De eerste keer dat ik een lama zag, wist ik zeker dat het een alpaca was.
Wie voor het eerst naar Peru reist, raakt al snel de weg kwijt tussen lama's, alpaca's, vicuña's en guanaco's. Dat overkwam mij ook. Pas toen ik jarenlang in de Andes woonde, begon ik de verschillen te zien. Inmiddels hoef ik alleen nog maar naar de oren of de houding van een dier te kijken om te weten wie ik voor me heb.
Locatie: Andes, Peru • Leestijd: 9 minuten • Categorie: Persoonlijk reisverhaal
Vier familieleden die verrassend verschillend zijn
De eerste weken in Peru wees ik enthousiast naar ieder dier dat ik langs de weg zag en riep steevast: "Kijk, een alpaca!" Tot mijn verbazing kreeg ik regelmatig te horen dat het een lama was. Een paar dagen later maakte ik precies dezelfde fout, alleen bleek het deze keer een vicuña te zijn. Gelukkig bleek ik niet de enige toerist die de vier voortdurend door elkaar haalde.
Ze behoren allemaal tot dezelfde familie van Zuid-Amerikaanse kameelachtigen, maar zodra je weet waarop je moet letten, zijn de verschillen verrassend duidelijk.
De lama: nieuwsgierig, eigenwijs en verrassend lekker
De lama is de grootste van het stel. Je ziet hem overal in de Andes, vaak als lastdier of rustig grazend langs de weg. Hij heeft lange, banaanvormige oren, een wat langer gezicht en straalt een soort zelfvertrouwen uit alsof hij precies weet dat hij de grootste is.
Wat veel reizigers niet weten, is dat lama's ook worden gehouden voor hun vlees. Dat klinkt voor sommigen misschien verrassend, maar in Peru is het heel normaal. Op menukaarten kom je regelmatig carne de llama tegen. Het vlees is mager, mals en heeft een lichte wildsmaak zonder overheersend te zijn. Ik heb het meerdere keren gegeten en vond het eerlijk gezegd erg lekker.
Alpaca's: de knuffelberen van de Andes
Alpaca's zijn kleiner, hebben een rondere kop en veel zachtere wol. Hun korte, spitse oren verschillen duidelijk van de lange oren van een lama.
De meeste mensen worden onmiddellijk verliefd op een alpaca. Dat begrijp ik wel. Ze zien eruit alsof ze net uit een tekenfilm zijn weggelopen. Hun wol behoort tot de zachtste ter wereld en wordt gebruikt voor truien, sjaals en dekens die je overal in Peru kunt kopen.
Vicuña's: elegant en altijd op afstand
Van alle vier vind ik de vicuña misschien wel het mooiste dier.
Ze leven in het wild, zijn slanker gebouwd en blijven meestal op ruime afstand van mensen. Juist daardoor hebben ze iets sierlijks. Wanneer je ze ziet rennen over de hoogvlakte lijken ze nauwelijks de grond te raken.
Hun wol is wereldberoemd en behoort tot de kostbaarste natuurlijke vezels die er bestaan. Omdat de dieren beschermd zijn, worden ze slechts eens in de paar jaar op traditionele wijze gevangen om voorzichtig te worden geschoren, waarna ze direct weer worden vrijgelaten.
De grootste kans om vicuña's te zien heb je in de omgeving van Laguna de Salinas, de Reserva Nacional Salinas y Aguada Blanca en onderweg naar de Colca Canyon.
Guanaco's: de onbekende neef
De guanaco is misschien wel de minst bekende van de vier. In Peru kom je hem nauwelijks tegen; veel vaker zie je hem in Chili en Argentinië. Hij lijkt op een vicuña, maar is groter en robuuster gebouwd.
De meeste reizigers zullen Peru verlaten zonder ooit een guanaco te hebben gezien, en eerlijk gezegd is dat helemaal niet vreemd.
Een babylama die bijna mee naar huis ging
Tijdens een bezoek aan Laguna de Salinas liep een klein lamajong nieuwsgierig tussen de bezoekers door. Zijn eigenaar bood aan dat iedereen met het dier op de foto mocht, uiteraard tegen betaling. Voor honderd soles mocht je uitgebreid poseren en eerlijk is eerlijk: hij wist precies hoe schattig zijn jonge lama was.
Terwijl ik naar dat nieuwsgierige dier keek, dacht ik heel even hoe leuk het zou zijn om hem gewoon mee naar huis te nemen. Dat idee verdween echter net zo snel als het was gekomen. Ik kende lama's inmiddels goed genoeg om te weten dat ze dol zijn op bloemen, jonge planten en alles wat met veel liefde in een tuin is geplant. Mijn tuin zou waarschijnlijk binnen een paar dagen volledig zijn kaalgevreten.
Misschien was het dus maar beter dat hij gewoon in de Andes bleef.
Hoe herken je de verschillen?
🦙 Lama
- De grootste van de vier.
- Lange, banaanvormige oren.
- Wordt als lastdier gehouden.
- Komt overal in de Andes voor.
- Het vlees (carne de llama) is mager en verrassend mals.
🦙 Alpaca
- Kleiner dan een lama.
- Dikke, zachte wol.
- Korte, spitse oren.
- Vooral gehouden voor de wol.
- Veel te zien bij boerderijen en in bergdorpen.
🦙 Vicuña
- Slank en elegant.
- Leeft uitsluitend in het wild.
- Zeer schuw.
- Heeft de kostbaarste wol ter wereld.
- Goed te zien rond Laguna de Salinas, Aguada Blanca en de Colca Canyon.
🦙 Guanaco
- Lijkt op een lama, maar leeft in het wild.
- Groter dan een vicuña.
- Komt in Peru nauwelijks voor.
- Vooral te vinden in Chili en Argentinië.
Mijn favoriet
Na al die jaren in Peru heb ik nog steeds een zwak voor de vicuña. Misschien omdat hij zich nooit laat opdringen en altijd een zekere afstand bewaart. Je moet geluk hebben om hem goed te kunnen bekijken, en juist daardoor voelt iedere ontmoeting bijzonder.
Toch moet ik toegeven dat de nieuwsgierigheid van een jonge lama moeilijk te overtreffen is. Zolang hij tenminste niet besluit jouw tuin als lunchbuffet te gebruiken.
Praktische informatie
Wie alle vier de Zuid-Amerikaanse kameelachtigen wil leren kennen, heeft aan Peru een uitstekende bestemming. Lama's en alpaca's zie je vrijwel overal in de Andes, terwijl vicuña's vooral voorkomen op de hoogvlakten rond Arequipa, Laguna de Salinas en de Colca Canyon. Guanaco's zijn in Peru zeldzaam en worden vooral gezien in Chili en Argentinië.
Lees ook
- Laguna de Salinas: lunchen tussen vulkanen en eindeloze stilte
- Waarom Arequipa de mooiste stad van Peru is
- Majes: Toro Muerto, pisco en een verborgen vallei bij Arequipa