Hoe een Bed & Breakfast mij verliefd maakte op hiken in Peru
Als iemand mij twintig jaar geleden had verteld dat ik ooit met een rugzak op mijn schouders op vijfduizend meter hoogte door de Andes zou lopen, had ik hem waarschijnlijk vriendelijk aangekeken en gevraagd of hij misschien iets te lang in de zon had gezeten. Wandelen vond ik prima, maar dan het soort wandelen waarbij je onderweg ergens een terras tegenkomt. Bergschoenen? Die kende ik alleen uit de etalage van een buitensportwinkel. Wandelstokken waren in mijn ogen iets voor mensen die óf de weg kwijt waren, óf de pensioengerechtigde leeftijd ruim waren gepasseerd.
Dat veranderde allemaal toen ik samen met mijn toenmalige partner The Office Bed & Breakfast begon in Cayma, een prachtige wijk van Arequipa, met uitzicht op El Misti, Chachani en Pichu Pichu. In het begin dacht ik dat onze gasten vooral zouden komen voor de stad, de Colca Canyon of misschien een dagtrip naar de kust. Dat bleek een flinke onderschatting van Peru.
Steeds vaker stonden er mensen voor de deur die maar één doel hadden: wandelen.
De een wilde de Colca Canyon in, de ander droomde al jaren van een beklimming van El Misti en weer iemand anders had een complete lijst met bergtochten die hij tijdens zijn vakantie wilde afvinken. Iedere ochtend, vaak nog voordat de koffie op tafel stond, begonnen de vragen.
"Lauwrens, welke wandeling raad jij aan?"
"Hoe zwaar is de klim naar Chachani?"
"Heb ik echt wandelstokken nodig of is dat vooral handig voor de foto's?"
En natuurlijk de klassieker:
"Is het nog ver?"
Dat laatste bleek in Peru een bijzonder rekbaar begrip. Een gids die zei dat het "nog maar een klein stukje" was, bedoelde meestal dat je na een uur stevig klimmen misschien eindelijk de eerste bocht van de berg had bereikt. Daar moest ik in het begin ook even aan wennen.
Eerlijk gezegd moest ik de eerste maanden regelmatig antwoorden met: "Dat weet ik eigenlijk niet."
En daar voelde ik me helemaal niet prettig bij.
Ik vond dat wanneer ik mensen advies gaf, dat advies gebaseerd moest zijn op eigen ervaring en niet op een foldertje dat toevallig op de balie lag. Dus deed ik iets wat achteraf mijn leven behoorlijk zou veranderen.
Ik kocht een paar bergschoenen.
Niet de duurste, want ik wist nog helemaal niet of ik wandelen eigenlijk wel leuk vond. Vervolgens kwam er een rugzak, een regenjack, een thermoshirt en uiteindelijk ook wandelstokken. Over die wandelstokken was ik trouwens aanvankelijk behoorlijk sceptisch. Totdat ik na een afdaling van een paar uur merkte dat mijn knieën daar heel anders over dachten.
Mijn eerste wandelingen maakte ik alleen.
Niet omdat ik zo'n avonturier was, maar omdat ik wilde weten wat onze gasten werkelijk konden verwachten. Hoe zwaar was een route nu echt? Waar kon je onderweg water kopen? Was die "lichte wandeling" uit de brochure inderdaad licht, of had de schrijver toevallig een olympische marathonloper als referentie gebruikt?
Ik ontdekte al snel dat folders soms een bijzonder optimistisch beeld geven.
Een route die volgens het reisbureau "geschikt was voor iedereen met een normale conditie" bleek in de praktijk vooral geschikt voor mensen die onder een normale conditie verstonden dat je zonder problemen een halve marathon op slippers kunt lopen.
Dat soort ervaringen waren goud waard.
Niet omdat ik daarna stoerder kon doen tegen onze gasten, maar omdat ik eindelijk eerlijk advies kon geven.
"Nee," zei ik dan, "de wandeling is prachtig, maar onderschat hem niet."
Of juist:
"Maak je geen zorgen, als je rustig loopt en de tijd neemt, is dit prima te doen."
Dat bleek veel waardevoller dan welk reclamepraatje ook.
Tijdens al die wandelingen leerde ik bovendien de mensen kennen die de bergen werkelijk als hun achtertuin beschouwden. Lokale gidsen die ieder paadje, iedere bergpas en iedere herder bij naam leken te kennen. Een van hen was Freddy uit de Colca Canyon. Van hem leerde ik niet alleen routes, maar vooral hoe je naar de Andes kijkt. Hij wees planten aan waar ik straal aan voorbij was gelopen, zag condors ruim voordat ik ze ontdekte en vertelde verhalen over de dorpen waar wij doorheen kwamen.
Ik begon steeds beter te begrijpen dat wandelen in Peru veel meer is dan van A naar B lopen.
Je loopt door eeuwenoude landschappen waar generaties herders hebben geleefd, waar lama's en alpaca's nog altijd vrij rondlopen en waar je soms uren niemand tegenkomt behalve een nieuwsgierige vicuña die zich waarschijnlijk afvroeg wat die lange Nederlander daar eigenlijk kwam doen.
Langzaam veranderde ook onze Bed & Breakfast.
Op de website verschenen steeds meer wandelroutes, tips voor trekkings en informatie over vulkaanbeklimmingen. Niet overgenomen uit reisgidsen, maar gebaseerd op wat ik zelf had gezien en ervaren. Dat bleek precies te zijn waar veel reizigers naar op zoek waren. Ze wilden geen verkooppraatje, maar iemand die eerlijk zei: "Ja, deze route is fantastisch... maar zorg wel dat je voldoende water meeneemt, want na het eerste uur kom je echt niets meer tegen."
Steeds vaker kozen wandelaars voor The Office Bed & Breakfast, juist omdat ze wisten dat ze hier niet alleen een kamer boekten, maar ook iemand troffen die uit eigen ervaring kon vertellen wat hen te wachten stond.
Achteraf vind ik het misschien nog wel het mooiste dat ik helemaal niet ben gaan wandelen omdat ik zo sportief wilde worden.
Ik ging wandelen omdat ik mijn gasten beter wilde helpen.
Pas onderweg ontdekte ik hoe bijzonder de Andes eigenlijk zijn.
Ik liep door landschappen waar geen asfalt meer te bekennen was, dronk koffie in kleine bergdorpen waar de tijd nauwelijks leek te bestaan, sprak met herders die al generaties lang op dezelfde hellingen leefden en stond op plekken waar de stilte bijna oorverdovend was. Dat zijn de momenten die je bijblijven. Niet omdat ze spectaculair waren, maar juist omdat ze zo eenvoudig voelden.
Als ik nu terugkijk, besef ik dat zonder The Office Bed & Breakfast waarschijnlijk ook nooit Verder dan de Vulkanen was ontstaan. Veel verhalen in mijn boek begonnen namelijk op een wandelpad. Met een rugzak op mijn schouders, stof op mijn schoenen en een camera die onderweg veel vaker tevoorschijn kwam dan eigenlijk de bedoeling was.
Het blijft bijzonder hoe het leven soms loopt.
Ik verhuisde naar Peru voor de liefde, begon een Bed & Breakfast, kocht een paar bergschoenen omdat ik mijn gasten beter wilde adviseren en eindigde jaren later met een boek dat niet voor niets Verder dan de Vulkanen heet.
Als iemand me dat vroeger had voorspeld, had ik hem waarschijnlijk opnieuw vriendelijk aangekeken.
En gevraagd of hij misschien niet nóg iets langer in de zon had gezeten.