In mijn eerste jaar in Peru wilde ik niet alleen rondkijken en ontdekken hoe het leven daar in elkaar zat, maar ook iets doen voor mensen die het duidelijk minder goed hadden. In Nederland had ik daarvoor geld opgehaald en kleding en speelgoed ingezameld, en eenmaal in Peru besloot ik van een deel van dat geld vijftig liter kippensoep te koken. Daarmee reden we naar de arme wijken aan de rand van de stad om alles uit te delen. Het werd een dag die ik nooit ben vergeten, maar uiteindelijk niet vanwege de soep, het speelgoed of de kleding.
📍 Locatie: Peru
📖 Leestijd: circa 7 minuten
🏷️ Categorie: Persoonlijke verhalen | Het dagelijks leven in Peru
Vijftig liter kippensoep
In mijn eerste jaar in Peru had ik nog sterk het gevoel dat ik iets wilde doen voor mensen die het minder goed hadden getroffen. In Nederland had ik geld opgehaald en waren kleding en speelgoed ingezameld, zodat ik eenmaal in Peru niet alleen goede bedoelingen bij me had, maar ook daadwerkelijk iets kon uitdelen.
Van een deel van het geld kocht ik ingrediënten voor kippensoep. Niet voor een flinke pan waarmee je een groot gezin kunt voeden, maar voor ongeveer vijftig liter, een hoeveelheid die aanzienlijk indrukwekkender wordt zodra je daadwerkelijk in de keuken staat en ontdekt hoeveel kip, groenten, water en pannen daarvoor nodig zijn. Er komt vanzelf een moment waarop je je afvraagt waarom je ooit vijftig hebt gezegd en niet gewoon twintig.
Maar de soep kwam er.
Toen alles klaar was, gingen de pannen en de ingezamelde spullen mee en reden we naar de arme wijken, waar de omstandigheden heel anders waren dan in de delen van Peru die een gemiddelde bezoeker te zien krijgt. Geen koloniale gebouwen, mooie pleinen of restaurants met een kleurrijke menukaart voor de deur, maar stoffige wegen, eenvoudige woningen en mensen die met veel minder moesten zien rond te komen.
We kwamen daar niet met een uitgewerkt hulpverleningsprogramma en hadden ook niet de illusie dat we de wereld gingen veranderen. We hadden eten en spullen bij ons die we wilden geven aan mensen die ze goed konden gebruiken.
Dat was het plan.
Een paar zakken met spullen
Zodra we de spullen hadden neergezet, kwamen de eerste mensen kijken. De zakken gingen open, kleding werd bekeken en uitgezocht, speelgoed kreeg een nieuwe bestemming en ondertussen werd de soep uitgedeeld. De mensen waren dankbaar en voor de kinderen was er natuurlijk vooral belangstelling voor wat er tussen het speelgoed zat.
Wat voor ons een bijzondere dag was, was voor de mensen die daar woonden tegelijkertijd gewoon onderdeel van hun dagelijkse werkelijkheid. Als wij later weer naar huis gingen, bleef hun leven daar doorgaan. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar het is iets waar je op zo’n moment gemakkelijk aan voorbijgaat, zeker wanneer je zelf degene bent die met een auto vol spullen komt aanrijden.
Tussen de foto’s die ik die dag maakte, zit deze opname. Een kind op een stoffige weg, met links de grote zakken spullen die we hadden meegenomen en op de achtergrond andere mensen, een hond en een landschap van stenen en stof.
Op het eerste gezicht is het gewoon een foto van die dag.
Voor mij is het veel meer geworden.
Het meisje dat bleef hangen
Tussen alle mensen die we ontmoetten, was dit meisje, en waarom juist deze ontmoeting zoveel indruk op ons maakte, kan ik jaren later nog steeds niet precies uitleggen. Zulke dingen laten zich blijkbaar niet plannen. Je gaat ergens heen om iets uit te delen en komt thuis met gedachten waar je bij vertrek helemaal geen rekening mee had gehouden.
Mijn toenmalige partner en ik bleven over het meisje praten. Niet alleen die avond, maar ook daarna, en op een gegeven moment begonnen we serieus te onderzoeken of het mogelijk zou zijn haar in ons gezin op te nemen.
Dat was nogal een stap.
We waren vertrokken met een auto vol eten en ingezamelde spullen, en enige tijd later spraken we over de mogelijkheid dat een kind dat we daar hadden ontmoet misschien onderdeel van ons gezin zou worden. Zelfs voor Peru, waar mijn plannen regelmatig anders verliepen dan ik ze vooraf had bedacht, was dat een behoorlijke verandering van richting.
Uiteindelijk is het er niet van gekomen.
Ik kan daar een mooi verhaal omheen proberen te schrijven, maar soms loopt het leven gewoon anders dan je hoopt. De werkelijkheid bleek ingewikkelder dan het verlangen om een kind een andere toekomst te bieden, en uiteindelijk hebben we haar niet in ons gezin kunnen opnemen.
Toch ben ik haar nooit vergeten.
Goede bedoelingen zijn niet genoeg
Later heb ik nog vaak over die periode nagedacht, ook omdat mijn kijk op helpen veranderde naarmate ik langer in Peru woonde. In het begin lijkt de gedachte eenvoudig: iemand heeft weinig, jij hebt iets wat je kunt missen en dus geef je dat. Daar hoeft op zichzelf ook niets ingewikkelds aan te zijn, want kleding blijft kleding, speelgoed kan een kind plezier geven en een kom warme kippensoep hoeft niet eerst onderdeel te zijn van een groot ontwikkelingsplan voordat iemand ervan kan genieten.
Maar armoede verdwijnt natuurlijk niet wanneer de laatste kom soep is uitgedeeld.
De volgende ochtend moet er opnieuw gegeten worden, kinderen moeten naar school, ouders moeten geld verdienen en gezinnen moeten opnieuw zien rond te komen. Wat we die dag brachten kon iets betekenen, maar veranderde niets aan de omstandigheden waarin een gezin iedere dag opnieuw moest leven.
Dat maakte wat we deden niet zinloos. Integendeel. Ik begon alleen beter te begrijpen dat helpen niet hetzelfde is als oplossen.
Goede bedoelingen zijn meestal het eenvoudige gedeelte.
Een foto met een verhaal erachter
Ik heb tijdens mijn jaren in Peru heel veel foto’s gemaakt. Van vulkanen, markten, dorpen, woestijnen, mensen, dieren en wegen waarvan je onderweg soms ernstig begon te twijfelen of de persoon die ze had aangelegd zelf ooit van plan was geweest eroverheen te rijden.
Veel van die foto’s maakte ik omdat iets mooi, vreemd of bijzonder was.
Deze foto bewaarde ik om een andere reden.
Wie de achtergrond niet kent, ziet een kind op een weg, wat mensen verderop, een hond, stenen en een aantal zakken met spullen. Er is geen spectaculaire vulkaan, geen eeuwenoude ruïne en geen landschap waarvoor iemand speciaal naar Peru zal vliegen.
Ik zie iets anders wanneer ik ernaar kijk.
Ik zie mijn eerste jaar in Peru, de mensen in Nederland die hadden geholpen en die dag waarop we met een volgeladen auto naar de buitenwijken reden. Ook herinner ik me nog heel goed hoeveel werk het was geweest om al die soep klaar te krijgen.
Maar bovenal zie ik het meisje van wie ik die ochtend nog niet wist dat mijn toenmalige partner en ik korte tijd later serieus zouden nadenken over de mogelijkheid haar een plaats in ons gezin te geven.
Een foto legt één moment vast en houdt daar vervolgens keurig mee op. De fotograaf kan de camera laten zakken en verderlopen, maar het verhaal achter het beeld doet daar niet altijd aan mee.
Wat er overblijft
Ik weet niet hoe het leven van het meisje daarna verder is gegaan en daar wil ik ook niets bij verzinnen. Natuurlijk hoop ik dat het goed met haar is gegaan, dat ze kansen heeft gekregen en uiteindelijk haar eigen weg heeft gevonden, maar hopen is iets anders dan weten.
Wat ik wel weet, is dat die dag onderdeel is geworden van mijn herinneringen aan mijn eerste jaar in Peru. Ik begon daar beter te begrijpen dat achter begrippen als armoede en hulpverlening uiteindelijk gewoon mensen zitten, met hun eigen leven, verwachtingen en omstandigheden die zich niet laten samenvatten in wat je voor ze meeneemt.
Wij kwamen die dag met eten, kleding en speelgoed en gingen uiteindelijk weer naar huis. Veel van de spullen hadden een nieuwe eigenaar gekregen en de auto was een stuk leger dan op de heenweg.
Toch nam ik zelf iets mee wat niet in een van die zakken had gezeten.
De herinnering aan een meisje op een stoffige weg in Peru.
En die is gebleven.
-
UNICEF Peru – over de leefomstandigheden, rechten en kansen van kinderen in Peru.
-
World Food Programme – Peru – over voedselzekerheid en de ondersteuning van kwetsbare gezinnen.