Wanneer mensen mij vragen hoe ik er in hemelsnaam bij ben gekomen om aan de andere kant van de wereld een Bed & Breakfast te beginnen, volgt vrijwel altijd direct de tweede vraag, namelijk waarom ik dan niet meteen een hotel ben begonnen, alsof dat een logische vervolgstap zou zijn geweest, terwijl ik daar eerlijk gezegd nog nooit één seconde serieus over heb nagedacht, niet omdat ik iets tegen hotels heb – integendeel, ik heb tijdens mijn reizen in prachtige hotels geslapen waar werkelijk niets op aan te merken viel – maar omdat ik steeds opnieuw merkte dat de accommodaties die mij jaren later nog steeds bijbleven zelden de grootste, de duurste of de meest luxueuze waren, maar juist die kleine plekken waar de eigenaar zelf de deur opendeed, je naam na vijf minuten al onthouden had, een stoel aanschoof tijdens het ontbijt en vervolgens enthousiast begon te vertellen over een klein restaurant waar volgens hem de lekkerste ceviche van de stad werd geserveerd, waarna je daar dezelfde avond ging eten en inderdaad ontdekte dat hij geen woord te veel had gezegd.
Misschien is daar, zonder dat ik het zelf doorhad, wel het eerste zaadje geplant voor The Office Bed & Breakfast, al wist ik dat toen natuurlijk nog niet, want op dat moment woonde ik nog helemaal niet in Peru en had ik al helemaal geen plannen om ooit een accommodatie te beginnen, laat staan dat ik mij kon voorstellen dat ik jaren later iedere ochtend met een grote landkaart van Peru op tafel zou zitten om reizigers uit Nederland, België, Duitsland, Australië, Canada en nog veel meer landen uit te leggen waarom ze vooral niet alleen de bekende hoogtepunten moesten bezoeken, maar ook eens een afslag moesten nemen naar een klein dorp waar geen touringcars kwamen en waar de ober waarschijnlijk geen woord Engels sprak, maar wel precies wist hoe je een perfecte rocoto relleno op tafel zet.
Toen ik uiteindelijk in Arequipa terechtkwam en samen met mijn toenmalige partner het idee ontstond om een Bed & Breakfast te beginnen, wist ik eigenlijk maar één ding heel zeker, namelijk dat ik absoluut geen receptie wilde waar mensen een formulier moesten invullen, een sleutel kregen aangereikt en vervolgens pas drie dagen later weer verschenen wanneer ze kwamen uitchecken, want daar had ik zelf tijdens mijn reizen altijd een hekel aan gehad; ik wilde juist een plek waar mensen binnenkwamen als gasten, zich na een paar uur al op hun gemak voelden en na een paar dagen het gevoel hadden dat ze niet zomaar ergens hadden overnacht, maar even onderdeel waren geweest van het dagelijks leven in Arequipa.
Dat betekende automatisch dat The Office nooit een groot hotel zou worden, want een hotel draait, hoe goed het ook georganiseerd is, nu eenmaal om efficiëntie, terwijl ik juist het tegenovergestelde wilde bereiken. Ik wilde tijd hebben voor een gesprek, tijd hebben om een kaart van Peru open te vouwen, tijd hebben om uit te leggen waarom je volgens mij minstens drie nachten in Arequipa moest blijven, waarom de meeste mensen de Colca Canyon veel te snel bezochten en waarom een wandeling die door een reisbureau als gemiddeld werd omschreven in Peru soms betekende dat je na drie uur klimmen begon te vermoeden dat de schrijver van die folder een berggeit als referentie had gebruikt.
Volgens een vertegenwoordiger van de Nederlandse ambassade waren wij destijds zelfs de eerste échte Bed & Breakfast van Arequipa, een opmerking die mij natuurlijk trots maakte, al heb ik die titel nooit echt belangrijk gevonden, want uiteindelijk boekt niemand een accommodatie omdat die toevallig de eerste was; mensen boeken een plek omdat ze hopen dat ze zich er thuis zullen voelen en achteraf heb ik gemerkt dat juist dát het enige is wat gasten zich jaren later nog herinneren, want werkelijk niemand heeft mij ooit een bericht gestuurd met de mededeling dat de badkamer zo mooi betegeld was of dat de kastdeuren zo soepel open en dicht gingen, terwijl ik nog regelmatig e-mails krijg van mensen die beginnen met de woorden: "We hadden het laatst nog over dat ontbijt bij jullie..." en dan weet ik eigenlijk al dat het helemaal niet over het ontbijt gaat.
Want dat ontbijt was natuurlijk allang geen ontbijt meer.
Dat was iedere ochtend opnieuw een klein internationaal congres waar geen toegangsbewijs voor nodig was, waar een Australisch stel uitlegde waarom de zonsopgang boven de Colca Canyon het vroege opstaan meer dan waard was geweest, een Belg vertelde dat hij eindelijk had ontdekt wat het verschil is tussen een lama en een alpaca – iets waar opvallend veel toeristen zich druk over blijken te maken – een Duits echtpaar enthousiast foto's liet zien van Santa Catalina en een Nederlandse backpacker vroeg of het echt waar was dat je El Misti kon beklimmen zonder al te veel wandelervaring, waarna ik hem meestal vriendelijk uitlegde dat je in Peru beter niet te veel vertrouwt op het woordje "makkelijk", omdat dat begrip in de Andes een compleet andere betekenis heeft dan in Nederland.
Het mooie was dat ik nauwelijks iets hoefde te doen om die gesprekken op gang te brengen, want één eenvoudige vraag – "Wat hebben jullie gisteren gedaan?" – bleek meestal voldoende om een ontbijt van drie kwartier moeiteloos te veranderen in een bijeenkomst die soms twee uur duurde, waarbij de koffie meerdere keren werd bijgeschonken, de kaart van Peru steeds verder over tafel schoof, telefoons werden doorgegeven om foto's van wandelingen, markten en vulkanen te bekijken en complete reisschema's ter plekke werden aangepast, omdat iemand ineens enthousiast vertelde over een klein dorp of een wandeling waarvan de anderen nog nooit hadden gehoord.
Ik heb werkelijk tientallen keren meegemaakt dat gasten beneden kwamen met de mededeling dat ze die middag naar Puno of Cusco zouden vertrekken en een uur later vrolijk vertelden dat ze hun busticket hadden omgeboekt omdat ze toch nog een paar dagen in Arequipa wilden blijven, niet omdat ik zo'n geweldige verkoper was – daar geloof ik zelf helemaal niets van – maar omdat het enthousiasme van andere reizigers aanstekelijk werkte en Peru nu eenmaal een vervelend trekje heeft: hoe meer je ervan ontdekt, hoe nieuwsgieriger je wordt naar alles wat je nog niet hebt gezien.
Langzaam merkte ik dat ik eigenlijk helemaal geen eigenaar van een Bed & Breakfast meer was, maar een soort combinatie van gastheer, wandeladviseur, restaurantgids, routeplanner, probleemoplosser en af en toe zelfs scheidsrechter, want wanneer twee mensen na drie weken backpacken door Peru een kleine discussie kregen over de vraag of ze eerst naar de Colca Canyon of toch naar Cusco moesten reizen, werd ik er verrassend vaak bijgehaald alsof ik persoonlijk verantwoordelijk was voor de geografie van Zuid-Amerika, een rol die ik overigens met veel plezier op me nam, al was het alleen maar omdat zulke gesprekken meestal eindigden met gelach en nóg een kop koffie.
Pas toen ik jaren later terug was in Nederland, begon ik te beseffen dat The Office Bed & Breakfast veel meer was geweest dan een plek waar mensen kwamen slapen. Het was een huis vol verhalen geworden, een plek waar onbekenden vrienden werden, waar plannen veranderden, waar wandelingen begonnen en waar ik zelf misschien wel net zoveel van onze gasten heb geleerd als zij van mij, want juist door al die ontmoetingen ben ik Peru steeds beter gaan begrijpen en ontdekte ik dat de mooiste herinneringen zelden ontstaan doordat alles precies volgens planning verloopt, maar juist doordat iemand tijdens het ontbijt zegt: "Als je daar toch in de buurt bent, moet je eigenlijk ook eens...", waarna er weer een heel nieuw avontuur begint.
Misschien is dat uiteindelijk ook precies het verschil tussen een hotel en een echte Bed & Breakfast, want een hotel biedt je een kamer voor de nacht, maar een goede Bed & Breakfast geeft je een verhaal dat je jaren later nog steeds met een glimlach vertelt, en als ik heel eerlijk ben, hoop ik dat The Office voor veel van onze gasten precies zo'n verhaal is geworden.