De aardappel? Die komt gewoon uit Peru.
Wanneer je iemand in Nederland vraagt waar Peru om bekendstaat, is de kans groot dat je als antwoord Machu Picchu krijgt, misschien de Inca's, een lama of de kleurrijke markten in de Andes, maar vrijwel niemand zal spontaan de aardappel noemen, terwijl juist dat misschien wel het belangrijkste is wat Peru ooit aan de rest van de wereld heeft gegeven. Zonder Peru hadden wij waarschijnlijk geen stamppot, geen friet, geen chips en waren de discussies over welke snackbar de beste patat bakt misschien nooit gevoerd.
Dat besefte ik pas echt toen ik voor het eerst over een lokale markt in Peru liep. Ik was, zoals iedere toerist, vooral op zoek naar bijzondere groenten, onbekend fruit en exotische kruiden, totdat mijn oog viel op een kraam die volledig was gevuld met aardappelen. Niet één of twee soorten zoals we die in Nederland kennen, maar tientallen tegelijk. Paarse, rode, gele, bijna zwarte en aardappelen met vormen waarvan ik serieus dacht dat de natuur zich onderweg een keer had vergist. Sommige leken meer op grillige stenen dan op iets wat je zou schillen en opeten. Ik bleef staan kijken, waarschijnlijk iets langer dan de bedoeling was, want de verkoopster keek me glimlachend aan. Voor haar was dit de normaalste zaak van de wereld. Voor mij voelde het alsof ik mijn hele leven had gedacht dat alle honden labradors waren en iemand mij ineens een complete dierentuin liet zien.
Hoe langer ik in Peru woonde, hoe vaker ik dat soort momenten meemaakte. Iedere markt had weer andere soorten, iedere verkoper wist precies welke aardappel geschikt was voor een soep, welke juist uit elkaar moest vallen in een stoofpot en welke je absoluut niet moest gebruiken omdat je dan volgens hem je gerecht volledig zou verpesten. Ik knikte altijd heel begrijpend, terwijl ik diep van binnen nog bezig was te verwerken dat een aardappel blijkbaar een karakter kon hebben.
Pas later ontdekte ik dat Peru meer dan vierduizend geregistreerde aardappelrassen kent en dat veel daarvan nergens anders ter wereld groeien. De aardappel vindt hier al meer dan zevenduizend jaar zijn oorsprong en werd hoog in de Andes verbouwd lang voordat de Inca's hun rijk opbouwden. Door de enorme verschillen in hoogte, temperatuur en bodem ontstonden in de loop der eeuwen duizenden varianten, waarvan sommige alleen nog in één vallei of berggebied voorkomen. Opeens begreep ik waarom niemand op die markt vreemd opkeek van al die verschillende kleuren en vormen. Voor hen was dit geen curiositeit, maar gewoon het dagelijkse leven.
Tijdens een bezoek aan een klein bergdorp raakte ik aan de praat met een boer die me trots vertelde hoeveel verschillende aardappelsoorten hij zelf verbouwde. Ik dacht dat hij misschien een stuk of tien rassen bedoelde, misschien vijftien als hij echt fanatiek was, maar toen hij lachend zijn hoofd schudde en begon op te sommen hoeveel soorten er op zijn land groeiden, hield ik al snel op met tellen. Voor hem waren het geen nummers of productsoorten, maar aardappelen die al generaties lang binnen de familie werden verbouwd. Terwijl hij ze aanwees, vertelde hij niet alleen over zijn oogst, maar eigenlijk over zijn ouders, zijn grootouders en de geschiedenis van zijn familie. Op dat moment besefte ik dat ik niet naar een akker stond te kijken, maar naar levend cultureel erfgoed.
Wat veel mensen ook niet weten, is dat in Lima het Internationaal Aardappelcentrum is gevestigd, waar duizenden aardappelrassen uit Peru en de rest van de wereld worden bewaard voor toekomstig onderzoek. Het blijft ergens een mooie gedachte dat terwijl wij in Nederland eindeloos kunnen discussiëren of je nu friet of patat moet zeggen, er in Peru wetenschappers bezig zijn om ervoor te zorgen dat de aardappel zelf ook de volgende eeuwen nog bestaat.
En dan is er natuurlijk nog de Peruaanse keuken. Vrijwel ieder gerecht lijkt wel ergens een aardappel in te bevatten en de eerste keer dat ik een bord Lomo Saltado voor mijn neus kreeg, moest ik toch even glimlachen. Op het bord lagen frietjes, daarnaast een flinke schep rijst en daarbovenop het vlees. Mijn eerste gedachte was dat de kok per ongeluk twee bijgerechten had gecombineerd, maar niemand aan tafel leek dat vreemd te vinden. Sterker nog, toen ik voorzichtig vroeg waarom er zowel rijst als aardappelen op hetzelfde bord lagen, kreeg ik een blik terug die ongeveer hetzelfde zei als wanneer je in Nederland zou vragen waarom er boter op brood zit. Waarom zou je kiezen als allebei ook kan?
Sinds ik in Peru heb gewoond, kijk ik anders naar een aardappel. Niet omdat hij tegenwoordig ineens spannender smaakt, maar omdat ik weet hoeveel geschiedenis, traditie en trots er achter zo'n ogenschijnlijk eenvoudige knol schuilgaat. En eerlijk gezegd moet ik nog altijd glimlachen wanneer ik in een Nederlandse supermarkt langs het schap met aardappelen loop. De keuze is hier tegenwoordig best uitgebreid, maar iedere keer hoor ik in gedachten weer die marktkoopvrouw in Peru lachen, omdat een Europeaan stond te kijken naar iets wat voor haar al haar hele leven volkomen normaal was.