Een goed ontbijt maakt een Bed & Breakfast onvergetelijk

Wanneer mensen mij vragen wat ik het meest mis van de vijf jaar die ik in Peru heb gewoond en samen met mijn toenmalige partner The Office Bed & Breakfast runde, verwachten ze meestal dat ik zonder aarzelen begin over de indrukwekkende vulkanen, over de eindeloze Andes, over de Colca Canyon of misschien over het uitzicht vanuit onze Bed & Breakfast in Cayma, waar je tijdens het ontbijt tegelijkertijd El Misti, Chachani en Pichu Pichu zag liggen alsof iemand iedere ochtend speciaal voor onze gasten een ansichtkaart op tafel had gelegd, maar vreemd genoeg dwalen mijn gedachten bijna altijd eerst af naar iets veel eenvoudigers, namelijk een grote houten ontbijttafel waarop de koffie stond te dampen, een mand met nog warm brood langzaam leger werd en mensen die elkaar hooguit een kwartier eerder voor het eerst hadden ontmoet inmiddels zo druk met elkaar in gesprek waren dat je zelden nog kon ontdekken wie nu eigenlijk met wie was gekomen.

Dat is misschien wel het mooiste van een echte Bed & Breakfast, want officieel verhuur je kamers, verschoon je bedden, zorg je ervoor dat de douche warm is, de wifi het doet – al was dat laatste in Peru soms meer een optimistische gedachte dan een keiharde garantie – en probeer je ervoor te zorgen dat iedereen zich welkom voelt, maar in werkelijkheid gebeurt er iets heel anders, want ongemerkt creëer je een plek waar verhalen worden verteld, plannen veranderen, vriendschappen ontstaan en waar een eenvoudig ontbijt soms veel belangrijker blijkt te zijn dan de slaapkamer waarin iemand heeft geslapen.

Toen we The Office Bed & Breakfast begonnen, dacht ik eerlijk gezegd nog dat het ontbijt vooral iets was dat er nu eenmaal bij hoorde. Gasten verwachten een ontbijt, dus zorg je voor vers brood, yoghurt, fruit, eieren, goede Peruaanse koffie en iets extra's waardoor mensen de dag met een glimlach beginnen. Dat leek mij eigenlijk heel logisch en eerlijk gezegd dacht ik daar verder niet zo diep over na, totdat ik na een paar maanden merkte dat vrijwel niemand na het ontbijt direct opstond om de stad in te gaan, maar dat iedereen bleef zitten, eerst nog voor een tweede kop koffie, daarna omdat iemand een mooie wandeling begon te beschrijven en uiteindelijk omdat er ergens een landkaart van Peru op tafel verscheen waarop met steeds enthousiastere vingers routes werden aangewezen die volgens de één absoluut onmisbaar waren en volgens de ander juist hopeloos werden overschat.

Vrijwel iedere ochtend begon hetzelfde en toch was geen enkele ochtend ooit hetzelfde, want nog voordat de eerste gast beneden verscheen stond de koffie al te pruttelen, werd het brood afgebakken, sneed ik vers fruit, keek ik automatisch even naar buiten om te zien hoe El Misti zich die ochtend presenteerde en dacht ik opvallend vaak dat hij er vandaag misschien nog wel mooier uitzag dan gisteren, terwijl je zou verwachten dat je na een paar jaar toch wel gewend raakt aan een vulkaan van bijna zesduizend meter hoog, maar blijkbaar werkt dat niet zo, want sommige uitzichten blijven zichzelf iedere dag opnieuw uitvinden.

Langzaam kwamen de gasten beneden, vaak nog een beetje slaperig, soms met een camera om hun nek alsof ze bang waren dat er onderweg van hun slaapkamer naar de ontbijttafel ineens een condor over zou vliegen die absoluut moest worden vastgelegd, waarna vrijwel iedereen eerst een paar seconden bleef stilstaan op het terras om naar de vulkanen te kijken en daarna pas aan tafel ging zitten, waar de eerste gesprekken meestal begonnen met iets eenvoudigs als: "Goed geslapen?" en binnen vijf minuten waren veranderd in uitgebreide discussies over hoogteziekte, busmaatschappijen, wandelroutes, Peruaanse gerechten, alpaca's, lama's en de vraag waarom iedere Peruaanse taxichauffeur tegelijkertijd leek te kunnen rijden, telefoneren, toeteren, een gesprek voeren én zonder te kijken precies wist waar hij naartoe moest.

Aan onze ontbijttafel zaten Nederlanders naast Australiërs, Duitsers naast Canadezen, Belgen naast Amerikanen en soms ook mensen uit landen waarvan ik eerlijk gezegd niet eens wist dat er zoveel backpackers vandaan kwamen, maar zodra de eerste kop koffie was ingeschonken verdwenen al die verschillen verrassend snel naar de achtergrond, want iedereen had hetzelfde gemeen: ze waren nieuwsgierig naar Peru en wilden zoveel mogelijk uit hun reis halen, waardoor één simpele vraag meestal voldoende was om een gesprek op gang te brengen.

"Wat hebben jullie gisteren gedaan?"

Meer was er eigenlijk niet nodig.

Binnen een paar minuten verschenen de eerste telefoons op tafel, werden honderden foto's van de Colca Canyon, Machu Picchu, de Ballestas-eilanden of een zonsondergang boven de Andes doorgestuurd, vertelde iemand enthousiast over een klein restaurant waar volgens hem de beste rocoto relleno van heel Arequipa werd geserveerd, terwijl iemand anders daar onmiddellijk tegenin bracht dat hij de avond ervoor ergens anders had gegeten en dat dát restaurant volgens hem onmogelijk te overtreffen was, waarna ik meestal glimlachend toekeek hoe een discussie over eten binnen de kortste keren serieuzer werd gevoerd dan menig politiek debat.

En dan waren er natuurlijk altijd de Nederlanders.

Die vroegen vroeg of laat waar ze gewone kaas konden kopen.

Na drie weken quinoa, avocado, ceviche, alpaca, lomo saltado en allerlei gerechten waarvan de naam vaak langer was dan de ingrediëntenlijst, begon er steevast iemand te verlangen naar een eenvoudige boterham met oude kaas, waarna ik hem meestal moest teleurstellen met de mededeling dat Peru een fantastisch culinair land is, maar dat een écht stuk Nederlandse belegen kaas hier ongeveer net zo zeldzaam is als een Peruaan die vrijwillig spruitjes bestelt.

Wat ik misschien nog wel het leukst vond, was dat ik letterlijk kon zien hoe complete reisschema's aan onze ontbijttafel veranderden. Mensen arriveerden vaak met een planning die maanden eerder zorgvuldig in elkaar was gezet, compleet met hotelreserveringen, bustickets, vertrektijden en een schema waar een Zwitsers horloge jaloers op zou zijn, om vervolgens na een uur luisteren naar de verhalen van andere reizigers ineens te besluiten dat ze toch nog maar twee dagen langer in Arequipa bleven, alsnog de Colca Canyon gingen bezoeken of een wandeling maakten waarvan ze de avond ervoor nog niet eens wisten dat die bestond.

Ik vond dat prachtig.

Niet omdat ze daardoor nog een paar nachten langer bij ons verbleven, al was dat natuurlijk mooi meegenomen, maar omdat ik wist dat Peru opnieuw had gedaan waar het zo goed in is: mensen verleiden om hun planning los te laten en zich gewoon te laten verrassen, iets waar het land veel beter in is dan welke reisgids dan ook.

Zonder dat ik het eigenlijk doorhad, veranderde ik langzaam van eigenaar van een Bed & Breakfast in een soort onofficiële reisadviseur, wandelgids, restaurantrecensent, routeplanner en af en toe zelfs psycholoog, want geloof me, wanneer twee mensen al drie weken samen met een rugzak door Peru reizen, vervolgens een pittige wandeling op vierduizend meter hoogte maken en daarna ook nog een nachtbus nemen waarin de vering ooit waarschijnlijk een luxe optie was, ontstaan er weleens kleine irritaties die tijdens het ontbijt, onder het genot van een tweede of derde kop koffie, verrassend snel weer verdwenen.

Na verloop van tijd begon ik te begrijpen dat een Bed & Breakfast helemaal niet draait om kamers. Natuurlijk moet een bed lekker liggen, een douche warm zijn en een kamer schoon zijn, maar jaren later schrijft bijna niemand mij nog dat het matras zo comfortabel was of dat de badkamer zo mooi betegeld was. De berichten die ik nog steeds ontvang gaan bijna altijd over iets heel anders. Over de sfeer in huis, over de gesprekken aan de ontbijttafel, over de route die ik op een landkaart tekende, over dat kleine restaurantje waar nauwelijks toeristen kwamen, over de ochtend waarop een groep volslagen onbekenden besloot samen verder door Peru te reizen of simpelweg over de rust waarmee de dag begon, terwijl de zon langzaam boven El Misti verscheen en de geur van verse koffie zich door het huis verspreidde.

Misschien is dat uiteindelijk ook de reden waarom Verder dan de Vulkanen geschreven moest worden, want toen ik terugkeerde naar Nederland besefte ik dat Peru voor mij nooit alleen draaide om indrukwekkende landschappen, beroemde bezienswaardigheden of spectaculaire wandelingen. Natuurlijk zijn Machu Picchu, de Andes en de vulkanen onvergetelijk, maar als ik eerlijk ben, denk ik veel vaker terug aan een gewone dinsdagochtend in Arequipa, waarop een paar onbekenden samen aan een houten tafel zaten, een kaart van Peru vol koffievlekken lag, de koffie alweer bijna op was en niemand ook maar de geringste behoefte voelde om op zijn horloge te kijken, omdat sommige ochtenden eenvoudigweg te mooi zijn om haast te hebben.

En misschien is dat uiteindelijk wel de grootste les die Peru mij heeft geleerd: een land ontdek je niet alleen door de plaatsen die je bezoekt, maar vooral door de mensen met wie je, al is het maar voor één ochtend, de ontbijttafel deelt.

 
 
 

 

 

 

Ontbijt bij The Office Bed & Breakfast in Arequipa, Peru met verse producten en persoonlijke gastvrijheid