Een vallei die veel reizigers ongemerkt voorbijrijden
Op nog geen drie uur rijden van Arequipa ligt de Majes-vallei, een verrassend groene streek waar eeuwenoude rotstekeningen, kleine piscohuizen en eenvoudige restaurants aan de rivier samen een perfecte dagtocht vormen.
Locatie: Majes, regio Arequipa • Leestijd: 10 minuten • Categorie: Persoonlijk reisverhaal
Een weg waar je steeds opnieuw wilt stoppen
Sommige autoritten zijn bedoeld om zo snel mogelijk op de plaats van bestemming te komen, maar de weg van Arequipa naar Majes hoort daar beslist niet bij, want al vrij snel verdwijnen de witte gebouwen van de stad in je achteruitkijkspiegel en maakt het vertrouwde landschap langzaam plaats voor kale berghellingen, diepe ravijnen en eindeloze vlaktes die door de zon bijna kleurloos lijken te zijn geworden, waardoor ik onderweg regelmatig even langs de kant van de weg stopte, niet omdat er een uitzichtpunt met een groot bord stond, maar simpelweg omdat Zuid-Peru je steeds opnieuw verrast met landschappen waarvan je je nauwelijks kunt voorstellen dat er een paar kilometer verderop weer iets compleet anders op je wacht.
En dat gebeurt ook.
Want juist wanneer je denkt dat dit dorre landschap zich nog uren zal blijven herhalen, opent zich ineens de Majes-vallei, een brede groene strook die als een lint door de woestijn slingert en bijna onwerkelijk oogt tussen al die zandkleurige bergen, alsof iemand een compleet ander landschap midden in Zuid-Peru heeft neergelegd.
Toro Muerto voelt als een openluchtmuseum zonder muren
Mijn eerste bestemming was Toro Muerto, een plek waar ik vooraf eerlijk gezegd niet al te veel verwachtingen van had omdat foto's op internet meestal een paar losse stenen laten zien, maar zodra je er rondloopt begrijp je pas hoe bijzonder deze plek werkelijk is, want je kijkt niet naar een paar rotstekeningen, maar naar duizenden enorme vulkanische rotsblokken die verspreid liggen over een uitgestrekt woestijnlandschap en waarop eeuwen geleden figuren, dieren en mysterieuze symbolen zijn uitgehakt, een gigantisch openluchtmuseum waar geen dak, geen muren en nauwelijks andere bezoekers zijn.
Wat mij misschien nog wel het meest bijbleef was de stilte.
Geen touringcars.
Geen souvenirkraampjes.
Geen mensen die luid praten.
Alleen wind.
Zand.
En overal om je heen stenen waarvan niemand precies weet waarom ze ooit zijn bewerkt, een gedachte die je vanzelf aan het fantaseren zet terwijl je tussen de rotsen door wandelt en probeert te ontdekken wat de makers honderden jaren geleden hebben willen vertellen.
Daarna verandert alles
Na de droge vlakte van Toro Muerto voelt de Majes-vallei bijna als een andere wereld. Opeens zie je akkers, wijngaarden en fruitbomen, allemaal dankzij het water van de rivier de Majes, die al eeuwenlang leven brengt in een omgeving waar je dat eigenlijk niet verwacht.
Langs die rivier liggen tientallen eenvoudige restaurants. Geen luxe zaken waar de bediening strak in pak loopt, maar plekken waar vooral Peruaanse families in het weekend samenkomen om urenlang te lunchen. Plastic stoelen, houten tafels, kinderen die langs het water spelen en de geur van versbereide vis die al op de parkeerplaats duidelijk maakt dat je hier met een lege maag moet aankomen.
Ik hoefde niet lang na te denken over wat ik wilde bestellen.
De kleine rivierkreeftjes zijn een specialiteit van de streek en worden meestal eenvoudig bereid zodat de smaak behouden blijft. Daarbij een dampende chupe de pescado, een rijkgevulde vissoep die na een ochtend wandelen tussen de hete rotsen verrassend goed smaakt, en als afsluiting natuurlijk een glas pisco uit de regio, want de Majes-vallei produceert al generaties lang uitstekende druiven waar zowel wijn als pisco van wordt gemaakt.
Juist die combinatie maakt deze streek zo bijzonder. Je loopt 's morgens tussen eeuwenoude petroglyfen waarvan niemand de betekenis nog kent en een paar uur later zit je aan een rivierkade met een bord verse rivierkreeftjes en een glas pisco, terwijl de lokale bevolking ontspannen geniet van een lange zondagmiddag.
Een dagtocht die veel meer aandacht verdient
Wanneer mensen mij vragen welke dagtocht vanuit Arequipa ik zou aanraden, noem ik vaak de Colca Canyon, maar steeds vaker denk ik ook aan Majes, juist omdat deze vallei zoveel verschillende gezichten heeft. De autorit alleen al is de moeite waard, Toro Muerto behoort tot de grootste verzamelingen petroglyfen van Zuid-Amerika, de piscohuizen laten een heel andere kant van Peru zien en de restaurants langs de rivier maken het plaatje compleet.
Misschien zal Majes nooit dezelfde bekendheid krijgen als Machu Picchu of de Colca Canyon.
Eigenlijk hoop ik dat ook een beetje.
Sommige plekken zijn juist bijzonder omdat ze nog niet door de massa zijn ontdekt, omdat je er rustig kunt rondwandelen, een praatje maakt met de eigenaar van een kleine bodega, uitgebreid luncht zonder haast en aan het einde van de middag weer terugrijdt naar Arequipa met het gevoel dat je een stukje Peru hebt gezien waar weinig reizigers de tijd voor nemen, terwijl het juist zo'n compleet beeld geeft van wat Zuid-Peru allemaal te bieden heeft.