Vijf jaar woonde ik in Arequipa. In die jaren ontdekte ik dat de mooiste herinneringen niet ontstaan bij de bekendste bezienswaardigheden, maar tijdens de gewone dagen die langzaam bijzonder worden.
Locatie: Arequipa, Peru • Leestijd: 12 minuten • Categorie: Persoonlijk reisverhaal
Sommige vragen krijg je zo vaak dat je antwoord bijna automatisch uit je mond rolt, al merk ik dat dit bij Arequipa nooit gebeurt, want zodra iemand mij vraagt welke stad in Peru ik het mooist vind, blijf ik altijd heel even stil, niet omdat ik twijfel, maar omdat ik weet dat ieder antwoord tekortschiet zodra je probeert een gevoel samen te vatten in een paar zinnen, zeker wanneer dat gevoel is ontstaan tijdens vijf jaar wonen, werken en leven tussen vulkanen die na verloop van tijd net zo vertrouwd worden als de kerktoren in je eigen dorp, terwijl iedere nieuwe bezoeker juist met open mond naar datzelfde uitzicht staat te kijken alsof hij per ongeluk op de filmset van een avonturenfilm is beland.
Natuurlijk begrijp ik heel goed waarom de meeste reizigers hun reis beginnen in Lima, vervolgens doorreizen naar Cusco, zich vergapen aan Machu Picchu en onderweg de Colca Canyon meepakken, want ik deed precies hetzelfde toen ik Peru voor het eerst ontdekte, maar achteraf besef ik dat de mooiste herinneringen helemaal niet zijn ontstaan op de plekken waar iedereen foto's stond te maken, maar juist tijdens de duizenden gewone momenten die zich langzaam opstapelden nadat Arequipa niet langer een bestemming op mijn route was, maar gewoon de stad waar ik woonde.
Dat klinkt misschien minder spectaculair dan een wandeling naar een eeuwenoude Inca-ruïne, maar het leven speelt zich nu eenmaal zelden af op de plaatsen die in reisgidsen met een sterretje zijn gemarkeerd.
Een stad leer je niet kennen in twee dagen
Regelmatig krijg ik berichten van mensen die bezig zijn hun route door Peru samen te stellen en zich afvragen hoeveel dagen zij voor Arequipa moeten reserveren, waarna ik bijna automatisch de tegenvraag stel hoeveel tijd zij denken nodig te hebben om iemand echt te leren kennen, want een stad lijkt in dat opzicht verrassend veel op een mens; tijdens de eerste ontmoeting zie je vooral de buitenkant, de mooie gevels, de glimlach en de bekende verhalen, maar pas wanneer je wat langer blijft ontdek je de eigenaardigheden, de gewoontes en de kleine dingen die ervoor zorgen dat je langzaam gehecht raakt.
Ik heb bezoekers meegemaakt die na twee dagen alweer verder reisden en onderweg enthousiast vertelden hoe mooi Arequipa was geweest, iets waar ik altijd vriendelijk om moest glimlachen omdat ik na vijf jaar nog steeds straatjes ontdekte waar ik nooit eerder was geweest, achter zware houten deuren onverwachte patio's vond vol bloemen en fonteinen en restaurantjes binnenliep waar de eigenaresse zichtbaar verbaasd opkeek dat een Nederlander de weg naar haar zaak had gevonden, om zich vervolgens onmiddellijk zorgen te maken of ik wel voldoende zou eten, een zorg die in Peru met grote overtuiging wordt opgelost door simpelweg nog een extra bord op tafel te zetten.
Van toerist naar bewoner
De eerste weken keek ik voortdurend omhoog.
Naar de Misti.
Naar de Chachani.
Naar de Pichu Pichu.
Ik vond het bijna onvoorstelbaar dat een stad iedere ochtend wakker kon worden met drie vulkanen aan de horizon alsof dat de normaalste zaak van de wereld was, terwijl de inwoners van Arequipa er nauwelijks aandacht aan leken te besteden en gewoon onderweg waren naar hun werk, school of de markt, iets wat ik aanvankelijk moeilijk kon begrijpen totdat ik mijzelf er maanden later op betrapte dat ik hetzelfde deed en pas weer bewust naar de Misti keek toen vrienden uit Nederland op bezoek kwamen en iedere honderd meter opnieuw stil bleven staan om foto's te maken, waarna ik mij ineens realiseerde hoe snel een mens went aan schoonheid.
Dat is misschien wel het grootste compliment dat je een stad kunt geven.
Niet dat zij je iedere dag weet te verbazen.
Maar dat zij na verloop van tijd voelt als thuis.
Cayma werd mijn dagelijkse route
Ons leven speelde zich af in Cayma, een wijk die door veel reizigers hooguit vanuit een taxi wordt bekeken terwijl zij onderweg zijn naar een hotel of restaurant, maar die voor mij juist het decor werd van honderden gewone dagen waarop er ogenschijnlijk niets bijzonders gebeurde en die achteraf misschien wel de mooiste herinneringen hebben opgeleverd, omdat ik daar ontdekte dat geluk soms verrassend eenvoudig is en zich kan verstoppen in een wandeling naar de bakker, een praatje op de markt of een kop koffie op een terras waar niemand op zijn horloge kijkt.
Na een paar maanden kende de bakker mij al voordat ik iets had gezegd, wist de ober welk drankje ik meestal bestelde en begon de groenteverkoper enthousiast te lachen zodra hij mij zag aankomen, vermoedelijk omdat hij inmiddels had ontdekt dat ik nauwelijks weerstand kon bieden aan een mooi uitgestalde stapel avocado's, ook al had ik thuis nog een schaal vol liggen en was ik eigenlijk alleen de deur uitgegaan om brood te halen, een plan dat opvallend vaak eindigde met twee volle boodschappentassen en de geruststellende gedachte dat verse mango's natuurlijk ook onder de noemer noodzakelijke boodschappen vielen.
De markt vertelt het echte verhaal
Wie Arequipa alleen kent van de Plaza de Armas en de bekende straatjes rondom het historische centrum, mist misschien wel het mooiste deel van de stad, want het dagelijkse leven speelt zich af op plekken waar nauwelijks iemand een camera uit zijn tas haalt, tussen marktkramen waar groenten, fruit, kruiden en kazen liggen uitgestald alsof iedere verkoper stiekem hoopt dat zijn kraam vandaag wordt uitgeroepen tot de mooiste van de wijk, iets wat waarschijnlijk nooit gebeurt maar niemand ervan weerhoudt om de avocado's nog één keer netjes op elkaar te stapelen of de mango's zo neer te leggen dat ze precies de juiste kleurcombinatie vormen, een soort stille wedstrijd waar ik met veel plezier naar keek zonder ooit te weten wie er eigenlijk won.
Ik kwam er graag, niet alleen omdat de producten vers waren, maar vooral omdat een markt in Peru veel meer is dan een plek waar je boodschappen doet, het is een ontmoetingsplaats waar iemand rustig blijft staan om een buurman te begroeten, waar recepten worden uitgewisseld alsof het familiegeheimen zijn, waar een glas vers geperst papajasap net zo vanzelfsprekend is als een kop koffie in Nederland en waar je na een paar bezoeken merkt dat mensen je beginnen te herkennen, iets wat tegelijkertijd heel vriendelijk en een klein beetje gevaarlijk is, omdat je niet meer ongemerkt langs een kraam kunt lopen zonder dat iemand enthousiast roept dat de aardbeien vandaag echt veel lekkerder zijn dan vorige week, een opmerking waarvan ik sterk vermoed dat hij iedere week opnieuw wordt gebruikt, maar waar ik desondanks opvallend vaak intrapte.
Mijn oorspronkelijke plan was meestal eenvoudig.
Brood.
Misschien wat fruit.
Tien minuten later weer naar huis.
De praktijk bleek iets weerbarstiger, want onderweg kwam ik altijd wel iemand tegen die vond dat ik deze kaas beslist moest proeven, dat die kruiden perfect pasten bij een stoofschotel of dat de mango's uit een bepaald dal uitzonderlijk zoet waren, waarna ik een uur later thuiskwam met twee boodschappentassen, een recept dat ik onderweg alweer vergeten was en het lichte vermoeden dat ik opnieuw precies die dingen had gekocht waarvoor ik eigenlijk helemaal niet was vertrokken.
Een plein waar je nooit uitgekeken raakt
De Plaza de Armas bleef ondertussen een plek waar ik steeds weer terugkwam, al veranderde de reden daarvoor langzaam, want waar ik in het begin vooral naar de gebouwen keek, de kathedraal bewonderde en mij verbaasde over de elegante galerijen rondom het plein, ontdekte ik na verloop van tijd dat de mensen minstens zo interessant waren als de architectuur, misschien zelfs interessanter, omdat geen enkele dag hetzelfde was en het plein zich ieder uur opnieuw leek uit te vinden zonder dat iemand daar moeite voor hoefde te doen.
Op een willekeurige ochtend kon ik met een kop koffie op een terras gaan zitten en binnen een kwartier een complete voorstelling voorbij zien trekken zonder dat er ook maar één acteur aan te pas kwam, een bruidspaar dat zich lachend een weg baande tussen nieuwsgierige toeristen, schoolkinderen die achter de duiven aan renden met een enthousiasme waarvan diezelfde duiven allang wisten dat het na een paar minuten vanzelf weer over zou gaan, een schoenpoetser die zijn vaste klant al van verre herkende, een straatmuzikant die zijn gitaar stemde terwijl hij zichtbaar wachtte tot er voldoende publiek langs zou lopen en een groep toeristen die druk overlegde waar de kathedraal eigenlijk stond, een vraag waarop ik bijna antwoord wilde geven totdat ik mij realiseerde dat zij er letterlijk recht tegenover stonden en de kans groot was dat zij dat over een paar seconden zelf ook zouden ontdekken.
Dat gebeurde gelukkig.
Ik hoefde alleen maar mijn koffie op te drinken.
Waarom niemand haast lijkt te hebben
Misschien was dat wel de grootste verandering die Peru bij mij teweegbracht, niet dat ik ineens langzamer ging lopen of vaker op een terras zat, hoewel dat ongetwijfeld ook is gebeurd, maar dat ik langzaam ontdekte hoe weinig haast eigenlijk oplost, een inzicht dat in Nederland soms verrassend moeilijk vast te houden is omdat onze agenda's zich met bewonderenswaardige snelheid weten te vullen, terwijl in Arequipa een gesprek rustig mocht uitlopen, een lunch gerust wat langer kon duren en een afspraak die een kwartiertje later begon zelden aanleiding gaf tot opgetrokken wenkbrauwen of verontwaardigde blikken op een horloge.
In het begin vond ik dat best wennen.
Na een paar maanden begon ik mij af te vragen waarom wij thuis eigenlijk altijd zoveel haast hebben.
Ik heb daar nooit een sluitend antwoord op gevonden.
Wel ontdekte ik dat een wandeling zonder bestemming soms veel meer oplevert dan een perfect geplande middag, omdat je juist dan de kleine dingen ziet die je anders ongemerkt voorbijloopt, een oude man die iedere ochtend dezelfde stoep schoonveegt, een bloemenverkoopster die met zichtbaar plezier haar emmers opnieuw rangschikt, een hond die zo ontspannen midden op een plein ligt te slapen dat je bijna medelijden krijgt met iedereen die zich druk zit te maken over een overvolle agenda.
Misschien had die hond het beter begrepen dan wij allemaal.
De smaak van Arequipa
Over eten kun je in Arequipa eindeloos praten en dat gebeurt dan ook met veel overtuiging, want zodra iemand ontdekt dat je belangstelling hebt voor de lokale keuken, volgt vrijwel direct een enthousiast betoog over welk restaurant de beste rocoto relleno serveert, waar je volgens de buurman de lekkerste adobo eet en waarom zijn favoriete picantería al drie generaties lang onovertroffen is, discussies waar ik mij verstandig buiten hield omdat ik al snel doorhad dat iedere inwoner een andere mening had en ze allemaal overtuigd waren dat juist hún keuze de enige juiste was.
Eén ding stond voor mij wel vast.
In Arequipa ga je nooit met honger van tafel.
Sterker nog, ik begon na verloop van tijd te vermoeden dat een serveerster zich persoonlijk verantwoordelijk voelt voor jouw welzijn zodra je plaatsneemt, want nog voordat je goed en wel had besloten wat je wilde bestellen verscheen er vaak al brood op tafel, daarna een soep waarvan je dacht dat het de lunch was, vervolgens een hoofdgerecht waarmee een gemiddeld Nederlands gezin waarschijnlijk ook tevreden zou zijn geweest en ten slotte de vriendelijke vraag of je misschien nog ruimte had voor een dessert dat toevallig die ochtend vers was gemaakt, een vraag waarop "nee" weliswaar een mogelijk antwoord is, maar niet een antwoord dat je gemakkelijk uitspreekt wanneer iemand je zo verwachtingsvol aankijkt.
Ik heb het een paar keer geprobeerd.
Dat voelde alsof ik een oma teleurstelde.
Daarna heb ik het maar opgegeven.
Waarom ik altijd terug zal blijven komen
Toen de dag kwam waarop ik afscheid moest nemen van Arequipa, dacht ik eerlijk gezegd dat mij dat gemakkelijker zou afgaan dan uiteindelijk het geval bleek te zijn, misschien omdat ik mezelf altijd heb voorgehouden dat een plek uiteindelijk gewoon een plek is en dat herinneringen niet verdwijnen zodra je ergens anders gaat wonen, maar terwijl de laatste koffers in de auto verdwenen en ik nog één keer door de vertrouwde straten reed, begon langzaam het besef door te dringen dat ik niet alleen een huis achterliet, maar ook een leven dat zich vijf jaar lang bijna ongemerkt had opgebouwd uit honderden kleine gewoontes waarvan je pas merkt hoe belangrijk ze zijn wanneer ze ineens ophouden vanzelfsprekend te zijn.
Ik dacht aan de wandelingen door Cayma, waar ik zonder na te denken dezelfde route liep en onderweg altijd wel iemand tegenkwam die even een praatje wilde maken, aan de markten waar ik steevast meer kocht dan de bedoeling was omdat een verkoper vond dat ik deze keer toch echt zijn avocado's moest proberen, aan de ochtenden waarop de lucht zo helder was dat de Misti scherper leek afgetekend dan de dag ervoor, hoewel ik inmiddels wel wist dat ik dat waarschijnlijk iedere heldere ochtend dacht, aan de Plaza de Armas waar ik uren kon zitten zonder mij ook maar een seconde te vervelen en aan de eindeloze lunches die begonnen met het voornemen om alleen even snel iets te eten en steevast eindigden met koffie, een dessert en een gesprek dat veel langer duurde dan de planning ooit had bedoeld.
Juist die gewone dagen zijn mij altijd bijgebleven, veel meer dan de momenten waarvoor toeristen massaal naar Peru reizen, omdat ik onderweg ontdekte dat een stad zich niet laat onthouden vanwege haar mooiste gebouw of bekendste plein, maar vanwege de mensen die je iedere dag opnieuw tegenkomt, de geluiden die langzaam vertrouwd worden, de geuren die je pas mist wanneer je ze niet meer ruikt en het gevoel dat je op een plek bent aangekomen waar niemand je nog als bezoeker behandelt.
Misschien is dat ook de reden waarom ik altijd een beetje moet glimlachen wanneer iemand mij vraagt welke stad hij tijdens zijn reis absoluut niet mag overslaan, want ik zou natuurlijk kunnen antwoorden dat Arequipa op de Werelderfgoedlijst van UNESCO staat, dat de stad beroemd is om haar witte sillarsteen, haar prachtige koloniale architectuur, de indrukwekkende vulkanen die haar omringen en de uitstekende keuken, allemaal feiten die zonder twijfel waar zijn en die je in vrijwel iedere reisgids terugvindt, maar geen van die feiten vertelt waarom ik na al die jaren nog steeds met plezier aan deze stad terugdenk.
Dat zit namelijk niet in cijfers, lijstjes of bezienswaardigheden.
Het zit in een bakker die je na verloop van tijd herkent voordat je iets hebt besteld, in een ober die zonder te vragen weet wat je wilt drinken, in een buurvrouw die even vraagt hoe het gaat alsof je al jaren naast haar woont, in een wandeling zonder bestemming die uiteindelijk veel mooier blijkt dan de excursie waarvoor je vooraf kaartjes had gekocht en in een stad die nooit haar best lijkt te doen om indruk op je te maken, maar daar juist moeiteloos in slaagt.
Wanneer ik tegenwoordig een foto van Arequipa zie, denk ik daarom zelden als eerste aan de kathedraal, het klooster Santa Catalina of de vulkanen die boven de stad uittorenen, hoe indrukwekkend die ook blijven, maar aan de duizenden gewone momenten die zich daartussen afspeelden en die samen veel waardevoller zijn geworden dan welke bezienswaardigheid ook, omdat juist die herinneringen ervoor zorgen dat ik mij niet alleen de stad herinner, maar ook hoe ik mij daar voelde.
Daarom zal ik waarschijnlijk altijd zeggen dat Arequipa de mooiste stad van Peru is, niet omdat iedereen het met mij eens hoeft te zijn, want ik begrijp heel goed dat iemand anders verliefd wordt op Cusco, de jungle of de ruige kust van het noorden, maar omdat schoonheid uiteindelijk iets heel persoonlijks is en veel meer te maken heeft met de herinneringen die je ergens maakt dan met de plek zelf.
Voor mij begon Peru ooit als een avontuur.
Arequipa maakte er een thuis van.
En misschien is dat uiteindelijk wel het grootste compliment dat je een stad kunt geven, want van indrukwekkende plekken maak je foto's, maar van een plek waar je je thuis voelt neem je iets mee dat veel langer meegaat dan een mooi plaatje, iets wat je jaren later nog steeds onverwacht kan overvallen wanneer je de geur van vers brood ruikt, een glas Pisco Sour voor je neus krijgt of ergens een foto ziet waarop de Misti boven de witte daken uitsteekt, waarna je heel even weer terug bent op een zonnige ochtend in Cayma en je beseft dat sommige reizen nooit echt eindigen, omdat een klein stukje ervan altijd met je mee blijft reizen.
Verder lezen over Peru
Heb je genoten van dit verhaal over Arequipa? Op Verder dan de Vulkanen deel ik nog veel meer persoonlijke verhalen over Peru, gebaseerd op vijf jaar wonen, reizen en werken in dit bijzondere land. Ontdek ook mijn andere blogs over de Andes, de kust, de Peruaanse keuken en verborgen plekken die je in veel reisgidsen niet snel zult tegenkomen.
Ben je van plan om naar Peru te reizen? Neem dan ook eens een kijkje bij mijn andere verhalen over Arequipa en de rest van Peru. Misschien helpen mijn ervaringen je bij het plannen van je eigen reis.