Hoofdstuk 1 – Voor de Vulkanen
Er ligt een kaart van Peru voor me. Geen bijzonder exemplaar, gewoon een kaart waarop de bekende steden, wegen, bergen en grenzen staan aangegeven. Ik heb er de afgelopen jaren heel wat bekeken en zou inmiddels aardig moeten weten hoe het land in elkaar zit. Toch blijf ik ernaar kijken alsof ik iets zoek wat er de vorige keer nog niet op stond.
Dat is natuurlijk onzin. Peru is niet plotseling groter geworden en de wegen hebben zich ook niet allemaal verplaatst. Al zou het me bij sommige Peruaanse wegen niet verbazen wanneer ze op een dag besluiten ergens anders verder te gaan.
Er staan inmiddels drie boeken over Peru op mijn naam. Het eerste ontstond uit mijn ervaringen en het leven dat ik er had opgebouwd. Het tweede werd een eigenwijze reisgids door Zuid-Peru en voor het derde belandde ik in een wereld van technologie, geheimen en menselijke keuzes. Je zou denken dat het daarmee voorlopig wel genoeg is. Zelf dacht ik dat eigenlijk ook.
Maar tijdens het schrijven en onderzoeken voor mijn website stuitte ik steeds opnieuw op plaatsen waar ik nooit ben geweest. Dorpen waarvan ik de naam nauwelijks kende, valleien die op de kaart niet meer lijken dan een groene streep en wegen die ergens tussen de bergen verdwijnen. Soms schreef ik over een onderwerp en dacht vervolgens: daar moet ik zelf eens gaan kijken.
Dat is een lastig gevolg van nieuwsgierigheid. Hoe meer je te weten komt, hoe langer de lijst wordt van dingen die je nog wilt ontdekken. Op een gegeven moment kun je blijven lezen, of je kunt erheen gaan.
Een ander begin
Bij mijn eerdere boeken kwamen de ervaringen eerst en de boeken later. Dit keer is de volgorde omgedraaid. Er is een idee, er ligt een kaart en er bestaat al een omslag, terwijl ik de reis die het verhaal moet opleveren nog moet maken.
Met satellietbeelden kun je over bergkammen kijken, via digitale kaarten de kleinste dorpen opzoeken en op internet zijn verhalen te vinden van mensen die ergens wonen waar nauwelijks een toerist komt. Maar een scherm vertelt je niet hoe een dorp ruikt wanneer de eerste keukens opengaan, waarom een weg plotseling ophoudt of wat iemand bedoelt wanneer hij zegt dat je beter een andere route kunt nemen.
En een foto van een landschap vertelt doorgaans weinig over de mensen die er wonen. Juist die mensen interesseren me.
Waar de bekende route ophoudt
Wie voor het eerst naar Zuid-Peru reist, volgt vaak een herkenbare route. Vanuit Lima langs de kust naar Paracas, Ica en Nazca, vervolgens naar Arequipa en daarna richting de Colca Canyon, het Titicacameer of Cusco. Daar is weinig mis mee. Sommige plekken verdienen hun bekendheid volledig. Alleen bestaat Peru uit aanzienlijk meer dan de plaatsen die op de omslag van een reisgids passen.
Vooral de minder bezochte gebieden trekken mijn belangstelling. De kust tussen de bekende steden, het binnenland waar kleine wegen vanuit de woestijn de bergen in lopen en dorpen waar het dagelijks leven zich grotendeels buiten het zicht van bezoekers afspeelt. Ook de regio Arequipa blijft me bezighouden. Je kunt ergens jarenlang wonen, de weg naar de supermarkt blindelings vinden en toch op betrekkelijk korte afstand plaatsen hebben liggen waar je helemaal niets van weet.
Een stad kan vertrouwd worden. Het land eromheen blijft veel groter.
Een bericht naar Mari
Op een gegeven moment moet je zo'n idee natuurlijk aan iemand anders vertellen. Anders blijft het bij kaarten bekijken en plannen maken die niemand ooit te zien krijgt. Dus stuurde ik Mari een WhatsApp-bericht.
Ik vertelde haar dat ik in 2027 voor enkele weken naar Peru terug zou gaan, om plekken te bezoeken waarover ik inmiddels had geschreven maar die ik nog niet zelf had gezien. Ik wilde foto's maken, filmen, met mensen praten en nieuwe verhalen verzamelen voor Achter de Vulkanen – Peru opnieuw ontdekken.
Daarbij had ik een praktische vraag. Kende ze iemand die een beetje Engels sprak en het leuk zou vinden om met me mee te reizen? Vanuit Lima zou ik zelfstandig met een huurauto naar Nazca rijden, waar ik mensen ken. Vanaf daar zocht ik iemand die ongeveer twee tot drie weken mee zou kunnen gaan, verder door het zuiden richting Puno.
Ik zocht geen reisleider die de bekende bezienswaardigheden kon opnoemen. Veel belangrijker vond ik iemand die betrouwbaar was, prettig in de omgang en nieuwsgierig naar mensen en hun verhalen. Een man of vrouw, dat maakte weinig uit. Perfect Engels hoefde evenmin. De reiskosten en een redelijke vergoeding zou ik vanzelfsprekend betalen.
Uit mijn eerste WhatsApp-bericht aan Mari, vertaald uit het Spaans.
Het bericht werd behoorlijk lang. Dat gebeurt wel vaker wanneer ik enthousiast ben over een nieuw idee. En natuurlijk kon ik het niet laten om erbij te vertellen dat de omslag van mijn nieuwe boek al klaar was, terwijl ik nog niet eens aan de reis was begonnen.
Dat vond ik zelf ook wel grappig.
Een zondagse adobo
Tussen alle vragen over de route en een mogelijke reisgenoot stond nog iets in mijn bericht: ik wilde op een zondagochtend bij Mari thuis komen eten. Een bezoek aan haar en haar familie hoorde voor mij vanzelfsprekend bij een terugkeer naar Peru. En als dat bezoek op zondag kon plaatsvinden, stond de adobo alvast op het programma.
In Arequipa is adobo een gerecht met een eigen traditie. Varkensvlees dat langzaam wordt bereid in een kruidige saus, vaak gegeten met brood en doorgaans vroeg op de dag. Wie eraan gewend is geraakt, begrijpt dat het een goede reden kan zijn om op zondag wat vroeger op te staan.
Mari reageerde enthousiast. Ze schreef dat ze blij was dat ik weer naar Peru wilde komen en dat ze me graag thuis zou ontvangen om die lekkere adobo klaar te maken. Dat was een antwoord waar ik weinig tegenin kon brengen.
Mari's reactie op mijn eerste bericht, vertaald uit het Spaans.
In mijn volgende bericht liet ik weten dat haar adobo inmiddels bovenaan mijn reisplanning stond. Ook wilde ik graag een of twee dagen doorbrengen met haar familie en mensen uit haar gemeenschap. Dat vond ik minstens zo belangrijk als het ontdekken van onbekende plaatsen.
De precieze reisdatum stond nog open. September of oktober 2027 leek me een mogelijkheid. Ik benadrukte ook dat Mari nog niemand hoefde te zoeken; ik wilde voorlopig alleen weten of ze iemand kende die belangstelling zou kunnen hebben.
Vragen in plaats van antwoorden
De voorbereiding bestaat nu vooral uit lezen, zoeken en aantekeningen maken. Neem een plaats waar ooit een belangrijke handelsroute liep. Op internet kun je vaak vinden wanneer die werd gebruikt en welke beschavingen erlangs trokken. Maar wat weten de mensen die er nu wonen er zelf van? Bestaan er verhalen die binnen families worden doorgegeven? Zijn er oude paden zichtbaar?
Of neem een dorp waar jongeren wegtrekken omdat er nauwelijks werk is. Daarover kun je cijfers en rapporten vinden. Veel interessanter wordt het wanneer je iemand spreekt die er is gebleven en vraagt waarom.
Ik wil vooraf voldoende uitzoeken om onderweg gerichte vragen te kunnen stellen, maar ruimte houden voor onderwerpen die pas tijdens een gesprek ontstaan. Een boek waarin iedere ontdekking precies verloopt zoals vooraf bedacht, lijkt me tamelijk saai.
In een volgend bericht aan Mari schreef ik dat ik soms het gevoel heb nog niet eens een kwart te kennen van alles wat er in de regio Arequipa te ontdekken valt. Dat was geen wetenschappelijke berekening, maar wel een tamelijk eerlijke beschrijving van mijn nieuwsgierigheid.
Een camera erbij
Naast foto's wil ik deze reis ook op video vastleggen. Vooral gesprekken en situaties die op papier moeilijk volledig over te brengen zijn. Een stem, een gezichtsuitdrukking of een stilte na een vraag kan soms meer vertellen dan een hele alinea.
Het idee is om onderweg te filmen en later te bekijken of daar een documentaire uit kan ontstaan. Misschien kunnen QR-codes in het boek de lezer naar beelden van bepaalde plaatsen of gesprekken leiden. Eerst moet ik alleen zorgen dat ik mijn camera goed leer gebruiken. Een prachtige opname van iemand die iets bijzonders vertelt, heeft weinig waarde wanneer achteraf alleen de wind verstaanbaar blijkt.
De camera moet helpen om verhalen vast te leggen, geen reden worden waarom ik het verhaal zelf mis.
Eerst nog even sparen
Aan zo'n reis hangt natuurlijk een prijskaartje. Een vliegticket, huurauto, brandstof, overnachtingen, maaltijden en iemand die een deel van de reis meegaat. Een beetje comfort is prettig. Ik hoef onderweg geen luxe hotels, maar na een lange dag rijden wil ik wel ergens kunnen slapen zonder eerst een discussie met de plaatselijke insectenbevolking te beginnen.
De reis naar Peru staat voor 2027 op het programma. De voorbereidingen kosten tijd, en ook financieel moet alles zorgvuldig worden gepland. Een vertrekdatum prikken heeft pas zin wanneer de route, de afspraken en de praktische zaken voldoende zijn uitgewerkt. Tot die tijd kan ik alvast onderzoek doen, contacten leggen en plannen maken. En dat is precies waar ik nu mee bezig ben.
Voor de vulkanen
Voorlopig ben ik dus nog in Nederland. De kaart ligt voor me, de eerste aantekeningen zijn gemaakt en inmiddels is er een WhatsApp-gesprek met Mari. Daarin staat een vraag over een mogelijke reisgenoot, een voorlopig reisplan en een uitnodiging voor een zondagse adobo.
Dat laatste is waarschijnlijk het onderdeel waar ik op dit moment al het meest naar uitkijk.
Bij mijn eerste boeken keek ik terug op wat ik had meegemaakt. Nu kijk ik vooruit. Ik weet waar ik wil beginnen, maar heb geen idee welk verhaal uiteindelijk het laatste hoofdstuk zal vormen. Peru heeft me in het verleden vaak genoeg verrast. Het zou jammer zijn wanneer ik deze keer alles vooraf al probeerde vast te leggen.
Ik kijk nog eens naar de wegen die vanuit de kust het binnenland in lopen. Naar de kleine plaatsnamen, de bergketens en de stukken waar op de kaart opvallend weinig staat aangegeven.
Ik moet er alleen nog naartoe.
En daarvoor zal ik eerst een vliegticket moeten kopen.
ACHTER DE VULKANEN · HOOFDSTUK 1