Wandelen in de Andes: waarom zou je dat doen? | Peru

Over verlaten bergpaden, ijle lucht en de merkwaardige behoefte om te ontdekken wat er achter de volgende berg ligt

Ergens midden in de Andes, op ruim 4.000 meter hoogte, met een rugzak op je schouders en een koude wind die dwars door je jas lijkt te waaien, kun je jezelf ineens een heel redelijke vraag stellen: waarom zou een normaal mens hier in hemelsnaam vrijwillig naartoe willen? Er is geen restaurant, geen terras, geen warme douche en waarschijnlijk ook niemand die je komt ophalen wanneer je besluit dat je er genoeg van hebt. Ondertussen zitten er in Nederland mensen comfortabel op de bank, met de verwarming aan en een glas wijn binnen handbereik, die zich vermoedelijk precies hetzelfde afvragen. En toch is er iets aan die verlaten bergpaden, de enorme stilte en het onbekende achter de volgende berg waardoor ik er steeds opnieuw naartoe wil.

📍 Locatie: Peru | Andes

📖 Leestijd: circa 9 minuten

🏷️ Categorie: Peru | Wandelen | Andes | Avontuur | Persoonlijke verhalen

 

Wat is er eigenlijk mis met een gewoon terras?

Laat ik vooropstellen dat ik helemaal niets tegen een comfortabel terras heb, zeker niet wanneer er een goed glas wijn op tafel staat, de zon schijnt en iemand anders zich druk maakt over wat er die avond gegeten moet worden. Sterker nog, na een flinke wandeling door de bergen kan ik daar buitengewoon van genieten, al smaakt dat eerste glas meestal aanzienlijk beter wanneer je er eerst een behoorlijke inspanning voor hebt moeten leveren.

Toch merk ik dat ik na een paar dagen rondhangen in een stad of bij een hotel alweer nieuwsgierig word naar wat er buiten de bekende wegen te ontdekken valt, waarbij mijn aandacht meestal niet uitgaat naar de volgende toeristische attractie, maar juist naar die kleine onverharde weg die ergens tussen de bergen verdwijnt en waarvan je op de kaart nauwelijks kunt zien waar hij uiteindelijk terechtkomt.

Het is een merkwaardige eigenschap, want terwijl de meeste mensen tijdens hun vakantie op zoek gaan naar ontspanning, lijkt mijn idee van ontspanning regelmatig te bestaan uit een flinke fysieke inspanning, onvoorspelbaar weer en een bestemming waarvan ik vooraf niet eens zeker weet of die de moeite waard is.

Misschien is dat wel het verschil tussen ergens naartoe reizen om iets te bekijken en onderweg zijn omdat je nieuwsgierig bent naar wat je nog niet kent.

Achter die berg ligt vast nog iets mooiers

Wie door de Andes reist, begrijpt al snel dat afstanden op een kaart weinig zeggen over de tijd die je daadwerkelijk nodig hebt om ergens te komen, want een dorp dat hemelsbreed maar een paar kilometer verderop ligt, kan door een diepe kloof, een rivier of een enorme bergkam zomaar een halve dag wandelen betekenen.

En dan heb je ook nog die vervelende gewoonte van bergen om voortdurend nieuwe bergen te verbergen.

Je bereikt na een flinke klim eindelijk de bergkam waar je al uren tegenaan hebt gekeken, in de veronderstelling dat je vanaf daar een prachtig uitzicht krijgt op de vallei aan de andere kant, om vervolgens te ontdekken dat er achter die berg nóg een berg ligt, met daarachter vermoedelijk weer een volgende.

Voor iemand die graag precies weet hoe laat hij terug is bij zijn hotel, lijkt me dat behoorlijk frustrerend, maar voor mij is het juist een van de aantrekkelijke kanten van het wandelen door dit soort landschappen, omdat je nooit helemaal weet wat er achter de volgende bocht of bergkam tevoorschijn komt.

Een afgelegen dorp, een verlaten landbouwterras, een kudde alpaca's of misschien gewoon een uitzicht over een eindeloze reeks bergen waar je verder helemaal niemand tegenkomt.

Dat laatste is overigens ook prima.

Op 4.500 meter heeft haast weinig zin

Een van de dingen die de Andes je vrij snel leren, is dat je niet overal in hetzelfde tempo kunt blijven doorgaan, hoe goed je conditie ook is en hoeveel kilometers je normaal gesproken zonder problemen kunt wandelen.

Op grote hoogte bevat iedere ademhaling minder zuurstof dan je lichaam op zeeniveau gewend is, waardoor een betrekkelijk eenvoudige klim plotseling een behoorlijke inspanning kan worden, zeker wanneer je onvoldoende tijd hebt genomen om te acclimatiseren.

Het heeft dan ook weinig zin om als een bezetene tegen een berg op te stormen, want de kans is groot dat je na een paar honderd meter hijgend op een steen zit, terwijl iemand uit een nabijgelegen dorp je met een vriendelijke glimlach voorbijloopt alsof hij even onderweg is naar de bakker.

Ik vind dat eigenlijk wel een prettige les, omdat je op zo'n moment gedwongen wordt om je tempo aan te passen aan de omgeving in plaats van voortdurend te proberen de omgeving aan jouw planning aan te passen.

Je loopt wat langzamer, neemt vaker de tijd om rond te kijken en ontdekt dat je onderweg veel meer ziet wanneer je niet voortdurend bezig bent met de vraag hoeveel kilometer je nog moet afleggen.

Al moet je natuurlijk wel onderscheid blijven maken tussen een normale inspanning op hoogte en verschijnselen van hoogteziekte, want ernstige hoofdpijn, duizeligheid of andere toenemende klachten zijn geen uitnodiging om nog even flink door te zetten.

De bergen liggen er morgen ook nog.

De stilte waar je thuis naar op zoek bent

Een van de bijzonderste eigenschappen van afgelegen berggebieden is de stilte, al betekent dat niet dat er helemaal niets te horen valt, want de wind kan behoorlijk tekeergaan en ergens in de verte hoor je soms een rivier, een vogel of een paar dieren die kennelijk ook niet van plan zijn zich aan jouw zorgvuldig uitgestippelde route te houden.

Maar het voortdurende achtergrondgeluid dat we in Nederland bijna vanzelfsprekend vinden, ontbreekt op veel plekken in de Andes volledig.

Geen snelwegen, geen overvliegende vliegtuigen, geen buren met een bladblazer en geen telefoon die voortdurend meldt dat iemand ergens op internet iets heeft geplaatst waar je kennelijk onmiddellijk van op de hoogte moet worden gebracht.

Je hoort je eigen voetstappen, je ademhaling en af en toe het geritsel van je rugzak, terwijl de bergen om je heen zich weinig aantrekken van jouw aanwezigheid.

Het bijzondere is dat die enorme leegte voor mij helemaal niet leeg aanvoelt, maar juist ruimte geeft om rustig na te denken, zonder dat er voortdurend iets of iemand om aandacht vraagt.

En wanneer je dan ergens op een rotsblok gaat zitten, met uitzicht over een landschap dat zich tot ver achter de horizon lijkt uit te strekken, besef je dat je eigenlijk helemaal niets nodig hebt om daar een tijdje tevreden te blijven zitten.

Behalve misschien iets te eten.

Een broodje met het mooiste uitzicht ter wereld

Tijdens een wandeling kan een eenvoudige lunch op een afgelegen plek een bijzondere ervaring worden, ook wanneer de inhoud van je rugzak culinair gezien niet bepaald in aanmerking komt voor een Michelinster.

Een stuk brood, wat kaas, fruit en voldoende drinkwater zijn onder normale omstandigheden niet bijzonder spannend, maar na een paar uur lopen door de bergen smaakt vrijwel alles beter, zeker wanneer je een plek hebt gevonden waar je uit de wind kunt zitten en kilometers ver over het landschap kunt uitkijken.

Daar zit je dan, ergens in de Andes, met een broodje in je hand en een uitzicht waarvoor anderen waarschijnlijk een behoorlijk bedrag zouden betalen wanneer iemand er toevallig een luxe hotel met panoramisch restaurant had neergezet.

Alleen ontbreekt de ober.

En de wijnkaart.

Toch zou ik op zo'n moment niet graag willen ruilen met iemand die in een druk restaurant zit te wachten tot zijn bestelling eindelijk wordt opgenomen, want juist het ontbreken van al die voorzieningen maakt de ervaring voor mij bijzonder.

Al geef ik onmiddellijk toe dat mijn enthousiasme voor eenvoud aanzienlijk kan afnemen wanneer het begint te regenen en ik ontdek dat ik mijn regenjas helemaal onder in mijn rugzak heb gestopt.

Een dorp dat niet op toeristen zit te wachten

Tijdens mijn reizen door Peru heb ik gemerkt dat de interessantste plekken lang niet altijd de bestemmingen zijn die prominent in reisgidsen worden vermeld, want buiten de bekende toeristische routes liggen talloze kleine dorpen waar het dagelijks leven nauwelijks wordt beïnvloed door de komst van buitenlandse bezoekers.

Daar vind je geen uitgebreide keuze aan hotels, restaurants met Engelstalige menukaarten of souvenirwinkels waar dezelfde alpaca-truien hangen die je ook al in Cusco hebt gezien, maar gewoon mensen die bezig zijn met hun werk, hun dieren, hun landbouwgrond en hun dagelijkse verplichtingen.

Wanneer je door zo'n dorp wandelt, merk je vaak pas goed hoe groot het verschil kan zijn tussen het Peru dat speciaal op bezoekers is ingericht en het Peru waar mensen gewoon hun leven leiden.

Dat betekent overigens niet dat ieder afgelegen dorp automatisch een verborgen paradijs is, want ook hier hebben mensen te maken met praktische problemen, beperkte voorzieningen en omstandigheden die voor een buitenstaander lang niet altijd zichtbaar zijn.

Juist daarom vind ik het belangrijk om niet alleen naar het landschap te kijken, maar ook belangstelling te hebben voor de mensen die er wonen, zonder ervan uit te gaan dat hun dagelijkse leven een toeristische attractie is.

Een vriendelijk gesprek kan bijzonder waardevol zijn, maar soms is het ook prima om gewoon vriendelijk gedag te zeggen en weer verder te wandelen.

Niet iedereen zit tenslotte te wachten op een Nederlander die ineens voor zijn deur staat en enthousiast begint te vertellen hoe prachtig hij de omgeving vindt.

Waarom niet gewoon met de auto?

Dat is natuurlijk een uitstekende vraag, vooral wanneer je bedenkt dat je in Peru met een geschikte auto op behoorlijk veel bijzondere plekken kunt komen en dat je daarmee aanzienlijk minder tijd nodig hebt om grote afstanden af te leggen.

Toch is er een belangrijk verschil tussen een landschap bekijken vanuit een auto en er daadwerkelijk doorheen wandelen, want zodra je de auto achterlaat, verdwijnen ook de mogelijkheden om even snel door te rijden naar het volgende uitzichtpunt of zonder veel moeite terug te keren wanneer het weer omslaat.

Je merkt hoe het landschap langzaam verandert, ziet details die je vanuit een rijdende auto gemakkelijk mist en krijgt een veel beter gevoel voor de enorme afstanden en hoogteverschillen die de Andes zo indrukwekkend maken.

Bovendien zijn er plekken waar eenvoudigweg geen wegen naartoe leiden, waardoor je alleen te voet verder kunt en je vanzelf terechtkomt in gebieden die voor de meeste reizigers buiten bereik blijven.

Dat betekent overigens niet dat je zomaar ieder bergpad moet volgen dat je ergens op een kaart aantreft, want in afgelegen gebieden kunnen paden verdwijnen, rivieren moeilijk oversteekbaar zijn en weersomstandigheden behoorlijk snel veranderen.

Een goede kaart, betrouwbare navigatie, voldoende water, geschikte uitrusting en actuele lokale informatie zijn daarom geen overbodige luxe, terwijl je voor onbekende en moeilijk toegankelijke gebieden verstandig doet aan begeleiding door iemand die de omgeving daadwerkelijk kent.

Avontuur is prachtig, maar verdwalen op 4.500 meter hoogte zonder voldoende water lijkt me een nogal omslachtige manier om te ontdekken dat je thuis toch iets vergeten bent.

De merkwaardige aantrekkingskracht van ongemak

Wat mij tijdens het reizen steeds opnieuw opvalt, is dat de ervaringen die uiteindelijk de meeste indruk maken, lang niet altijd de momenten zijn waarop alles precies volgens plan verloopt.

Een prachtig hotel, een uitstekend restaurant en een comfortabele reis kunnen natuurlijk heerlijk zijn, maar de herinneringen die jarenlang blijven hangen, hebben vaak te maken met situaties waarin je even buiten je vertrouwde omgeving terechtkomt en zelf moet uitzoeken hoe je verdergaat.

Een onverwachte weersverandering, een route die langer blijkt dan gedacht of een wandeling waarbij je voortdurend moet blijven opletten waar je je voeten neerzet, zorgen ervoor dat je veel bewuster bezig bent met je omgeving dan wanneer alles vooraf voor je is georganiseerd.

Dat betekent niet dat ik voortdurend op zoek ben naar problemen, want ik heb helemaal geen behoefte aan onnodige risico's of situaties waarin ik mijn eigen veiligheid of die van anderen in gevaar breng.

Het gaat mij vooral om de vrijheid om zelf te ontdekken, mijn eigen tempo te bepalen en af en toe bewust te kiezen voor een route waarvan ik nog niet precies weet wat ik onderweg zal aantreffen.

En ja, daar hoort soms een beetje ongemak bij.

Maar dat maakt die warme douche aan het einde van de dag dan weer een stuk aantrekkelijker.

Misschien hoef je niet overal een reden voor te hebben

We zijn tegenwoordig behoorlijk gewend om alles vooraf te plannen, te vergelijken en te beoordelen, waarbij een reis pas echt geslaagd lijkt wanneer je zoveel mogelijk bezienswaardigheden hebt bezocht, de mooiste foto's hebt gemaakt en alle hoogtepunten van je zorgvuldig samengestelde programma kunt afvinken.

Zelf heb ik daar steeds minder behoefte aan, omdat ik tijdens mijn jaren in Peru juist heb ontdekt hoeveel plezier het kan geven om ergens wat langer te blijven, een onbekende omgeving te verkennen of simpelweg een dag op pad te gaan zonder dat daar onmiddellijk een spectaculaire bestemming tegenover hoeft te staan.

Natuurlijk wil ik graag bijzondere landschappen zien en indrukwekkende bergtoppen bereiken, maar soms is het onderweg zijn op zichzelf al voldoende reden om mijn wandelschoenen aan te trekken en te ontdekken wat er achter de volgende berg ligt.

Misschien is dat ook wel de reden waarom ik me zo aangetrokken voel tot de Andes, waar de ruimte enorm is, de natuur nog altijd bepaalt wat er mogelijk is en je op sommige plekken urenlang kunt wandelen zonder iemand tegen te komen.

Het geeft mij een gevoel van vrijheid dat ik moeilijk kan uitleggen aan iemand die liever precies weet waar hij die avond zal slapen, hoe laat het diner wordt geserveerd en of er onderweg voldoende gelegenheid is om een cappuccino te bestellen.

Al kan ik me daar op sommige dagen ook best iets bij voorstellen.

En morgen?

Na meer dan tien jaar reizen door Peru en bijna vijf jaar wonen en werken in Arequipa zijn er nog altijd enorme delen van het land die ik graag verder wil ontdekken, waarbij vooral de afgelegen berggebieden van de Andes een bijzondere aantrekkingskracht op mij blijven uitoefenen.

Ergens tussen Arequipa en Cusco liggen bijvoorbeeld uitgestrekte gebieden met oude voetpaden, kleine dorpen en berglandschappen waar je als gewone reiziger nauwelijks komt, en het lijkt me fantastisch om ooit een langere wandeltocht door die gebieden te maken, met voldoende tijd om onderweg te blijven waar het mooi is en verder te trekken wanneer de nieuwsgierigheid het weer wint.

Niet om een record te vestigen, zoveel mogelijk kilometers af te leggen of achteraf te kunnen vertellen hoe ontzettend zwaar het allemaal is geweest, maar simpelweg omdat ik wil weten hoe het landschap eruitziet wanneer je de bekende wegen achter je laat.

En wanneer ik dan na een paar dagen wandelen ergens op een bergkam sta, met een koude wind in mijn gezicht, een rugzak die inmiddels behoorlijk zwaar aanvoelt en nog een enorme afstand voor me, zal ik mezelf ongetwijfeld opnieuw diezelfde vraag stellen.

Waarom zou je daar in hemelsnaam naartoe willen?

Omdat ik wil weten wat er achter die volgende berg ligt.

En daarna zien we wel weer verder.