruimte in beslag, plantten zich snel voort en vormden een belangrijke bron van eiwitten in een gebied waar koeien of varkens veel minder geschikt waren. Toen de Spanjaarden Peru bereikten, namen zij de cavia mee naar Europa. Daar gebeurde iets bijzonders. Hetzelfde dier dat in Peru al eeuwen als voedsel diende, veranderde bij ons langzaam in een geliefd huisdier.

Dat verschil fascineert me nog steeds.

Het laat zien hoe cultuur bepaalt hoe wij naar dieren kijken. Wij eten zonder nadenken een kip, maar trekken onze wenkbrauwen op bij het idee van een cavia. In India kijken veel mensen juist met verbazing naar Europeanen die rundvlees eten. En in andere delen van de wereld zijn weer heel andere gewoontes normaal. Uiteindelijk is er geen universeel antwoord op de vraag wat je wel of niet eet. Dat wordt vooral bepaald door de plek waar je bent opgegroeid.

Natuurlijk kwam ook voor mij vroeg of laat het moment waarop de vraag werd gesteld.

"Wil je cuy proeven?"

Ik kon moeilijk jarenlang in Peru wonen en steeds nee blijven zeggen. Dus besloot ik het gewoon te proberen. Niet de traditionele cuy entero, waarbij het hele dier inclusief kop en pootjes wordt geserveerd, want eerlijk gezegd vond ik dat in het begin een brug te ver. Gelukkig serveren veel restaurants tegenwoordig ook een gefileerde versie, waardoor je vooral vlees op je bord ziet en niet direct het dier herkent.

En hoe smaakte het?

Eigenlijk verrassend goed.

Het vlees deed me een beetje denken aan een combinatie van kip en konijn. Mager, stevig en licht van smaak. Toch heb ik het daarna nooit meer besteld. Niet omdat ik het vies vond, maar omdat ergens in mijn achterhoofd nog altijd het beeld zat van de cavia die vroeger thuis in zijn hok zat te piepen zodra hij een wortel rook.

Blijkbaar eet je niet alleen met je mond, maar ook met je herinneringen.

Dat is misschien wel de belangrijkste les die Peru mij heeft geleerd. Reizen draait niet alleen om mooie landschappen, indrukwekkende ruïnes of spectaculaire wandelingen. Soms zit de grootste ontdekking gewoon op een menukaart. Niet omdat je iets móét eten wat je eigenlijk niet wilt, maar omdat je leert begrijpen waarom iets voor een ander zo vanzelfsprekend is.

En misschien is dat wel de mooiste vorm van reizen. Niet dat je altijd alles overneemt van een andere cultuur, maar dat je haar leert begrijpen zonder direct te oordelen.

Traditioneel Peruaans gerecht met cuy (cavia), geserveerd als hele cuy of gefileerd met aardappelen en maïs.