Wie door Zuid-Peru reist, krijgt vroeg of laat met hoogte te maken. Arequipa ligt al op 2.335 meter, Puno bijna vier kilometer boven zeeniveau en onderweg naar de Colca of Rainbow Mountain kom je nog veel hoger. De meeste reizigers kunnen daar prima mee omgaan, maar hoogteziekte kan iedereen treffen, ongeacht leeftijd of conditie. Een goede voorbereiding helpt, maar minstens zo belangrijk is de manier waarop je reist: niet te snel omhoog, je lichaam tijd geven om te wennen en vooral niet denken dat je conditie je automatisch tegen hoogte beschermt.
📍 Locatie: Arequipa | Colca | Puno | Titicacameer | Cusco | Andes
📖 Leestijd: 9 minuten
🏷️ Categorie: Peru | Zuid-Peru | Reizen | Hoogteziekte
Wat is hoogteziekte?
Hoogteziekte ontstaat doordat de luchtdruk afneemt naarmate je hoger komt en je lichaam daardoor per ademhaling minder zuurstof beschikbaar heeft. Je lichaam kan zich daaraan aanpassen, maar heeft daar tijd voor nodig. Ga je sneller omhoog dan je lichaam kan bijhouden, dan kunnen klachten ontstaan.
Het lastige is dat hoogteziekte weinig rekening houdt met leeftijd, ervaring of conditie. Iemand die thuis iedere week tientallen kilometers hardloopt, kan in Cusco hoofdpijn krijgen, terwijl iemand die nauwelijks sport nergens last van heeft. Een goede conditie is natuurlijk prettig wanneer je door Peru reist, maar vormt geen garantie dat je lichaam zonder problemen reageert op 3.000, 4.000 of zelfs 5.000 meter hoogte.
Bij sommige mensen ontstaan de eerste klachten al vanaf ongeveer 2.500 meter, terwijl anderen pas veel hoger iets merken. Daarom bestaat er ook geen simpele regel waarmee je vooraf kunt voorspellen wie er wel of geen last van zal krijgen.
Van de kust naar de Andes
Tijdens een reis door Zuid-Peru kunnen de hoogteverschillen enorm zijn. Lima ligt vrijwel aan de Stille Oceaan, terwijl Arequipa op ongeveer 2.335 meter ligt. Chivay in de Colca ligt rond 3.635 meter, Puno ongeveer 3.827 meter en Cusco rond 3.400 meter. Onderweg naar de Colca kom je bij Patapampa zelfs rond de 4.800 meter en wie Rainbow Mountain bezoekt, kan uiteindelijk ongeveer 5.200 meter bereiken.
Juist de snelheid waarmee je dat hoogteverschil overbrugt, speelt een belangrijke rol. Wie vanuit Lima rechtstreeks naar Cusco vliegt, gaat in zeer korte tijd van vrijwel zeeniveau naar ongeveer 3.400 meter. Je stapt uit het vliegtuig en je lichaam moet zich ineens aanpassen aan een omgeving die totaal anders is dan die waarin je een paar uur daarvoor nog rondliep.
Wie over land via Ica en Nasca naar Arequipa reist en daarna verdergaat richting de Colca, Puno en Cusco, bouwt de hoogte veel geleidelijker op. Dat betekent niet dat je dan geen hoogteziekte kunt krijgen, maar je lichaam krijgt onderweg wel meer tijd om zich aan te passen.
Arequipa als eerste kennismaking met hoogte
Arequipa is voor veel reizigers een prettige tussenstap. Met 2.335 meter ligt de stad al behoorlijk hoog, maar nog aanzienlijk lager dan Puno en Cusco. Wanneer je vanuit de kust komt, is het daarom een goede plek om niet onmiddellijk de volgende ochtend een zware wandeling te plannen, maar eerst gewoon de stad te bekijken en je lichaam even de tijd te geven.
Dat hoeft niet te betekenen dat je een hele dag op je hotelkamer moet blijven zitten. Rustig wandelen, iets eten, voldoende drinken en de stad bekijken kan prima wanneer je je goed voelt. Het gaat er vooral om dat je niet meteen wilt bewijzen dat 2.335 meter voor jou niets voorstelt.
Vanuit Arequipa wordt het hoogteverschil namelijk snel groter. Op weg naar de Colca passeer je hoogtes boven de 4.000 meter en bij Patapampa sta je rond 4.800 meter. Zelfs wanneer je daar alleen maar uit een bus stapt om even rond te kijken, kun je merken dat een paar passen ineens meer inspanning kosten dan je gewend bent.
Hoe herken je de eerste klachten?
Hoofdpijn is een van de bekendste klachten, maar hoogteziekte kan zich op verschillende manieren laten merken. Je kunt je misselijk of duizelig voelen, ongewoon moe zijn, minder eetlust hebben of merken dat je slechter slaapt. Ook kortademigheid bij inspanning komt op hoogte sneller voor.
Veelvoorkomende klachten zijn:
- hoofdpijn
- misselijkheid
- duizeligheid
- vermoeidheid
- kortademigheid bij inspanning
- slecht slapen
- minder eetlust
Het belangrijkste is niet om één symptoom onmiddellijk als hoogteziekte te bestempelen, maar wel om veranderingen serieus te nemen wanneer je kort daarvoor flink bent gestegen. Zeker wanneer meerdere klachten tegelijk ontstaan of klachten erger worden, is doorgaan naar een nog grotere hoogte geen goed idee.
Geef je lichaam tijd om te acclimatiseren
Acclimatiseren klinkt ingewikkelder dan het is: je lichaam heeft simpelweg tijd nodig om zich aan de hoogte aan te passen. Daarom is het verstandig om na aankomst op grotere hoogte niet meteen het zwaarste programma van je reis te plannen.
Kom je aan in Arequipa, Puno of Cusco, begin dan rustig. Loop door de stad, neem pauzes wanneer je daar behoefte aan hebt en bewaar een zware wandeling voor later. Hoe hoger je komt, hoe belangrijker dat wordt.
Dat is ook een reden waarom de volgorde van een reis door Zuid-Peru verschil kan maken. Niet alleen de bestemming bepaalt hoe je de hoogte ervaart, maar ook waar je vandaan komt en hoeveel tijd je lichaam onderweg heeft gekregen.
Water drinken helpt, maar is geen wondermiddel
De lucht in de Andes is vaak droog en daardoor kun je ongemerkt meer vocht verliezen. Regelmatig water drinken is daarom verstandig, ook wanneer je niet voortdurend dorst hebt. Uitdroging kan bovendien klachten zoals hoofdpijn verergeren, waardoor het soms lastig wordt om te bepalen of je last hebt van de hoogte, te weinig hebt gedronken of van allebei.
Dat betekent overigens niet dat je hoogteziekte kunt voorkomen door simpelweg enorme hoeveelheden water te drinken. Het belangrijkste blijft rustig stijgen en je lichaam de tijd geven om zich aan te passen.
Coca-thee hoort bijna bij reizen op hoogte
Wie in Peru op grotere hoogte reist, komt waarschijnlijk vanzelf coca-thee tegen. In hotels in Arequipa, Puno en Cusco staat regelmatig een schaal met cocabladeren en heet water klaar en ook op markten en in winkels is coca overal te vinden.
Veel Peruanen en reizigers gebruiken coca-thee wanneer ze op hoogte verblijven en sommige mensen ervaren dat als prettig bij lichte klachten. Maar coca-thee voorkomt hoogteziekte niet en moet dus ook niet worden gezien als een wondermiddel waarmee je vervolgens zonder problemen rechtstreeks naar 5.000 meter kunt vertrekken.
Een kop coca-thee hoort voor veel mensen gewoon bij de eerste dagen in de Andes. Drink hem gerust als je dat prettig vindt, maar geef vooral je lichaam de tijd.
En die Pisco Sour?
Na aankomst in Peru hoort voor veel reizigers een Pisco Sour bijna bij de vakantie, maar op je eerste dag op grote hoogte is een beetje terughoudendheid geen slecht idee. Alcohol kan uitdroging versterken en kan bovendien klachten veroorzaken die verdacht veel lijken op dingen die je ook van hoogte kunt merken.
Wanneer je net vanuit Lima in Cusco bent aangekomen en 's avonds hoofdpijn hebt na een paar Pisco Sours, wordt het er in ieder geval niet eenvoudiger op om te bepalen waar die hoofdpijn precies vandaan komt.
Een paar dagen wachten of het de eerste avond rustig houden is daarom geen straf. Die Pisco Sour loopt niet weg.
Eten op hoogte
Ook je eetlust kan op grotere hoogte anders zijn dan normaal. Sommige mensen hebben nergens last van, terwijl anderen de eerste dag weinig trek hebben of merken dat een zware maaltijd minder prettig valt.
Lichte maaltijden en kleinere porties kunnen dan aangenamer zijn. Je hoeft daar geen ingewikkeld dieet voor te volgen; luister vooral naar wat je lichaam aangeeft. Een reis door Peru duurt hopelijk lang genoeg om later alsnog uitgebreid kennis te maken met alles wat de Peruaanse keuken te bieden heeft.
Niet meteen de zwaarste wandeling plannen
Zuid-Peru nodigt natuurlijk uit om naar buiten te gaan. De Colca, de omgeving van Cusco en uiteindelijk Rainbow Mountain zijn juist plekken waarvoor veel reizigers naar Peru komen. Toch is het verstandig om een zware wandeling niet direct na aankomst op hoogte te plannen.
Een wandeling die op zeeniveau eenvoudig zou zijn, kan boven de 3.500 meter ineens heel anders aanvoelen. Je ademhaling gaat sneller, je hartslag kan toenemen en een helling die op papier nauwelijks iets voorstelt, kan opeens behoorlijk lang lijken.
Bij Rainbow Mountain wordt dat nog duidelijker. Daar wandel je uiteindelijk rond de 5.200 meter en op die hoogte is het volkomen normaal dat je langzamer gaat dan je gewend bent. Daar valt niets mee te winnen door iemand anders bij te willen houden.
Medicijnen tegen hoogteziekte
Sommige reizigers gebruiken acetazolamide, beter bekend als Diamox, om acclimatisatie te ondersteunen of het risico op hoogteklachten te verkleinen. Dat is geen middel dat je op eigen houtje moet gaan gebruiken omdat je toevallig naar Cusco reist.
Wil je weten of acetazolamide voor jouw reis verstandig is, bespreek dat dan vooraf met een arts of reiskliniek. Zij kunnen rekening houden met je gezondheid, eventuele andere medicijnen en de route die je gaat afleggen.
Medicijnen vervangen bovendien niet de belangrijkste regel: je lichaam heeft tijd nodig om aan hoogte te wennen.
Wanneer moet je wél direct handelen?
Lichte hoofdpijn of wat vermoeidheid kan voorkomen tijdens het acclimatiseren, maar ernstige of snel toenemende klachten moet je niet wegwuiven als iets wat nu eenmaal bij Peru hoort.
Wanneer iemand ernstig benauwd wordt, verward raakt, moeite krijgt met normaal lopen of duidelijk zieker wordt, is medische hulp noodzakelijk. Bij ernstige hoogteziekte kan afdalen naar een lagere hoogte nodig zijn.
Ga in zo'n situatie niet verder omhoog in de hoop dat het vanzelf beter wordt. Hoogteziekte kan in ernstige vorm gevaarlijk zijn en dan is doorzetten precies het verkeerde om te doen.
De route maakt verschil
Hoogteziekte kun je nooit volledig uitsluiten, maar de manier waarop je door Zuid-Peru reist kan wel degelijk verschil maken. Vanuit Lima direct naar Cusco vliegen is snel en praktisch, maar je lichaam krijgt nauwelijks tijd om aan de hoogte te wennen. Een route over land via de kust, Arequipa en vervolgens de Colca richting Puno en Cusco bouwt de hoogte veel geleidelijker op.
Dat is ook een van de redenen waarom ik in Voorbij de Vulkanen – Peru Eigenwijze Reisgids over Zuid-Peru niet alleen aandacht besteed aan de bestemmingen zelf, maar ook aan de route ertussen, het reistempo en de volgorde waarin je Zuid-Peru kunt ontdekken. Soms maakt één extra dag onderweg meer verschil dan nóg een bestemming aan je programma toevoegen.
Wil je vooral weten hoe hoog de verschillende plaatsen in Zuid-Peru precies liggen, dan heb ik daar ook een apart verhaal over geschreven: van vrijwel zeeniveau in Lima via Arequipa, Puno en Cusco tot ongeveer 5.200 meter bij Rainbow Mountain.
Rustig omhoog en vooral blijven luisteren
Hoogte hoort bij Zuid-Peru. Zonder hoogte geen Altiplano, geen Colca, geen uitzicht over het Titicacameer en geen bergen rond Cusco. Je hoeft er dus ook niet bang voor te zijn, maar het is wel iets om rekening mee te houden.
Neem de tijd, drink voldoende, plan niet meteen de zwaarste wandeling, doe het rustig aan met alcohol en luister vooral naar je lichaam. De Andes blijven wel staan als jij ergens een dag langer nodig hebt.
En misschien past dat uiteindelijk sowieso beter bij reizen door Peru: niet zo snel mogelijk alles afvinken, maar jezelf de tijd geven om onderweg ook werkelijk ergens te zijn.