Wanneer je voor het eerst in Arequipa aankomt, is de kans groot dat je eerst naar de stad kijkt. Naar de witte gebouwen, de drukke straten, de taxi's die zich met veel getoeter een weg banen door het verkeer en de mensen die ogenschijnlijk zonder haast door elkaar heen lopen. Maar vroeg of laat gebeurt er iets bijzonders. Je kijkt op.
En dan zie je ze.
Drie enorme vulkanen die als stille wachters rondom de stad staan. Alsof ze al eeuwenlang hebben afgesproken dat niemand Arequipa ongemerkt binnenkomt of verlaat. El Misti, Chachani en Pichu Pichu bepalen niet alleen de skyline, ze bepalen ook het gevoel dat deze stad je geeft.
Toen ik voor het eerst in Arequipa arriveerde, dacht ik eerlijk gezegd dat ik na een paar weken wel aan dat uitzicht gewend zou zijn. Zo gaat dat immers met alles. Je koopt een nieuw huis, rijdt een nieuwe auto of woont ineens tussen de bergen; na verloop van tijd wordt het normaal.
Dat bleek een flinke misrekening.
Vijf jaar later keek ik nog steeds iedere ochtend als eerste naar buiten.
Niet omdat ik wilde controleren of de vulkanen er nog stonden – al weet je het met vulkanen natuurlijk nooit helemaal zeker – maar omdat ze er iedere dag anders uitzagen. Soms tekende El Misti zich messcherp af tegen een diepblauwe hemel, alsof iemand hem die ochtend extra had opgepoetst. Op andere dagen hing er een dunne sluier van bewolking om de top en leek hij juist geheimzinnig en onbereikbaar. Tijdens het regenseizoen verdwenen de vulkanen soms volledig achter dikke wolken en betrapte ik mezelf erop dat ik een paar uur later toch weer even naar buiten keek. Gewoon om te zien of ze inmiddels terug waren.
Alsof oude vrienden zich even hadden verstopt.
Vanuit onze bed & breakfast in Cayma genoten gasten iedere ochtend van hetzelfde uitzicht. Nog voordat de koffie was ingeschonken, stonden de eerste telefoons en camera's al op tafel. Er werd druk gefotografeerd, ingezoomd en vergeleken. "Welke is nou El Misti?" was zonder twijfel de vraag die ik het vaakst hoorde. Tegen de tijd dat de vakantie erop zat, herkenden de meeste gasten de drie vulkanen moeiteloos. Dan hoorde ik ineens: "Nee, dat is Chachani." Alsof ze er zelf al jaren woonden.
De bekendste van het drietal is zonder twijfel El Misti. Met zijn bijna perfecte kegelvorm lijkt hij wel door een tekenaar ontworpen. Hij is 5.822 meter hoog en steekt vanuit vrijwel iedere straat van Arequipa boven de huizen uit. Waar je ook bent, vroeg of laat verschijnt hij weer in beeld. Ik heb vaak gedacht dat hij een soort kompas was. Verdwalen in Arequipa is lastig als je weet waar El Misti staat.
Tenminste... totdat je een taxi neemt.
Want een Peruaanse taxichauffeur heeft een heel bijzonder talent. Hij kan tegelijkertijd rijden, telefoneren, een gesprek voeren met zijn passagier én tussendoor nog even wijzen waar El Misti ligt. Dat laatste deed hij meestal zonder zijn handen van het stuur te halen, wat ik persoonlijk altijd een geruststellende gedachte vond.
Veel avontuurlijke reizigers willen El Misti beklimmen. Begrijpelijk, want vanaf de top heb je een uitzicht dat je niet snel vergeet. Maar onderschat de berg niet. Op ruim vijfduizend meter merk je pas echt dat lucht geen vanzelfsprekendheid is. Iedere stap kost meer energie dan je denkt en zelfs mensen met een uitstekende conditie kunnen verrast worden door de hoogte. In Peru leerde ik al snel dat de bergen zich niets aantrekken van je sporthorloge of het aantal marathons dat je hebt gelopen.
Chachani, met zijn 6.075 meter, is nog hoger dan El Misti en behoort tot de hoogste vulkanen van Peru. Vanaf de stad oogt hij vaak vriendelijker en minder spectaculair, maar schijn bedriegt. De beklimming is technisch misschien eenvoudiger, de hoogte maakt iedere meter zwaar. Wie denkt dat die laatste tweehonderd meter "nog wel even" lukken, komt zichzelf meestal behoorlijk tegen.
En dan is er nog Pichu Pichu.
Misschien wel de minst bekende van het drietal en juist daarom mijn persoonlijke favoriet. Geen perfecte vulkaankegel zoals El Misti, maar een bergmassief met meerdere toppen, ruiger en minder opvallend. Veel toeristen rijden er ongemerkt langs, terwijl juist daar een van mijn mooiste herinneringen aan Peru ligt.
De foto op de omslag van mijn boek Verder dan de Vulkanen werd namelijk op Pichu Pichu gemaakt.
Iedere keer wanneer ik het boek in handen heb, ben ik weer even terug op die berg. Ik voel opnieuw de frisse berglucht, zie de zon langzaam boven de Andes verschijnen en hoor de stilte die je alleen op grote hoogte kunt ervaren. Dat zijn momenten die je niet kunt beschrijven met alleen een mooie foto. Die moet je beleven.
Wat veel bezoekers niet weten, is dat de vulkanen niet alleen het landschap hebben gevormd, maar ook de stad zelf. De karakteristieke witte gebouwen van Arequipa zijn gebouwd van sillar, een lichte vulkanische steensoort die is ontstaan na oude erupties. Dankzij die steen kreeg Arequipa haar bijnaam La Ciudad Blanca, de Witte Stad. Eigenlijk kun je dus zeggen dat de vulkanen niet alleen over de stad uitkijken, maar haar ook letterlijk hebben gebouwd.
Na vijf jaar wonen in Arequipa kan ik me de stad eigenlijk niet voorstellen zonder die drie reuzen aan de horizon. Ze waren het decor van onze bed & breakfast, van wandelingen door Cayma, van autoritten naar de Colca Canyon en van ontelbare koppen koffie op het terras terwijl de zon langzaam achter de bergen verdween. Ze waren er op gewone maandagochtenden, op feestdagen, op dagen dat ik bezoekers rondleidde en op momenten waarop ik gewoon even niets deed behalve naar buiten kijken.
Misschien is dat ook de reden waarom mijn boek uiteindelijk Verder dan de Vulkanen is gaan heten.
Niet omdat het een boek over bergen is.
Maar omdat die vulkanen voor mij symbool staan voor alles wat Peru mij heeft gebracht. Voor vijf bijzondere jaren, voor ontmoetingen met mensen uit alle delen van de wereld, voor een land dat langzaam mijn tweede thuis werd en voor het besef dat sommige landschappen veel dieper onder je huid kruipen dan je ooit had verwacht.
En heel eerlijk?
Ik mis ze nog regelmatig.
Niet omdat Nederland geen mooie natuur heeft, maar omdat ik soms nog steeds automatisch omhoog kijk, in de hoop dat El Misti ergens aan de horizon verschijnt. Dat gebeurt natuurlijk nooit.
Al zou het me niets verbazen als hij op een heldere ochtend stiekem toch even om het hoekje kijkt. Dat zou precies bij Peru passen.